Hartstocht voor de Russische waarheid

De schrijver en dissident Solzjenitsyn toonde de wereld de realiteit van Stalins strafkampen. De Nobelprijswinnaar werd een symbool voor vrijheid, maar bleef een patriot.

Aleksandr Solzjenitsyn na zijn bevrijding in 1953. Foto's AP ** FILE ** Russian writer Alexander Solzhenitsyn is seen as after his liberation in 1953. Solzhenitsyn, the Nobel prize-winning chronicler of the horrors of the Soviet gulag system, died late Sunday, Aug. 3, 2008, according to his son. (AP Photo) Associated Press

Met het overlijden van Aleksandr Solzjenitsyn, gisteren op 89-jarige leeftijd, heeft Rusland een god verloren. Want zoals president Poetin het in 2007 zei, toen hij de schrijver en Nobelprijswinnaar een grote Russische staatsprijs uitreikte: „Miljoenen mensen associëren naam en werk van Solzjenitsyn met het lot van Rusland zelf.” Beter had die omschrijving niet kunnen luiden, want als er één schrijver in zijn boeken de waarheid vertelt over de onderdrukking van het Russische volk door de communistische dictatuur, dan is dat Solzjenitsyn.

Solzjenitsyn was niet bij die prijsuitreiking aanwezig. Hij leed al langere tijd aan hoge bloeddruk en bleef liever in het huis in de omgeving van Moskou waar hij gisteren, rond middernacht lokale tijd, overleed aan hartfalen. Solzjenitsyn kreeg thuis wel Poetin op bezoek. Het leverde een intrigerende foto op: de Russische president die als een sluipmoordenaar de aan zijn bureau zittende stokoude laureaat van achteren nadert om hem die onderscheiding te overhandigen.

Een wassenbeeld was Solzjenitsyn op dat moment allesbehalve, want hij schreef het ene boek na het andere. Zijn laatste publicatie ging over de complexe verhouding tussen de Russen en de Joden in de afgelopen tweehonderd jaar. Sommige critici merkten in dit boek antisemitische passages op. Maar Solzjenitsyn, die een fanatiek aanhanger van Israël was, ontkende dit.

Aleksandr Isajevitsj Solzjenitsyn werd op 11 december 1918 in de Noord-Kaukasische stad Kislovodsk geboren als zoon van een tsaristische officier, die kort voor zijn geboorte verongelukte. Na zijn afstuderen in de wis- en natuurkunde ging hij in 1941 het leger in. Die soldatenjaren bepaalden zijn verdere leven en waren de voornaamste reden voor zijn latere éénmansoorlog tegen de Sovjetautoriteiten.

De schrijverscarrière van Solzjenitsyn begon in 1962 onstuimig toen het liberale tijdschrift Novy Mir de novelle Een dag van Ivan Denisovitsj afdrukte. Dankzij de culturele dooi onder Stalins opvolger Chroesjtsjov kon de gewone Rus ineens lezen wat miljoenen landgenoten in Stalins concentratiekampen hadden meegemaakt.

Het boek had een hoog echtheidsgehalte. Als officier van het Rode Leger was Solzjenitsyn aan het eind van de Tweede Wereldoorlog zelf naar een werkkamp gedeporteerd, nadat hij zich in een brief aan een vriend negatief over Stalin had uitgelaten. Na Stalins dood in 1953 mocht hij zijn straf uitzitten als balling in Kazachstan, waar hij maagkanker kreeg. In 1956 werd hij gerehabiliteerd. Hij vestigde zich als wiskundeleraar in het stadje Rjazan.

Een dag van Ivan Denisovitsj maakte de 44-jarige debutant wereldberoemd. Maar kort na het verschijnen van het boek draaide het conservatieve deel van de cultuurpolitici de literaire vrijheid voor een groot deel terug. Hierna zat het Solzjenitsyn alleen maar tegen. In de loop van 1963 kreeg hij weliswaar nog enkele verhalen gedrukt, maar de reacties van de autoriteiten werden steeds heftiger. Na het afzetten van Chroesjtsjov in 1964 verhinderden zij zelfs dat hij de Leninprijs voor letterkunde kreeg.

Solzjenitsyns roman Kankerpaviljoen, die ook over Stalins strafkampen ging, mocht niet verschijnen en werd uiteindelijk in ondergrondse ‘samizdat’-uitgaven verspreid. Ook werd hij in de gaten gehouden door de geheime dienst KGB, die een lastercampagne tegen hem voerde.

Vervolg Solzjenitsyn: pagina 6

Verwelkomd als een herrezen messias

Solzjenitsyn

Vervolg Solzjenitsyn van pagina 1

Maar in 1967 had Solzjenitsyn, die voor niets en niemand bang was, genoeg van alle tegenwerking die hij van de autoriteiten kreeg. In een open brief aan het Vierde Congres van de Schrijversbond pleitte hij voor het afschaffen van de censuur. Ook vond hij dat de bond zijn leden moest verdedigen tegen de overheid.

In 1968 verscheen Kankerpaviljoen in het buitenland, gevolgd door de roman In de eerste cirkel. Een jaar later werd Solzjenitsyn uit de Schrijversbond gezet. In het buitenland was zijn reputatie inmiddels enorm. Het wekte dan ook weinig verbazing dat hij in 1970 de Nobelprijs kreeg.

De uitverkiezing van Solzjenitsyn verliep allesbehalve soepel. De Zweedse Academie wilden voorkomen dat hij, net als Pasternak in 1958, de prijs onder druk van de Sovjetautoriteiten zou afwijzen. Maar uiteindelijk werd het pleit toch ten gunste van hem beslecht.

Toen Solzjenitsyn officieel van zijn uitverkiezing op de hoogte werd gesteld, stuurde hij een danktelegram aan het Nobelcomité waarin hij zei de prijs te beschouwen als een eerbetoon aan de Russische literatuur en de geteisterde Russische geschiedenis. Dat laatste was volgens de Sovjetautoriteiten een politieke uitspraak.

De volgende dag schilderden Pravda en Izvestija Solzjenitsyn af als de lieveling van westerse reactionaire kringen. Ook werd hij ervan beschuldigd zijn werk illegaal naar het buitenland te sturen.

Solzjenitsyn ging in de tegenaanval en schreef een brief aan partij-ideoloog Soeslov. Arrogant als hij was, stelde hij hierin voor dat Kankerpaviljoen zou worden gepubliceerd en zijn boeken weer in de bibliotheken werden gezet. Ook wilde hij dat een aantal van zijn verhalen in kranten verschenen. Op die manier zou hij de Nobelprijs onder gunstiger omstandigheden in ontvangst kunnen nemen dan nu het geval was. De Sovjetpers reageerde met een nieuwe reeks scheldartikelen.

Zowel het Nobelcomité als de Zweedse regering raakte nu in paniek. Zweedse diplomaten deden er alles aan de politieke dimensies van de toekenning te ontzenuwen.

Solzjenitsyn, die voor de huldiging naar Stockholm wilde gaan om daar zijn grieven te uiten, besloot thuis te blijven. Zijn maîtresse Natalja Svetlova was zwanger en hij vreesde niet meer naar de Sovjet-Unie terug te mogen keren. In een brief aan de Zweedse Academie benadrukte hij zijn weerzin tegen het aanvragen van een paspoort, zijn afkeer van ceremonies en zijn angst voor verbanning.

De Academie wilde die brief geheimhouden tot op de dag van de ceremonie. Maar Solzjenitsyn liet de tekst uitlekken naar de westerse pers.

Hem werd gevraagd een nieuwe verklaring op te stellen die tijdens het banket kon worden voorgelezen. In die tekst verwees hij naar al zijn stokpaardjes: mensenrechten, politieke gevangenen, hongerstakers. Het Nobelcomité werd er ernstig door in verlegenheid gebracht en sprak de zin over hongerstakers niet uit. Solzjenitsyn, die de prijsuitreiking via de radio volgde, zou de volgende dag de oorspronkelijke tekst in zijn geheel in samizdat publiceren.

Solzjenitsyns werk verscheen sindsdien alleen in het buitenland. Met als hoogtepunt de publicatie van het meerdelige werk Goelag Archipel, in 1973. Korte tijd hierna werd hij gearresteerd en op 13 februari 1974 naar het buitenland gedeporteerd. Daar ging hij onverstoord verder met wat hij al sinds zijn jeugd als zijn taak zag: schrijven over de Russische revolutie. Hij was nu een vrij man, wat hem in december van hetzelfde jaar in staat stelde naar Stockholm te reizen en de Nobelprijs alsnog in ontvangst te nemen.

In 1976 verhuisde hij naar de Amerikaanse staat Vermont, waar het landschap en de strenge winters hem aan Rusland deden denken. Pas na de ineenstorting van de Sovjet-Unie keerde hij naar Rusland terug. Als een herrezen tsaar reisde hij in 1994 per trein het hele land door, van Vladivostok naar Moskou. Overal werd hij als de herrezen Messias onthaald.

Sindsdien uitte hij onomwonden zijn afkeer van het kapitalisme en de oligarchen. De laatsten hadden volgens hem Rusland voor een kopeke opgekocht. Hij ontpopte zich als een fanatieke nationalist, die de Russische orthodoxe kerk zag als een fundament van zijn geliefde vaderland.

Dat nationalisme uitte zich in zijn voorkeur voor een sterk autoritair regime. Rusland kon in zijn ogen nu eenmaal niet volgens de regels van de westerse liberale democratie worden geregeerd, omdat het een andere cultuur en andere tradities had. De huidige verlichte dictatuur van president Medvedev en premier Poetin steunde hij dan ook onvoorwaardelijk. Hun regime zag hij als de beste garantie voor de wederopbloei van zijn vaderland, dat in zijn ogen door Boris Jeltsin te grabbel was gegooid. Veel Russen zullen het wat dat betreft hartstochtelijk met hem eens zijn.

    • Michel Krielaars