Vrouwen wel, quota niet

Wat voor bedrijven geldt, gaat ook op voor de politie: het kan de organisatie ten goede komen als er meer vrouwen in topfuncties werkzaam zijn. Het is niet logisch en ongewenst dat een zo groot deel van de samenleving ondervertegenwoordigd is op invloedrijke posities.

Minister Guusje ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) streeft er dus terecht naar dat er bij de politie – en bij de overheid in het algemeen – meer vrouwen in topfuncties terechtkomen. Niettemin signaleert een van die topvrouwen, Ans Rietstra, chef van het politiekorps Noord-Holland Noord, vandaag in deze krant dat de Nederlandse politietop in toenemende mate gefrustreerd raakt over het voorkeursbeleid voor vrouwen en allochtonen dat de minister voert.

Ter Horst geeft daarmee uitvoering aan het diversiteitsbeleid dat de huidige regering in zijn coalitieakkoord aankondigde. De vraag is wel of de minister de juiste methode hanteert. In elk geval moet de indruk worden vermeden dat vrouwen hun benoeming meer te danken zouden hebben aan hun geslacht dan aan hun kunnen. Dat is niet in de laatste plaats ook nadelig voor de betrokken functionarissen zelf.

Dat er sprake is van een achterstand van het aantal politievrouwen in de top, staat vast. In 2007 bedroeg het aandeel vrouwen bij de politie 34 procent, van wie er 22 procent in uitvoerende diensten werkzaam was. Dat laatste percentage bedroeg tien jaar eerder 14. Er is dus wel sprake van een stijging en dat geldt ook voor het aantal hoge functies waarvoor een kroonbenoeming geldt. Dat steeg van nog geen één procent in 1997 naar ruim 11 procent per 1 mei 2008.

De minister heeft de eis gesteld dat van de kroonbenoemingen die in de korpsleidingen tot 1 januari 2011 aan de orde zijn, de helft een vrouw of allochtoon moet zijn. In het niveau daaronder, zoals districtschefs, geldt dit voor 30 procent van de benoemingen. Ter Horst heeft zich het recht voorbehouden om, als het de korpsen niet lukt meer vrouwen en allochtonen aan te trekken, benoemingen in hogere functies tegen te houden.

Het ligt voor de hand dat nogal wat mannen die uitzicht hadden of dachten te hebben op een hogere functie in zo’n situatie gefrustreerd raken. Het is dus ook logisch dat korpschef Rietstra daarover bij de minister aan de bel gaat trekken. Ook de bewindsvrouw zelf is allerminst gebaat bij onrust in de politietop en daaronder.

Minister Ter Horst stelt te hebben gekozen voor een tweesporenbeleid bij de benoeming voor topmensen bij de politie: enerzijds hantering van een quotering, anderzijds door via talentenprogramma’s en dergelijke doorstroming te bevorderen. Als dat laatste ertoe leidt dat meer vrouwen op de hogere posten terechtkomen, is dat winst.

Dat is altijd beter dan dit via quotering te forceren. De minister heeft laten weten dat bij benoemingen uiteindelijk niet geslacht of afkomst doorslaggevend zal zijn, maar de kwaliteit van de persoon. Dat is verstandig, maar het op voorhand verplicht stellen van een quotering verdraagt zich slecht met een dergelijk uitgangspunt.