Gewoon, leuk en fijn

Publicist Anil Ramdas onderzoekt voor de Achterpagina in een tweewekelijkse frequentie het religieuze landschap in ons land. In deze eerste aflevering bezoekt hij met een jonge gelovige een Nederlands-hervormde kerk.

De 21-jarige studente Myrtle met vrienden in de Nederlands-hervormde kerk in Loenen aan de Vecht. Foto Luciana Caputo Achterpagina van 28 juli Rubriek Hemel&Aarde Artikel Anil Ramdas Locatie Loenen aan de Vecht Myrtle het meisje op de foto met het licht blauwe bloesje probeert elke zondagochtend naar de kerk te gaan, dit keer is ze met wat vrienden in de kerk in Loenen aan de Vecht Foto Luciana Caputo Caputo, Luciana

Wat godsdienst betreft is ze een autodidact. Myrtle heet ze, 21 jaar, medisch studente, krullend blond haar. Thuis bij haar zijn ze niet gelovig. Eigenlijk bewust ongelovig, zegt ze met stralende oogjes. Terwijl zij zelf al in een vroeg stadium wist dat God bestond. Tja, dat wist ze gewoon, en vanaf haar zevende ging ze mee met haar oma, die organiste is in een katholieke kerk. Ze bad voor het slapen gaan, hoewel; het was meer een praatje dan een gebed. En ze mompelde het Onze Vader voor het eten, al spraken haar ouders er dwars door heen. Wie hier nou de recalcitrante was, is niet duidelijk. Hier en daar pikte ze wat op over het christendom, ze had een bijbeltje waar ze niet verwoed in las, maar op haar veertiende maakte ze vrienden die kerkelijk waren.

Ze ging mee en is het sindsdien blijven doen: verschillende kerken, die ze leuk vond of waar ze mensen kende. Hervormden, gereformeerden, vrijgemaakten, baptisten, evangelisten, het gaf niet, ze vond het fijn om op zondag ten huize Gods te zijn.

Later ging ze naar vrolijke jeugddiensten voor jongeren uit alle gezindten en was ze lid van een bidgroep, acht meiden die samen kookten, over het leven peinsden en voor elkaar baden. Wat haar vooral verbaasde, was dat er zo veel jongeren waren die geloofden. Het was gewoon, leuk en fijn, bijvoeglijke naamwoorden die regelmatig terugkomen in ons gesprek. Veel meer kan ze er niet van maken. Dat hoeft van haar ook niet. Die serieuze bijbelstudie komt nog wel een keer.

De Nederlands-hervormde kerk in Loenen aan de Vecht, waar Myrtle ons op zondag mee naar toe neemt, is in de tiende eeuw gesticht en in de zestiende eeuw tot de huidige staat gebracht: een kolossaal bakstenen bouwwerk, te midden van pittoreske bakstenen huisjes in het oude dorp, als op een kindertekening, en een imposante toren die vervaarlijk scheef staat. Men zegt dat de toren op runderhuiden is gebouwd, maar de beheerder van de kerk die ons rondleidt glimlacht minzaam: het klinkt spannend, maar de huiden waren eerder bedoeld om het vocht rond de heipaaltjes op te nemen. En toch staat die scheef.

Nadat Holland koos voor het protestantisme werden de vroegere roomse beelden en altaren verwijderd en de glas-in-loodramen met afbeeldingen van heiligen vernield. Nu hangen er alleen nog donkere, somber aandoende rouwborden van de oude adellijke families aan de muur, sommigen versierd met een doodskop.

Het is kil in de kerk, maar op deze zonnige zondag toch uitzonderlijk druk: 29 jongeren zullen drie weken naar Peru gaan om er een school te bouwen. De kerkgangers brachten dertigduizend euro bijeen om de onderneming te steunen en een dominee, die zeven jaar zendeling is geweest in Peru, vertelt over de valkuilen in arme landen, waar zo nu en dan licht over wordt gegniffeld, maar voor de rest hangt er een existentiële ernst.

Myrtle zit naast de broer van een van de Peru-gangers. Ze is ingetogen gekleed, in zwart-wit, maar wel een pantalon in plaats van een rok. Dat is het enige wat haar tegenstaat in sommige kerken: dat ze je van alles proberen op te leggen wat niet direct met het geloof te maken heeft. Geen pantalon, alsof God ook een mode voorschrijft, niet uitgaan op zondag, zelfs niet naar het museum. Tradities en gewoonten zijn leuk, maar met een diepere Godsbeleving heeft dat weinig te maken.

De kerk biedt haar troost, de zondagse bijeenkomst biedt haar gemoedsrust, het is het samen zijn dat haar geborgenheid geeft, een gevoel van intimiteit. Zelfs na een nachtje stappen probeert ze zondagochtend om tien uur in de kerkbanken te zitten. Ja, dan is haar aandacht er niet bij en dommelt haar hoofd een beetje, maar ook als ze niet meezingt en niet echt luistert, vindt ze het fijn. Het gaat om de warmte die ze dan voelt, hoe kil het in de kerk ook is.