Na jaren van kwantiteit nu de jaren van kwaliteit

Marcel van der Westen (32) plaatste zich via België voor ‘Peking’. De hordenloper vindt zich nog niet te oud voor een goed olympisch resultaat. „Ik ben net goede rode wijn: ik word met de jaren beter.”

Marcel van der Westen: „Mij prikkel je niet met mannengedrag.” Foto Dirk-Jan Visser (Foto: Dirk-Jan Visser / Amsterdam: 30-07-2008) Atleet Marcel van der Westen zal als hordeloper naar de Olympische spelen in Peking gaan. Hier tijdens een training in het Olympisch stadion. Visser, Dirk-Jan

De hordenloper keert met tegenzin terug naar Peking, maar hunkert naar de Olympische Spelen. De kennismaking met het China-communisme, zeven jaar terug bij de Universiade, beviel Marcel van der Westen matig, maar de opwinding over zijn olympisch debuut overstijgt zijn afkeer. Niet eerder verlangde de atleet zó sterk naar een toernooi. „Ik wil het allerbeste van het allerbeste uit mezelf halen.”

Van der Westen is een vrijdenker aan wie de idealen van het collectivisme niet zijn besteed. Als solist heeft hij ‘Peking’ gehaald. En daar is de atleet trots op. Trots dat hij zijn eigen (Belgische) trainster heeft kunnen kiezen, zijn financiën op orde heeft gebracht en een biotoop heeft gecreëerd waaruit hij op relatief late leeftijd de stap naar het olympische niveau heeft gezet. Het is best bijzonder dat een hordenloper van 32 jaar debuteert bij de Olympische Spelen.

Om diverse redenen is de logica bij Van der Westen vaak ver te zoeken. Een atleet die vier jaar geleden zich voortdurend stukbeet op de limiet voor ‘Athene’ verwacht je niet in Peking. Evenmin een sporter die twee jaar geleden wilde stoppen. En helemaal geen man die het Bourgondische leven omarmt en topsport combineert met een vierdaagse werkweek.

Maar de sporter die laat tot wasdom is gekomen, zou je ook slachtoffer van zijn veelzijdigheid kunnen noemen. Hoe goed had Van der Westen kunnen zijn als hij niet twee rechtenstudies had afgerond en niet preferred banker bij ABN Amro was geworden? Heel goed, volgens zijn trainster Lieve van Mechelen, die stelt dat hij met zijn dubbelleven energie verspilt en zich als sportman tekortdoet.

Van der Westen nuanceert dat beeld. „Voor een hordenloper is twee uur trainen per dag genoeg. Ik mis vooral rust. Toegegeven, dat is niet ideaal. Maar ik vind het heerlijk werk en sport te combineren. Ik geloof in één leven en ik wil dat optimaal benutten.”

De maatschappelijke concessie die hij heeft gedaan was het stapje terug van een baan als btw-specialist bij een accountancy naar die van vermogensbeheerder bij een bank. „Zo loopt de de voortgang van mijn maatschappelijke carrière geen gevaar. Ik weet dat ik kans blijf houden op een topcarrière. Een geruststellende gedachte.”

Op de atletiekbaan weerlegt Van der Westen de scepsis met zijn voortdurende vooruitgang. Glimlachend: „Ik ben net goede rode wijn: ik word met de jaren beter. Maar hordenlopen is ook een trucje. Als je dat beheerst, kun je het lang volhouden. Hoe? Door minder brute kracht te gebruiken en meer op techniek te lopen. De kwantiteit heb ik jarenlang geleverd, nu laat ik de kwaliteit zien.”

Met dank aan Van Mechelen, zijn Belgische trainster die hem in 2006 uit een moeras van neerslachtigheid trok. Hij wilde na zijn breuk met trainster Ineke Bonsen stoppen, maar Van Mechelen gaf Van der Westen nieuwe prikkels. „Ineke was als coach opgebrand. De laatste twee jaar ging bij haar alles op de automatische piloot. Ja, Ineke zegt dat ze Gregory Sedoc en mij er heeft uitgeschopt. Ach, typisch Ineke. Maar de waarheid ligt in het midden; het is in goed overleg gegaan. Als de coach niet meer geïnspireerd is, raakt de sporter minder gemotiveerd. Maar we bellen en sms’en nog intensief. Onze relatie is niet verstoord.”

In België ontving Van der Westen nieuwe impulsen, ook al ligt de trainingshal niet langer om de hoek, maar reist hij vrijwel elk weekeinde naar Herentals. En het effect was al snel merkbaar. Van der Westen: „Na drie maanden bruiste ik als een jonge hond. Wat Lieve me vooral heeft bijgebracht is snelheid. Ik loop nu als een sprinter en mijn explosiviteit is met dertig procent toegenomen. Ze heeft me opnieuw afgesteld. Nee, dat had een Nederlandse trainer niet gekund. Ik ken in Nederland elke coach, maar met niemand heb ik een klik.”

Vanwaar toch Van der Westens voorkeur voor vrouwelijke trainers? Zelfverzekerd: „Ze hebben oog voor detail. En gevoel. Ik ben een emotioneel mens. Als ik een slechte dag heb, merkt een vrouw dat. Lieve past dan de training aan, zodat ik toch met een goed gevoel de baan verlaat. Ik moet wel zeggen, dat mijn trainsters ‘mannelijke’ vrouwen zijn, zeker geen tutjes. Het type: niet lullen, maar doen. Mij prikkel je niet met mannengedrag. Een vrouw triggert me door te zeggen: ‘Als je niet wilt, ook goed, dan ben ik weg.’ Een man zou zeggen: ‘Je móet dit doen.’ Dat roept bij mij al gauw weerstand op. Dan krijg ik iets van: fuck you.”

Van der Westen zal altijd relativeren, zelfs nu hij de Spelen heeft gehaald. Het houdt hem scherp. „Ik vind dat je van alles in het leven moet genieten, want er hoeft morgen maar ‘dit’ (en hij knipt met zijn vingers) te gebeuren of het is voorbij. Zeker in topsport, dat ik zie als een aaneenschakeling van teleurstellingen met af en toe een hoogtepunt.”

Alsof hij de goden had verzocht, want twee dagen na die uitspraak viel Van der Westen bij een wedstrijd in Luzern. Het gevolg: een sleutelbeenbreuk. De Olympische Spelen leken onhaalbaar. Gelukkig voor de atleet kon orthopedisch chirurg Henk van der Hoeven hem operatief dusdanig helpen dat hij de Spelen niet hoeft te missen.

Van der Westen zegt kort te hebben gevreesd voor zijn deelname aan de Spelen. „Ik heb onmiddellijk gebeld met sportarts Peter Vergouwen, die me direct geruststelde. En hij had gelijk, want Van der Hoeven heeft een titaniumplaatje in de schouder gezet en een week later kon ik al weer trainen. De pijn is bijna verdwenen en ik vertrouw erop dat ik tijdens de Spelen mijn ouder niveau haal.”

De opluchting was groot, want Van der Westen heeft veel tegenslag gekend, zozeer dat hij in 2006 wilde stoppen. Hij deed het niet. „Omdat ik er niet klaar mee was. Ik kwam thuis en dacht: nee, zo afscheid nemen past niet bij mij. Ik herinnerde me de les van mijn vader, die luidde: je moet niet met spijt naar het verleden kijken. Als ik was gestopt, zou ik spijt hebben gekregen, omdat ik het eind van mijn carrière zelf wil bepalen.”

Hoe verstandig die keus is geweest, bewijst Van der Westen met zijn kwalificatie voor de Spelen, waarvan de impact hem intrigeert. „Nadat ik Athene had gemist, heb ik mezelf wijsgemaakt dat de Spelen niet zo speciaal zijn. Hoe onterecht dat is, merk ik nu aan de belangstelling voor mijn persoontje. Daarom wil ik goed voor de dag komen. En niet alleen mijn best doen, zoals mijn moeder altijd zegt. Ik wil meer. Ik heb echt het idee dat ik in Peking iets heb te zoeken. Het gevoel dat je bijna moet overgeven en dat je bijna in de broek poept van spanning, dát gevoel wil ik oproepen. En dan de baan opstappen met de gedachte: vandaag ga ik het maken.”

Twaalfde en laatste deel in een serie olympische portretten. Lees vorige delen op nrc.nl/olympiërs

    • Henk Stouwdam