ik@nrc.nl

Na een drukke nacht op de verloskamers, stap ik in mijn auto op het ziekenhuisterrein. Ik heb de afgelopen 24 uur tien gezonde kinderen op de wereld geholpen. Moe, maar met een lekker gevoel rijd ik weg. Een lijkwagen staat bij het mortuarium zodanig geparkeerd dat ik even moet wachten. Er komt een baar naar buiten met een schommelend lichaam onder het laken. De contouren zijn duidelijk; hoofd, romp en voeten.

Nadat de begrafenisondernemer de stoffelijke resten in de wagen heeft geschoven, schroeft hij een ijzeren plankje tegen de voeten aan en slaat het portier dicht. Hij sluit de deur van het mortuarium, roept ‘groetjes’ en rijdt weg. Groggy sla ik het gade , zielsblij met mijn beroep.

    • Mieke Kerkhof