Ouderwetse straf voor Olympische lastposten

De Olympische Spelen hebben de mensenrechten in China niet verbeterd.

Alleen zware misdrijven komen voor de rechter. Lokale bestuurders beslissen de rest.

Agent in burger houdt een demonstrant aan met een spandoek. Daarop staat dat hij uit zijn huis is gezet en de autoriteiten wil spreken. Foto AFP A plainclothes Chinese policeman (L) intercepts a protester who was holding a banner saying he was evicted from his home and wants to meet with higher authorities, in Tiananmen Square in Beijing on July 01, 2008. Top Chinese leaders and international experts say Beijing could be a terrorist target during the August 8-24 Games and China has mobilised an anti-terrorist force of almost 100,000 commandos, police and army troops. Critics have accused Beijing of playing up the terror threat to provide an excuse to crack down on dissent. AFP PHOTO/Mark RALSTON AFP

Het is geen toeval dat vier dagen voor het begin van de Olympische Spelen bij het chique winkelcentrum Pacific Place in de Chinese hoofdstad Peking de bedelaars zijn verdwenen. Net als de straatventers die geroosterde kastanjes en eierpannenkoekjes verkopen. Zelfs de mannetjes die voor een paar yuan je band plakken zijn weg.

Het zijn de schoonveegacties, veelal door lokale bestuurders, die op kritiek van Amnesty International zijn komen te staan. De organisatie beschuldigt China er bovendien van de Olympische Spelen te gebruiken om ook allerlei andere groepen aan te pakken. Zo zouden volgens Amnesty, die de Falun Gong citeert, de afgelopen maanden duizenden leden van deze verboden religieuze beweging in kampen zijn verdwenen.

De mensenrechtenschendingen door lokale bestuurders en politie zijn volgens de hoogleraar strafrecht Liu Renwen, die is verbonden aan de gerenommeerde Chinese Academie van Sociale Wetenschappen, het gevolg van slechte wetgeving. Daardoor kan de politie volgens Liu, zo’n beetje de enige inwoner van Peking die vlak voor de Spelen nog onafhankelijke uitspraken durft te doen over de autoriteiten, betrekkelijk willekeurig optreden en mensen voor kleine vergrijpen jarenlang opsluiten in heropvoedingskampen. Van deze kampen zijn er in China circa driehonderd, waarin volgens officiële cijfers 300.000 mensen vastzitten. In de kampen heerst een streng regime en volgens de beste tradities van de Culturele Revolutie (1966-1968) moeten de gevangenen zelfkritiek schrijven.

China hanteert een strafrecht dat nog dateert uit Mao’s tijd. De wetgeving werd in 1955 ingevoerd en kent alleen zware vergrijpen als moord en verkrachting. Mindere vergrijpen vallen niet onder het strafrecht en worden door lokale autoriteiten met administratieve maatregelen aangepakt, zonder dat er een rechter aan te pas komt. Het heropvoedingskamp is zo’n administratieve maatregel en is dan ook een belangrijk instrument voor het plaatselijk gezag om de eigen machtspositie veilig te stellen.

Om iets aan de willekeur en macht van de bestuurders te doen, stuurde hoogleraar Liu eind vorig jaar samen met 69 andere vooraanstaande Chinese wetenschappers een open brief aan het Volkscongres, het Chinese parlement dat weinig directe invloed heeft maar wel een belangrijk platform is voor de ontwikkeling van nieuw beleid. Daarin pleitten zij voor afschaffing van het in hun ogen verouderde systeem van heropvoedingskampen.

Liu kreeg vrijdag steun van de hoogste Chinese leiding. Lokale partijfunctionarissen in China moeten meer verantwoording afleggen, liet president Hu Jintao afgelopen vrijdag tijdens een bijeenkomst voor buitenlandse journalisten weten. De persconferentie werd daarmee niet alleen uniek omdat het Hu’s eerste directe en openbare ontmoeting was met de internationale pers. China’s belangrijkste leider benoemde ook ondubbelzinnig een van de belangrijkste oorzaken voor de vele mensenrechtenschendingen.

Plaatselijke autoriteiten worden in China van hogerhand met rust gelaten zolang het in hun stad of streek rustig blijft. Dat geeft de bestuurders een zekere ruimte om naar eigen inzicht de orde te handhaven en de machtspositie te verzekeren. De afgelopen maanden traden zij strenger op dan anders en pakten iedereen aan die een bedreiging zou kunnen zijn voor de rust voor of tijdens de Olympische Spelen. Geen enkele lokale bestuurder wil immers in de aanloop naar het grootse sportevenement verantwoordelijk worden gehouden voor een aanslag, een demonstratie van de verboden Falun Gong of een uit de hand gelopen straatruzie.

Dat het hier om een serieus probleem gaat, blijkt wel uit het verhaal van Yan Jian. Hij werd van een eenvoudige fietsendiefstal verdacht en was zo bang voor de gevolgen dat hij op 2 juli in Shanghai het politiebureau binnenstapte. Hij schoot daar vijf agenten dood.

De dramatische moordpartij is geen incident. Opvallend zijn wat dat betreft de steunbetuigingen die Yan kreeg op internet, waar met name jonge Chinezen een ongekende openhartigheid aan de dag leggen. „Ik vind het geweldig dat er nu eindelijk iemand wraak heeft genomen. Op de gevel van het politiebureau staat: ‘Problemen? Ga naar de politie’. Is dat niet cynisch als je bedenkt dat politieagenten de handlangers zijn van corrupte lokale autoriteiten?”, schrijft een blogger op de site Fantianxia.

Ondanks de woorden van president Hu en zijn overtuiging dat er snel iets moet veranderen, rekent hoogleraar Liu op de korte termijn niet op baanbrekende aanpassingen. „Rond de kampen speelt een machtsstrijd. Het ministerie van Openbare Veiligheid weigert de macht af te staan aan het Gerechtshof, dat aan de top staat van de rechterlijke macht.” Bovendien betekent de invoering van goed werkend strafrecht een inperking van de invloed van lokale bestuurders en hun politiediensten, iets waar ook het op controle gerichte Peking moeite mee zal hebben.

Totdat de Chinese bureaucratieën hun strijd hebben beslecht, richt Liu zich op het verbeteren van de leefomstandigheden van de gevangenen. En daarmee boekt hij naar eigen zeggen zelfs enig succes. Zo zijn de gevangenen in het heropvoedingskamp Daxing, dat in een buitenwijk van Peking ligt, beter af dan tien jaar geleden. „Vroeger deelden daar drie gevangenen een bed. Nu heeft iedereen tenminste een eigen slaapplek. Ook het aantal arbeidsuren is vastgelegd. En sinds een jaar of tien krijgt elke gevangene een kleine vergoeding.”

Liu kijkt voorzichtig vooruit, naar de tijd die komt na de Olympische Spelen. „Ik kan alleen maar hopen dat straks iedereen weer tot rust komt. Zelfs een criticus als ik ziet dat er de laatste 20 jaar veel is verbeterd.”

    • Bettine Vriesekoop