Opwaaiend goud

Dus Pieter van den Hoogenband laat de 200 meter vrije slag lopen, het nummer waarop hij achter Michael Phelps vrijwel zeker was van een medaille – al was het maar een zilveren. Alles op de 100 meter vrij, nu. Pieter zegt ‘bezeten’ te zijn van het koningsnummer waarop hij al twee keer olympisch goud won. Maar het is ook de afstand waarop het risico net naast het podium te schieten het grootst is.

Of Pieter er wel of niet in slaagt naar eremetaal te crawlen, zeker is dat hij voor altijd de grote afkorting zal blijven: VDH. Zeker is ook dat Peking zijn laatste olympische toernooi wordt. Het lichaam wordt oud, Londen zal voor de jongere goden zijn. Kort voor het EK, dit voorjaar, zei hij: „Soms voel ik me net opa die in zijn luie stoel verhalen over vroeger vertelt.” En ook: „De machine komt wat trager op gang nu de jaren tellen. Het opladen voor een race op absolute topsnelheid kan ik nog maar twee of drie keer per jaar. Die momenten bewaar ik voor Peking.” Dat een lichaam eindige mogelijkheden heeft, weet VDH sinds een hardnekkige hernia hem lange tijd uit het water hield.

Was het ook een teken der voortbuffelende jaren dat VDH in maart Jacques Rogge van het IOC opriep namens de sporters stelling te nemen ten aanzien van de mensenrechten? De oproep was even terecht als oprecht, en veroorzaakte flink wat deining – die de concentratie wreed verstoorde. Maar VDH vond dat hij het aan zijn status verplicht was. En: „Liever nu al die ophef dan straks voor de Spelen.”

In welk zwempak propt VDH zijn stramme knoken op de 100 meter vrij? Het zal de LZR Racer van fabrikant Speedo wezen, het pak met de meest geavanceerde hydrodynamische eigenschappen dat als een gewapend korset de kromste rug recht trekt. VDH is pas kort geleden gevallen voor het superpak dat verantwoordelijk wordt gehouden voor de recente stroom aan wereldrecords. „Alles blijft op zijn plaats, fantastisch”, zei VDH. De Japanse wielrenner Tomohiro Nagatsuka is zelfs van plan dit zwempak als lichaamsomvattende steunkous op de wielerbaan te dragen nadat hij bij een training 0,2 seconden van zijn persoonlijk record had afgereden.

Afgelopen woensdag liet VDH in zijn column in De Telegraaf weten dat het stringente trainingsschema hem nu in de fase van het ‘taperen’ heeft gebracht. Rust, rust, rust, daar komt het op aan. „Veertien uur slaap per dag is eerder regel dan uitzondering.” Daar maak ik me een beetje zorgen over. Veertien uur slaap wordt in een bejaardenhuis nog niet gehaald. Maar dan begint VDH over „dat speciale gevoel in mijn buik dat er een wedstrijd aan staat te komen die allesbeslissend is”. Dat klinkt naar eeuwige jeugd, naar opwaaiend goud.

    • Peter Winnen