Verbonden met Ruslands lot

Aleksandr Solzjenitsyn overleed afgelopen zondag.

Met zijn overlijden heeft Rusland een god verloren.

Miljoenen mensen associëren Solzjenitsyn met het lot van Rusland zelf, zei president Poetin in 2007 toen hij de Nobelprijswinnaar een grote Russische Staatsprijs overhandigde. Een betere omschrijving is er niet, want als er één schrijver in zijn werk de waarheid vertelt over de onderdrukking van het Russische volk door de communistische dictatuur dan is dat Solzjenitsyn.

Zijn schrijverscarrière begon in 1962 onstuimig toen het liberale tijdschrift Novy Mir de novelle Een dag van Ivan Denisovitsj afdrukte. Dankzij de culturele dooi onder Stalins opvolger Chroesjtsjov kon de gewone Rus ineens lezen wat miljoenen landgenoten in Stalins concentratiekampen hadden meegemaakt. Het boek had een hoog echtheidsgehalte. Als officier van het Rode Leger was Solzjenitsyn aan het eind van WO II zelf naar een werkkamp gedeporteerd.

Een dag van Ivan Denisovitsj maakte de 54-jarige debutant wereldberoemd. Maar vlak daarna draaide het conservatieve deel van de cultuurpolitici de literaire vrijheid grotendeels terug. In 1963 kreeg hij nog verhalen gedrukt, maar de reacties van de autoriteiten werden heftiger. Zijn roman Kankerpaviljoen mocht niet verschijnen en werd in ondergrondse samizdat-uitgaven verspreid. In 1968 verscheen het werk in het buitenland, gevolgd door In de eerste cirkel. Waarna hij een jaar later uit de Schrijversbond werd gezet. In het buitenland was zijn reputatie inmiddels enorm.

Het wekte dan ook weinig verbazing toen hem in 1970 de Nobelprijs werd toegekend. Solzjenitsyn stuurde een danktelegram aan het Nobelcomité waarin hij zei de prijs te beschouwen als een eerbetoon aan de Russische literatuur en de geteisterde Russische geschiedenis. De volgende dag schilderden Pravda en Izvestija Solzjenitsyn af als de lieveling van westerse reactionaire kringen. Hierna verscheen zijn werk alleen in het buitenland, met als hoogtepunt de Goelag Archipel, in 1973. Kort daarna werd hij gearresteerd en op 13 februari 1974 naar het buitenland gedeporteerd.

Pas na de ineenstorting van de Sovjet-Unie keerde hij naar Rusland terug. Sindsdien pleitte hij voor een sterk autoritair regime: alleen zo kon Rusland efficiënt worden bestuurd. De huidige verlichte dictatuur was de beste garantie voor de wederopbloei van zijn vaderland, dat in zijn ogen door Jeltsin te grabbel was gegooid.

Lees de recensie van de Goelag Archipel (1973, 1.844 blz) op nrcnext.nl/links

    • Michel Krielaars