Olympische Spelen brengen nog geen verbetering

De Olympische Spelen hebben de mensenrechten in China niet verbeterd. Het verouderde strafrecht dat lokale bestuurders en politie veel macht geeft is een belangrijke oorzaak.

Een Chinese politieagent staat in Peking voor een hek bij de opening van de gerenoveerde Qianmen Straat, een bekende winkelstraat. Foto AP A police officer, seen through a wire fence, watches people when they wait for the opening of renovated Qianmen Street in Beijing, China, Thursday, July, 31, 2008. The Qianmen area's main shopping drag is being rebuilt with two-and-three-story commercial buildings that will house name-brands from Prada to Starbucks. In the narrow alleys to the east, more than 10,000 families have been moved out of their one-story courtyard homes that are symbol of old Beijing to make way for pricier residences, high-end restaurants and a boutique hotel. It gets its name from the towering gate -- Qianmen means "front gate" -- that was once an entrance to the city. (AP Photo/Alexander F. Yuan) Associated Press

Bettine Vriesekoop

Het is geen toeval dat vier dagen voor het begin van de Olympische Spelen bij het chique winkelcentrum Pacific Place in de Chinese hoofdstad Peking de bedelaars zijn verdwenen. Net als de straatventers die geroosterde kastanjes en eierpannenkoekjes verkopen. Zelfs de mannetjes die voor een paar yuan je band plakken zijn weg.

Het zijn de schoonveegacties, veelal van lokale bestuurders, die het mensenrechtenbeleid in China op kritiek van Amnesty International zijn komen te staan. De organisatie beschuldigt China er bovendien van de Olympische Spelen te gebruiken om ook allerlei andere groepen aan te pakken. Zo zouden volgens Amnesty, die de Falun Gong citeert, de afgelopen maanden duizenden leden van deze verboden religieuze beweging in kampen zijn verdwenen.

De mensenrechtenschendingen door lokale bestuurders en politie zijn volgens de hoogleraar strafrecht Liu Renwen, die is verbonden aan de gerenommeerde Chinese Academie van Sociale Wetenschappen, het gevolg van slechte wetgeving. Daardoor kan de politie volgens Liu, zo’n beetje de enige inwoner van Peking die vlak voor de Spelen nog onafhankelijke uitspraken durft te doen over de Chinese autoriteiten, betrekkelijk willekeurig optreden en mensen voor kleine vergrijpen jarenlang opsluiten in heropvoedingskampen. Van deze kampen zijn er in China circa driehonderd, waarin volgens officiële cijfers 300.000 mensen vastzitten.

In de kampen heerst een streng regime en volgens de beste tradities van de Culturele Revolutie (1966-1968) moeten de gevangenen zelfkritiek schrijven.

China hanteert een strafrecht dat nog dateert uit Mao’s tijd. De wetgeving werd in 1955 ingevoerd en kent alleen zware vergrijpen als moord en verkrachting. Mindere vergrijpen vallen niet onder het strafrecht en worden door lokale autoriteiten met administratieve maatregelen aangepakt, zonder dat er een rechter aan te pas komt. Het heropvoedingskamp is zo’n administratieve maatregel en is dan ook een belangrijk instrument voor het plaatselijk gezag om de eigen machtspositie veilig te stellen.

Om iets aan de willekeur en macht van de bestuurders te doen, stuurde hoogleraar Liu eind vorig jaar samen met 69 andere vooraanstaande Chinese wetenschappers een open brief aan het Volkscongres, het Chinese parlement dat weinig directe invloed heeft maar wel een belangrijk platform is voor de ontwikkeling van nieuw beleid. Daarin pleitten zij voor afschaffing van het in hun ogen verouderde systeem van heropvoedingskampen. „Ik heb me sterk gemaakt voor het inperken van de macht van de politie en voor het hervormen van het heropvoedingssysteem, omdat het niet meer van deze tijd is.”

Liu kreeg vrijdag steun van de hoogste Chinese leiding. Lokale partijfunctionarissen in China moeten meer verantwoording afleggen, liet president Hu Jintao afgelopen vrijdag tijdens een bijeenkomst voor buitenlandse journalisten weten. De persconferentie werd daarmee niet alleen uniek omdat het Hu’s eerste directe en openbare ontmoeting was met de internationale pers. De belangrijkste leider van het land benoemde ook ondubbelzinnig een van de belangrijkste oorzaken voor de vele mensenrechtenschendingen in China.

Plaatselijke autoriteiten worden in China van hogerhand met rust gelaten zolang het in hun stad of streek rustig blijft. Dat geeft de bestuurders een zekere ruimte om naar eigen inzicht de orde te handhaven en de machtspositie te verzekeren. De afgelopen maanden traden zij strenger op dan anders en pakten iedereen aan die een bedreiging zou kunnen zijn voor de rust voor of tijdens de Olympische Spelen. Geen enkele lokale bestuurder wil immers in de aanloop naar het grootse sportevenement verantwoordelijk worden gehouden voor een aanslag, een demonstratie van de verboden Falun Gong of een uit de hand gelopen straatruzie.

Dat het hier om een serieus probleem gaat, blijkt wel uit het verhaal van Yan Jian. Hij werd van een eenvoudige fietsendiefstal verdacht en was zo bang voor de gevolgen dat hij op 2 juli in Shanghai het politiebureau binnenstapte. Hij schoot daar vijf agenten dood.

De dramatische moordpartij is geen incident. In de maanden voor de Spelen liepen de spanningen tussen de Chinezen en hun lokale bestuurders regelmatig hoog op. Opvallend zijn wat dat betreft de steunbetuigingen die Yan kreeg op internet, waar met name jonge Chinezen vandaag de dag een ongekende openhartigheid aan de dag blijken te kunnen leggen. „Ik vind het geweldig dat er nu eindelijk iemand wraak heeft genomen. Op de gevel van het politiebureau staat: ‘Problemen? Ga naar de politie’. Is dat niet cynisch als je bedenkt dat politieagenten de handlangers zijn van corrupte lokale autoriteiten?”, schrijft een blogger op de website Fantianxia.

Ondanks de woorden van president Hu en zijn overtuiging dat er snel iets moet veranderen, rekent hoogleraar Liu op de korte termijn niet op baanbrekende aanpassingen. „Rond de kampen speelt een machtsstrijd. Het ministerie van Openbare Veiligheid weigert de macht af te staan aan het Gerechtshof, dat aan de top staat van de rechterlijke macht.” Bovendien betekent de invoering van een goed werkend strafrecht een inperking van de invloed van lokale bestuurders en hun politiediensten, iets waar ook het op controle gerichte Peking moeite mee zal hebben.

Tot dat de Chinese bureaucratieën hun strijd hebben beslecht, richt Liu zich op het verbeteren van de leefomstandigheden van de gevangenen. En daarmee boekt hij naar eigen zeggen zelfs enig succes. Zo zijn de gevangenen in het heropvoedingskamp Daxing, dat in een buitenwijk van Peking ligt, beter af dan tien jaar geleden. „Vroeger deelden daar drie gevangenen een bed. Nu heeft iedereen tenminste een eigen slaapplek. Ook het aantal arbeidsuren per dag is vastgelegd. En sinds een jaar of tien krijgt elke gevangene een kleine vergoeding.”

Liu kijkt voorzichtig vooruit. Naar de tijd die komt na de Olympische Spelen. „Ik kan alleen maar hopen dat straks iedereen weer tot rust komt. Zelfs een criticus als ik ziet dat er de laatste twintig jaar veel is verbeterd.”