Het doel: vechten tot alle stemcomputers bij het grofvuil staan

Kunnen ‘gewone burgers’ de politiek beïnvloeden? Ja. Bijvoorbeeld als het gaat om de veiligheid van stemmachines. Vierde deel van een wekelijkse serie.

De ergernis ontstond in juni 2004, toen de Ierse overheid 7.500 gloednieuwe stemcomputers van het Nederlandse bedrijf Nedap in de opslag liet staan. De Ieren moesten toch met het potlood stemmen. De veiligheid van de computers – dezelfde die 90 procent van de Nederlandse gemeenten al jaren gebruikte – was niet gegarandeerd, concludeerde een Ierse onderzoekscommissie.

De inspiratie kwam in december 2005. Toen hoorde een groepje Nederlanders de Duitse softwaredeskundige Ulrich Wiesner op een congres vertellen hoe hij verkiezingsuitslagen in Duitsland had aangevochten. Ook daar waren computers van Nedap gebruikt.

Rop Gonggrijp was bij dat clubje Nederlanders op dat congres. Hij is medeoprichter van de eerste Nederlandse internetprovider xs4all. „Wiesner had álles over elektronisch stemmen uitgezocht, technisch én juridisch. Hij had een strategie om tegen elektronisch stemmen aan te schoppen.”

De woede kwam bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2006. Gonggrijp vroeg medewerkers van zijn stembureau wat hun handtekening onder het proces-verbaal met de uitslag eigenlijk betekende. „Formeel zegt die: we hebben gecontroleerd dat de stembussen leeg waren toen we aankwamen, we hebben gezien dat elke kiezer één keer heeft gestemd, we hebben de stembussen aan het eind van de dag omgedraaid en we hebben de stemmen geteld.”

Maar dat had niets met de werkelijkheid te maken, zegt Gonggrijp. „Ze kregen een machine waar ze de ballen van snapten, die zetten ze neer, ze lieten burgers er de hele dag bij, en aan het eind van de dag drukten ze op een knop voor het bonnetje met de uitslag.”

De medewerkers reageerden „alsof ik een paranoïde freak was”, herinnert Gonggrijp zich. „Tegen een ander lid van onze groep zeiden ze : ‘Als u het niet vertrouwt, dan gaat u toch niet stemmen?’ We waren echt fucking pissed-off!”

De actie kwam in juli 2006. Toen maakte de actiegroep ‘Wijvertrouwenstemcomputersniet’ zich aan de wereld bekend. Het doel: de politiek bestoken tot alle stemcomputers bij het grofvuil zouden staan. In het najaar van 2006 „explodeerde” het onderwerp. De actiegroep liet in actualiteitenprogramma EénVandaag zien hoe ze een Nedap-computer kraakte. De paniek was groot. Op 11 oktober werden ze uitgenodigd op het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Gonggrijp. „Er zou de volgende dag een spoeddebat over stemcomputers zijn, en waarschijnlijk wilde de minister de Kamer iets te melden hebben.” Op het ministerie hoorde Gonggrijp vooral sussende geluiden. „Ze straalden uit: jongens, wij fiksen het verder wel, jullie kunnen ermee ophouden.”

Volgens Gonggrijp was de strategie van het ministerie vooral gebaseerd op tijdrekken. „Ze dachten, als we lang genoeg wachten gaan die jongens zich vervelen.” Daarom stelde toenmalig minister Nicolaï (Bestuurlijke Vernieuwing, VVD) ook twee commissies in, denkt Gonggrijp. Eén moest naar het verleden van het verkiezingsproces kijken, één naar de toekomst. Gonggrijp: „En met het heden gebeurde niets.” Dus dreigde de actiegroep in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen met een kort geding. Nicolaï, volgens Gonggrijp bang dat hij het geding zou verliezen, liet de stemcomputers van SDU – een veel kleinere leverancier dan Nedap – drie weken voor de verkiezingen afkeuren. Het haalde alle journaals: Amsterdammers moesten weer met potlood gaan stemmen! Gonggrijp: „Toen dachten Nederlanders ‘er is toch wat aan de hand’.” Maar de actiegroep was nog lang niet klaar, want Nedap was de dans ontsprongen.

Waarom bemoeide Gonggrijp zich eigenlijk met stemcomputers? Het is een fundamentale ergernis dat techniek als „een soort natuurverschijnsel” wordt gezien. Dat elektronisch stemmen onvermijdelijk zou zijn is natuurlijk onzin, zegt Gonggrijp. Juist de keuzes die je maakt bij het toepassen van techniek bepalen of je terecht komt in een politiestaat of in een vrije samenleving, zegt hij.

Het succes van de actiegroep was deels „vreselijke mazzel”, zegt Gonggrijp. „Ik had veel geld. We kregen in het begin vooral aandacht omdat ik het was. Je hoorde journalisten denken: achterlijk initiatief, wel een grote naam.”

Maar het belangrijkste was dat alle mensen die meededen „echt bijzonder” waren. Wetenschappers, technici, juristen die allemaal anderhalf jaar lang keihard hebben gewerkt. Ze wisten met goed getimede rechtszaken en meer dan twintig aanvragen voor openbaarmaking van interne stukken op grond van de Wet openbaarheid bestuur een stroom nieuws te creëren die een niet aflatende druk creëerde op de politiek. En heel belangrijk, zegt Gonggrijp: „Wij hebben humor, zijn rustig en betrouwbaar, hebben nooit gelogen of iets verdraaid. Dan krijg je ook van de overheid respect.” Voor elk debat over het onderwerp stuurde de actiegroep informatie naar Kamerleden. Gonggrijp: „Je zag soms bij zo’n debat dat de Kamer en bloc onze kant op zwaaide.”

Posters plakken en demonstreren heeft de actiegroep nooit gedaan. Gonggrijp zelf had daar nog een soort „principiële behoefte”. Maar andere leden verzekerden hem: „daar heb je geen ruk aan”. De strijd moest via de media worden gevochten, niet om gewone mensen te bereiken, maar om Kamerleden wakker te maken. Gonggrijp: „Die delen hun tijd in naar wat de media haalt.”

In het voorjaar van 2007 concludeerde de commissie die het verleden had bekeken dat de overheid al sinds de invoering van de Nedap stemcomputer niets wist en ook niets te zeggen had over welke techniek Nedap gebruikte, hoe ze het stemgeheim en de betrouwbaarheid van uitslagen garandeerden en hoe ze de machines beveiligden. De overheid was volkomen afhankelijk van Nedap en de leverancier die software voor de stemcomputer maakte. Toen ook nog bleek dat de relatie tussen de softwareleverancier en het ministerie zeer slecht was, was het ook voor Nedap voorbij. Gonggrijp: „De discussie oversteeg de techniek. Het ging opeens over wie nu eigenlijk de baas is over de verkiezingen in Nederland.”

Staatssecretaris Bijleveld (Binnenlandse Zaken, CDA), in het vierde kabinet-Balkenende verantwoordelijk voor de verkiezingen, probeerde met noodmaatregelen de ‘Nedaps’ nog te redden. Maar toen de ‘toekomst’-commissie concludeerde dat er weer op papier moest gestemd verklaarde Bijleveld direct dat het weer tijd was voor het rode potlood.

Het was natuurlijk een droom, zegt Gonggrijp. Sommige mensen voeren levenslang actie zonder resultaat. Maar je kan het ook negatief zien. „Het was vanaf dag één evident dat wij gelijk hadden, en dat de overheid een onverdedigbare positie had. Toch hebben we anderhalf jaar als leeuwen moeten vechten om gelijk te krijgen. ”

Site van de actie: wijvertrouwenstemcomputersniet.nl