Het wereldwijde gelukscentrum

nrc.next-redacteuren nemen de bus, trein, tram of metro. En stappen uit bij een halte, ergens op het eind van de lijn.

Vandaag: hoofdkwartier van de transcendente meditatie.

Het wereldwijde gelukscentrum Halte: Maharishi-tempel in Vlodrop Foto David Galjaard en Christian van der Kooy

Mijn oma kan hoppen. Ze stuitert dan, in lotushouding, rond als een kikker. Ook kan ze stress uit je rug wrijven terwijl ze boeren laat en kan ze op afstand ervoor zorgen dat het goede je overkomt en het slechte je spaart. Mijn oma is van de transcendente meditatie.

Omdat ik nooit goed begrepen heb wat dat is, ben ik nu in het Limburgse Vlodrop, driehonderd meter van de Duitse grens. Hier moet ergens het internationale hoofdkwartier van de transcendente meditatie gevestigd zijn. Het is de plek waar in februari dit jaar zijn geestelijk leider Maharishi Mahesh Yogi op 91-jarige leeftijd overleed. Dat was wereldnieuws, want de Indiase goeroe heeft vier miljoen volgelingen.

Het hoofdkwartier ligt aan het einde van een doodlopende rijksweg. Een uur lopen vanaf de dichtstbijzijnde bushalte. De weg ernaartoe is verlaten. Een voetpad ontbreekt. Loofwoud, torenhoge naaldbomen en brede rijen varens verhullen een handjevol villa’s en seksclub Jan Bik.

Aan het einde van de weg staat een groen hek met gouden punten. ‘Privéterrein’. Een lange oprijlaan met aan weerszijden klassieke lantaarnpalen leidt naar een felgeel paleis. Een vrouw in blauw gewaad passeert. Een bebaarde man op sandalen met een tak in zijn hand komt uit het bos.

Van dichtbij blijkt het paleis een Indiase tempel geschilderd op een metershoog doek. Het doek is gespannen voor een klooster in verval. Vlaggen met de afbeelding van een zon wapperen in de wind. Dit moet het zijn.

„Hallo meneer, wat komt u doen?” Vanuit een houten keet naast de slagboom kijkt een beveiligingsman mij dreigend aan.

„Ik ben journalist en kom voor een reportage.”

„Ja en?”

„Mag ik naar binnen?”

„Dat gaat niet hè. Privéterrein.”

De man lijkt onvermurwbaar. Totdat ik over mijn oma en haar hoppen begin.

„Zo zo, dan is ze al vergevorderd.”

Hij pleegt een telefoontje en over een half uur zal ik worden opgehaald door de heer Jung.

Wat er op deze plek precies gebeurt? De besnorde beveiligingsman kijkt me droogjes aan. „Dit hier heeft met satellietschotels te maken.”

Hij reikt me een kop koffie aan. „Suiker, melk?”

Hiervandaan, vertelt hij, worden 24 uur per dag televisie-uitzendingen verzorgd voor volgelingen van de Maharishi. De uitzendingen kun je met een speciaal kastje in de hele wereld thuis ontvangen.

De beveiligingsman, Frans, is zelf niet van de transcendente meditatie. Al is hij er wel nieuwsgierig naar. „Je ziet weleens wat, je hoort weleens wat. Maar het is net als met asperges: ik kan je wel vertellen hoe ze smaken, maar je moet ze toch echt zelf proeven om te weten hoe het is.”

Toen Maharishi nog leefde moest Frans hem beschermen. Dan kwamen er dikwijls mensen langs met visioenen. Die móésten Maharishi iets vertellen. Iets dat de wereld aanging. Maar Maharishi ontving geen gasten meer. Zeker de laatste jaren niet. Frans moest de bezoekers teleurstellen. „Sommigen waren echte volhouders. Die kwamen uit Duitsland of Australië, hadden hier vlakbij voor weken een hotel gehuurd en kwamen elke dag langs.”

Frans wijst naar een afbeelding achter zijn raam. Een omgeving vol paleizen. „Zo had het hier moeten worden hè. Maar het is allemaal anders gelopen.” Hij vertelt dat Maharishi het klooster wilde afbreken om er een paleis te bouwen. Dat de gemeente daar in 2001 toestemming voor gaf, maar dat de politie de sloop na een uur stillegde. De provincie wilde het klooster behouden en de vergunning werd ingetrokken. Omdat de eerste kraters in het dak toen al waren geslagen, rot het klooster nu langzaam weg. De zaak ligt nog altijd bij de rechter. Het doek moet het enorme klooster in de tussentijd enigszins verbloemen.

Een blanke man in wit pak met gouden stropdas en zilvergrijs haar arriveert. Het is meneer Jung, woordvoerder van de internationale organisatie. Hij neemt me mee over een grindpad langs luxe, maagdelijk witte appartementen, vaste verblijfplaats voor zo’n driehonderd bewoners, en langs een campus, bedoeld voor buitenlanders die hier Maharishi’s leer bestuderen. Overal rijden mensen rond in golfkarretjes. Veelal gehuld in witte gewaden, een enkeling met gouden kroon. Anderen harken het gras, knippen een heg of witten een muurtje.

Maharishi, die zich in 1990 in het klooster vestigde, trok in bij zo’n vijftig volgelingen die er al enkele jaren woonden. Vlodrop leek hem het ideale hoofdkwartier voor zijn wereldorganisatie. Niet alleen vanwege het klimaat, dat voor zijn vele westerse gasten ’s zomers aangenamer was dan in India, ook zag hij in Vlodrop het ideale communicatiecentrum van waaruit hij met satellietverbindingen zijn beweging kon leiden.

Al snel liet de goeroe naast het klooster een tempel, tevens woonhuis, bouwen. Gebouwd naar vedische maatstaven. Jung: „Dat betekent: in overeenstemming met de zon. Want dat is onze belangrijkste kracht. Die voedt alles. Volgens de vedische leer bouw je de keuken daarom richting de zon, want voor koken heb je energie nodig. De slaapkamer ligt juist in de schaduw, anders word je maar duf.” Doel van dat alles: zo lang mogelijk blijven leven, in zo’n goed mogelijke conditie. „Dat is de kern van Maharishi’s leer.”

Voor de tempel ligt een observatorium. Een stenen radarwerk van halfronde cirkels met allerlei meetapparatuur. „Vedische astrologie”, legt Jung uit. „Hiermee kunnen we de sterren bestuderen. Blijkt uit de sterren dat er ergens oorlog wordt verwacht, dan kunnen wij dat op subtiele manier voorkomen. Wij zijn een soort wasmachine die alle negativiteit uit de wereld wast.”

Hoe? „Het bewustzijn van een individu, maar ook van een land, kan gespannen zijn. Wij verminderen die spanning door te mediteren. Zie het als een druppel koud water dat je over kokend water sprenkelt. Het kokende water wordt dan even rustig, het ontspant.”

Maar dat ontspannen gaat niet zomaar. „Om de spanning van een ander te verminderen moet je eerst zelf volledig in evenwicht zijn. Dat kost vele jaren studie en meditatie. Je moet op zoek naar de bron in jezelf. Want daar vind je oneindige stilte, oneindige energie, oneindige intelligentie en oneindig geluk. En geluk is vrede. Dus heb je dat eenmaal gevonden, dan begin je dat steeds meer naar anderen uit te stralen.”

Dat uitstralen gaat volgens Jung kwadratisch: hoe meer mensen samen mediteren, hoe meer ze hun vrede zullen uitstralen. Om de hele wereld tot rust te brengen heb je volgens hem de wortel van één procent van de hele wereldbevolking nodig. Dat komt volgens hem neer op zo’n achtduizend zeer geoefende mensen die samen op één plek mediteren.

Maar waarom zijn die er dan nog niet? Jung: „Daar wordt aan gewerkt. In India moeten we volgend jaar twintigduizend professionals permanent bij elkaar hebben gebracht. Dan hebben we een safetyfactor. En in Nederland, dat aan vierhonderd mensen voldoende heeft, gaat het al heel redelijk: naast Vlodrop, waar zo’n driehonderd mensen permanent mediteren, wordt ook elders flink gemediteerd. Dat heft het feit dat we niet allemaal bij elkaar zitten weer op.”

Eigenlijk, zegt Jung, is hier in Vlodrop het centrum van onze wereldwijde geluksvoorziening gevestigd. „Wij zijn hier dag en nacht bezig om de wereld te verbeteren.”

Mijn verzoek om even in de meditatieruimten te gluren kan hij daarom écht niet honoreren: „Dat kan de energiebalans verstoren.” Het geeft niet, ik zou niet eens meer willen. Stel dat het zomaar een zelfmoordaanslag in de Gazastrook kan schelen. Dat wil toch niemand op zijn geweten hebben.

    • Freek Schravesande