Lyrische muziek in Delft

Klassiek Delft Chamber Music Festival. Prinsenhof Delft. T/m 10/8. Radio 4: 9/8 13-17u; 19-23u. Inl. www.delftmusicfestival.nl

Zingen met de stembanden, maar ook met instrumenten in lyrische muziek – dat is het thema van het twaalfde Delft Chamber Music Festival van violiste Liza Ferschtman, met veertig vrienden.

Een zangeres met opvallend rood geverfde lippen, in 1908 geschilderd door Kees van Dongen, staat op de affiches en het programmaboek. De kleuren geel, groen, blauw en rood zijn dezelfde van Het melkmeisje van de Delftse schilder Vermeer, maar dan feller.

Zo’n idee is exemplarisch voor het voorbeeldige programmeren van Ferschtman. Zang en lyrische instrumentale muziek wisselen elkaar niet alleen af, maar gaan ook samen. Zo speelde gisteravond de Franse altviolist Antoine Tamestit de tweede stem in liederen van Frank Bridge en Julius Röntgen, gezongen door mezzosopraan Christianne Stotijn en begeleid door Julius Drake.

Tamestit, die ’s middags met zijn indringende en dramatische musiceren tijdens een puur Shakespeareconcert furore had gemaakt in een kamermuziekversie van Prokofjevs suite uit Romeo en Julia, zorgde voor een sterke intensivering van het geheel. Ook zette hij het zingen van Stotijn voort op zijn Stradivarius-altviool.

Christianne Stotijn beheerste een groot deel van het openingsweekeinde. Ze zong met veel inzet en interpretatieve zorgvuldigheid liederen van Bottesini, Vaughan Williams, Grieg, Bridge, Röntgen en Tsjaikovski, begeleid door pianist Julius Drake en door haar broer Rick Stotijn op contrabas.

Stotijns zangstijl wisselt met het grootste gemak: van heldere directheid in repertoire dat gebaseerd is op het eenvoudige volkslied, tot een forse pathetiek in Bridge (Where is it that our soul doth go?) en Tsjaikovski. Donderdag zingt ze deze en meer liederen van Tsjaikovski ook in Amsterdam.

Liza Ferschtman zelf is nóg aanweziger op haar eigen festival. Zo voerde ze op de openingsavond een strijksextet aan in Tsjaikovki’s Souvenir de Florence waarvan het Adagio cantabile ook al het festivalthema representeert. Het kon smeltender en sentimenteler, maar ook schmierender, en juist dat vermeed Ferschtman, net als in Korngolds suite uit de toneelmuziek bij Much ado about nothing.

‘Delft’ is een waterval van jonge, internationale topkwaliteit. Zoals de Franse celliste Anne Gastinel met haar grote toon. En de imponerende Duitse bariton André Morsch, even prominent zingend.

    • Kasper Jansen