Varen tegen homohaat

Zaterdag meerde een kleine vloot af voor een tocht door de Amsterdamse grachten. De botenparade van de Gay Pride. De opvarenden stelden uitbundig aan de orde dat homoseksualiteit bestaat en zichtbaar mag zijn, of dat nu is in zwart leer, in een sober kostuum of in een niemendalletje van roze struisveren.

De eerste botenparade werd in 1996 georganiseerd, als voorbode voor de Gay Games (1998). De tocht is uitgegroeid tot een groots evenement met vertegenwoordigers van steeds uiteenlopender gezelschappen en instanties. Zo voer in de stoet zaterdag voor het eerst een bootje mee met leden van ‘Roze in Blauw’, het homonetwerk van de Amsterdamse politie. (Ze gaan niet schaars gekleed maar „in uniform”, had een woordvoerster gesust.) Ook de ‘16min-boot’ voor homoseksuele jongeren was weer van de partij. Reageerde het publiek de eerste jaren soms gegeneerd, nu stelden zich volgens de organisatie een half miljoen bezoekers langs de route op. De botenparade van de Gay Pride is een dagje uit geworden, vergelijkbaar met de intocht van Sint Nicolaas.

Door dit succes ging het lijken of er, op wat vuiltjes na, sprake was van algemene acceptatie van homoseksualiteit. Homohaat, dat viel hier toch wel mee?

Maar Sinterklaas bestaat. De Gay Pride is nog geen folklore. De boottour is een antwoord op een serieus probleem. De intolerantie is er. Zij lijkt zelfs te groeien. In asielzoekerscentra krijgen homoseksuele vluchtelingen sinds kort het advies geen uitdrukking te geven aan hun geaardheid, om te voorkomen dat ze door lotgenoten worden gemolesteerd. ‘Gewetensbezwaarde’ gemeenteambtenaren mogen weigeren homoseksuele stellen in de echt te verbinden. Op Koninginnedag trokken in Amsterdam Marokkaanse jongeren een mannelijk model van een catwalk. In het algemeen ervaren homoseksuele mannen en vrouwen een gebrek aan acceptatie vanuit religieuze kring, zowel islamitisch als christelijk.

Het was dan ook een goed signaal dat burgemeester Cohen zelf meevoer aan de kop van de botenparade, met twee wethouders en een delegatie ambtenaren aan zijn zijde. Dat liet zien dat acceptatie van seksuele diversiteit, wat het Amsterdamse gemeentebestuur betreft, een norm is. Hetzelfde gold voor de ‘Haagse boot’ die minister Plasterk (OCW, PvdA) liet organiseren voor zijn departement. Plasterk, die homo-emancipatie in zijn portefeuille heeft, bood gastvrijheid aan onder anderen de ministers Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) en Koenders (Ontwikkelingssamenwerking, PvdA). Premier Balkenende (CDA) en minister Rouvoet (Jeugd en Gezin, ChristenUnie) hadden zijn uitnodiging afgeslagen. En minister Van Middelkoop (Defensie, ChristenUnie) noemde de boot zaterdag voor de radio „misschien een beetje provocerend”.

Van Middelkoop formuleerde het omzichtig. Maar het is triest, al is het maar omdat de solidariteit met homoseksuelen nu exclusief een zaak lijkt te zijn van PvdA-bewindslieden.

Intussen schept de deelname van Cohen, Plasterk en Ter Horst verplichtingen. Elk op hun eigen gebied moeten zij blijven ijveren voor homorechten. Dat is de tol van de botenparade.