En de pet gaat naar een vrouw

Zowel bij de politie als in andere sectoren moeten vrouwen en allochtonen meer topposities gaan bekleden.

Maar niet iedereen kan zich vinden in dit voorkeursbeleid.

Europa, Nederland, UTRECHT, 26-09-2007 POLITIE. C.J. Stoffel Heijsman, Korpschef Politie Utrecht. Foto: Evelyne Jacq Jacq, Evelyne

In Nederland klinkt al jaren een roep om meer vrouwen en allochtonen in topfuncties. Het blijkt echter behoorlijk lastig om dat daadwerkelijk voor elkaar te krijgen. Vrouwen en allochtonen houden ondanks allerlei goede voornemens een grote achterstand, zowel in het bedrijfsleven als bij de overheid.

Desondanks besloot minister Donner (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, CDA) afgelopen voorjaar geen quotaregeling door te voeren naar Noors voorbeeld. In Noorwegen moet de raad van bestuur van ieder beursgenoteerd bedrijf sinds 1 januari voor veertig procent uit vrouwen bestaan. Nederland benadrukt de noodzaak van vrouwen in de top, maar voert geen dwang uit. Neem het voorbeeld van de burgemeesters. Het percentage vrouwelijke burgemeesters blijft al jaren steken op twintig procent. Hoewel de overheid zich sinds 2005 inspant om het aandeel van de vrouwelijke burgemeesters te vergroten, is er nog niets veranderd.

Ook in de Nederlandse politietop, van oudsher een mannenbolwerk, hebben vrouwen en allochtonen een grote achterstand. Van de in totaal 70 leden van de korpsleiding in Nederland zijn er elf vrouw en één allochtoon. Van de 75 districtchefs zijn er zes vrouw en één allochtoon. Om die reden wil minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) vrouwen in de korpsleidingen gaan parachuteren. Zij wil de komende drie jaar de helft van alle vrijkomende banen in de korpsleiding reserveren voor vrouwen en allochtonen. Voor andere leidinggevenden, zoals districtschefs, geldt een ‘quotum’ van 30 procent. Niet iedereen is blij met die aanpak.

Volgens Ans Rietstra, de in februari aangestelde politiebaas van het korps Noord-Holland Noord, brengt het voorkeursbeleid een aantal risico’s met zich mee. Zij waarschuwt de minister dat het beleid op groeiende weerstand stuit binnen de politieorganisatie. Immers, mannen die op een tweede plek zitten, zien dat ze niet meer aan de beurt komen. Het voorkeursbeleid kan volgens Rietstra „uitsluitingsmechanismen creëren richting nieuwkomers die tot uitval en vertrek leiden”.

Marilyn Haimé, directeur Inburgering en Integratie bij het ministerie van VROM, beaamt dat de achterstand van vrouwen en allochtonen in Nederland moet worden weggewerkt. Zij vraagt zich echter af of een voorkeursbeleid de juiste manier is. Als vrouwen en allochtonen ‘een streepje voor hebben’ kan dat demotiverend werken voor andere werknemers, zegt zij. Zij pleit er dan ook voor om al in de werving- en selectiefase gericht te zoeken naar een mix van kandidaten. Op die manier kan een vrouwelijke of allochtone kandidaat op basis van eigen kracht worden gekozen. „Anders zeggen ze: oh, die zit daar alleen vanwege dat kleurtje of omdat het een vrouw is.”

Trude Maas, onder meer toezichthouder bij Philips, wuift het argument dat mannen zich door het voorkeursbeleid bedreigd kunnen voelen weg. „Mannen hebben toch niet het alleenrecht op die plekken? Het is niet erg als vrouwen door het voorkeursbeleid op een hoge positie terechtkomen, als ze zich vervolgens maar waarmaken. Neelie Kroes (Europees Commissaris, red.) zit ook vanwege haar vrouw-zijn op haar plek.”

Minister Plasterk (OCW, PvdA) stelde in zijn laatste emancipatienota dat in 2010 twintig procent van de topposities in het bedrijfsleven moet worden bekleed door vrouwen. Dat lijkt zonder quotaregeling een onhaalbare doelstelling, gezien het huidige percentage (circa vijf procent). „Het lijkt me aardig als bedrijven zichzelf publiekelijk een doel stellen”, zegt Maas. „Ook een vorm van quota dus, maar dan wel zelf opgelegd.”

Haimé: „Pas als bedrijven zelf de noodzaak zien van meer diversiteit in de top en daarvan innerlijk overtuigd zijn, zullen zij meer vrouwen en allochtonen op topposities plaatsen. Eerder niet.”

Lees ook het commentaar op pagina 13

    • Barbara Rijlaarsdam