Ik ga op reis en neem mee: mijn PSP

De sociale leefwereld van kinderen is veranderd.

Bijna ieder kind vanaf zeven jaar neemt een spelcomputer mee op vakantie. Fabrikanten spelen daar op in.

Leroy (9) is met zijn moeder, haar vriend en zijn Nintendo DS op weg naar huis. Op de Brabantse tankplaats Kleiwijk vertelt hij dat hij het liefst Starwars speelt op zijn draagbare spelcomputer, en het meest in de auto: „Anders moet ik de hele tijd naar buiten kijken.” Bang dat zijn batterij leeg raakt is hij niet; Nintendo verkoopt speciale auto-opladers, daar heeft Leroy er een van.

Iets zuidelijker, op tankstation Hazeldonk, vlak voor de grens met België, installeert de vader van Dana (7) en Iris (5) dvd-spelers in de hoofdsteunen van zijn stationwagen. „Ik dacht, dat doe ik onderweg ergens, vlak voordat ik boos begin te worden.” Nu kunnen zijn dochters films kijken en computerspelletjes spelen onderweg naar Zuid-Frankrijk. Ieder heeft daarnaast haar eigen Nintendo DS, de één een lichtblauwe en de ander een witte.

Dana, Iris en Leroy passen precies in de trend dat steeds meer kinderen computeren en dat gewoon blijven doen op vakantie. Computers – draagbaar of niet – en kinderen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, zegt Marjolijn Bonthuis. Zij is projectleider van Digibewust, een organisatie van overheid, belangenorganisaties en bedrijven als KPN, UPC en TNT, die onderzoek doet naar de invloed van computerspelletjes op het gezin.

Voor bijna ieder kind vanaf ongeveer zeven jaar is het tegenwoordig normaal om een DS of Playstation Portable (Sony) in de auto te hebben, zegt Bonthuis. „In plaats van een zak met boekjes die aan de autostoel hangt. De sociale leefwereld van het kind is veranderd.”

Op de camping speelde Leroy maar weinig met zijn DS, zegt hij, alleen soms met het nieuwe spel dat hij kreeg. Leroy kreeg zijn draagbare spelcomputer al met Kerst. Met het nieuwe spel dat hij nu in juli kreeg, past hij zonder dat hij of zijn moeder het weet precies in het plaatje van de verkoopcyclus van spelcomputergiganten.

De decembermaand en de zomerperiode vormen de twee grote pieken in de verkoop van spelcomputers en spellen. Fabrikanten spelen op de vakantiemaanden in. Sony en Nintendo presenteerden in juli allerlei nieuwe titels en ze bieden goedkopere combinaties aan van spellen en handhelds, zoals de producenten de draagbare spelcomputers noemen.

In de zomermaanden valt een groeiende winst te behalen, blijkt ook uit onderzoek. Steeds meer Nederlanders nemen handhelds mee op vakantie. Volgens onderzoek van Goos Marketing Research, gedaan in opdracht van onlinewinkel Bol.com, heeft 60 procent van de gezinnen met kinderen een spelcomputer mee in de bagage of op de achterbank. Dat is 20 procent meer dan het jaar ervoor. Gemiddeld slepen gezinnen voor 9,5 kilo aan laptops, camera’s, spelcomputers en dvd-spelers mee.

Op camping De Katjeskelder in Oosterhout (Noord-Brabant) klopt dat percentage ongeveer. Op veld S, waar de caravans en tenten achter de rijen bungalows staan, willen de meeste campinggasten niet met hun achternaam in de krant. Wel heeft bijna ieder gezin een spelcomputer in de voortent. Schamen ze zich? Volgens Marjolijn Bonthuis zijn het eerder grootouders die misprijzend naar hun kleinkinderen kijken die niet achter de computertjes zijn weg te slaan, dan ouders. „Die vinden het ergens wel prettig, dat de kinderen zo bezig zijn.”

De Nintendo DS en de Playstation Portable (Sony) zijn het populairst op De Katjeskelder. Samantha, een blonde meid van veertien met een piercing in haar neus, zit met vader en zus aan de plastic tuintafel. Ze speelt zelf op de camping weinig met haar Nintendo DS, vertelt ze. Sowieso mag ze er alleen ’s avonds op. Dus de spelcomputer is alleen mee om de tijd op de achterbank te doden? „Nee, in de auto hebben we een dvd-speler.” Vader en dochters wijzen naar de caravan op de hoek: daar hebben ze een Playstation én een DS.

Op veld T speelt Brigitte (14) met een paarse Gameboy Advance. Op tafel ligt een stapel spelletjes. Ook de ‘gewone’ Nintendo is mee, vertelt ze. Die delen ze met de buren. In de hoek van het veld spelen de twee zonen van Wim Bos achter de tent. Bos heeft een spelcomputer meegenomen, maar zijn kinderen spelen er niet op. Hij dempt zijn stem: Dennis en Ruben weten niet dat de computer in de caravan ligt. „Pas als het echt slecht weer is, haal ik die tevoorschijn.”