Mijnheer Sartre overdrijft. Het is leuk op de markt

‘De hel, dat zijn de anderen.”

De man laat het Jean-Paul Sartre zeggen, in witte letters op zijn zwarte T-shirt, en zorgt zelf voor de bijpassende mimiek. Om één uur ’s middags beent hij alweer weg van de Deventer boekenmarkt, en kruist onze stoet van slome, zondagse treingangers.

Een beetje tegenzin heb ik ook wel. Een boekenmarkt is zo’n evenement waar ik van nature liever over lees. En dan is dit ook nog de allergrootste boekenmarkt – 878 kramen, schijnt. Maar soms vermant een mens zich. Bovendien bood mevrouw Lekker-weg-in-eigen-land vanmorgen op de radio als alternatief alleen maar oog-in-oog ontmoetingen met enge beesten aan, of anders een miet en griet met Bert en Urnie. Wie van mijn grootste held („Hoei!”) zomaar ongevraagd een Amerikaanse expat maakt, hoeft op mij niet te rekenen. Op naar Deventer dus. Er hangt al een wolkendek. Geen geslaagd Hollands uitje zonder wolkendek, vind ik. Hoe dikker, hoe gezelliger.

Mijnheer Sartre overdrijft. Het is leuk op de markt. De lappentassen, beige broeken en gezonde schoenen zijn allemaal aardig en beleefd, en met het eng-literaire gehalte van het aanbod valt het ook erg mee: het eerste boek dat ik zie liggen is Sjef van Oekel breekt door. Ik koop het meteen.

Er zijn zelfs niet-boeken. „Deze moet ik hebben”, zegt de man die een Beatles-klassieker aantreft in de dozen van Koning Willem, verkoper van elpees en spellen. „Die kun je toch helemaal niet meer drááien”, zegt de vrouw die over zijn schouder meekijkt. „Jawel hoor”, zegt de man. „Ik heb de platenspeler nog. Op zolder.” „Maar als die het nou helemaal niet meer dóét?” vraagt de vrouw. „Die doet het nog wel”, zegt de man. „Ik zal er een boel voor moeten doen, maar hij doet het nog wel. Nu eerst geld pinnen. Kom.” Hij beent blij naar de rij voor de geldautomaat.

Het wolkendek breekt. Ik duik een kroegje in. „Die trap!” hijgt het dametje dat na mij de noodlanding naar de toiletten in de kelder maakt. „Je kunt hier maar beter niet te veel drinken!”

„Cappuccino’s doen we niet vandaag”, zegt de waardin, met dieprode wangen van opwinding over deze topdag. „Dat zou zo’n enorm gedoe geven, met die melk in deze warmte, en dat-ie dan opschuimt, en dat ze dan maar áchter elkaar door bestellen, en door…” Ze gloeit.

„Koffie is ook goed”, zeg ik.

Aaf is volgende week maandag terug van vakantie.

Lees de columns van Sandra op nrcnext.nl/sandra

    • Sandra Heerma van Voss