‘Alleen vrouwen benoemen vergroot de weerstand’

De naam Ans Rietstra is slechts in kleine kring bekend. Ze is de derde vrouw in de Nederlandse politietop, die toch nog geldt als een mannenclub. ‘Het gaat haar lukken.’

Ans Rietstra is volgens haar vrouwelijke collega’s klaar voor de sprong naar de Amsterdamse politietop. Foto NRC Handelsblad, Maurice Boyer Ans Rietstra korpschef politie Noord-Holland Noord Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 28-07-2008 Boyer, Maurice

Ze geniet amper landelijke bekendheid. Toch behoort ze tot de top van de Nederlandse politie. Sinds begin dit jaar is Ans Rietstra korpschef van het politiekorps Noord-Holland Noord. Ze is de derde vrouwelijke politiebaas in een gezelschap van 26 korpschefs, tezamen de raad van hoofdcommissarissen. Maar dat opereren in de luwte is een pre, vindt haar collega-politiechef Magda Berndsen van Leeuwarden. Want meedraaien in de Nederlandse politietop betekent in het begin vooral „kijken hoe de hazen lopen. Niet gelijk het hoogste woord willen voeren”.

Ans Rietstra, oud-topambtenaar bij de gemeente Amsterdam, moet in die politiecultuur passen, vindt Berndsen. „En dat gaat haar ook lukken. Het is een familiecultuur van bewust kiezen voor elkaar. Weten dat je op elkaar kan bouwen.” Oude en nieuwe collega’s voorspellen voor haar een glanzende carrière in de politietop. „Na Noord-Holland Noord een groter politiekorps”, zegt headhunter Wil van der Kruis. „Ze zou een plek in de hoofdstedelijke korpsleiding prima aankunnen”, zegt plaatsvervangend korpschef van de Amsterdamse politie Cor Gorissen.

Zelf maakte Rietstra de afgelopen jaren geen geheim van haar ambitie om in de top van de Nederlandse politie terecht te komen. Toen ze vorig jaar door een headhunter benaderd werd, greep ze haar kans.

De sollicitatie vond ze niet eens het moeilijkste onderdeel van die overstap. Dat was de screening door de veiligheidsdienst AIVD. Zwaar en intiem vond ze die. Terwijl ze als oud-directeur van de Amsterdamse dienst Stadstoezicht toch wel wist hoe nieuwe medewerkers op topfuncties werden doorgelicht.

Maar nu ze zelf door de AIVD-molen moest, was dat confronterend. De AIVD lichtte haar hele doopceel. Haar familie, haar financiële situatie en eventuele schulden, haar vrienden en óók de manier waarop ze haar liefdesleven vorm ging geven. Want haar partner Paul woont en werkt in Singapore.

Rietstra slaagde voor die test, zoals ze ook de sollicitatieprocedure met gemak doorliep. Ze nam het, als enige vrouw, op tegen vijf andere kandidaten. Piet Bruinooge, korpsbeheerder en burgemeester van Alkmaar, had van tevoren aangegeven dat er ‘in het bijzonder’ naar vrouwelijke kandidaten gekeken moest worden, zegt Wil van der Kruis van het consultancybureau dat haar bemiddelde. „En het hielp dat er een brief was van Job Cohen, de burgemeester van Amsterdam en de belangrijkste korpsbeheerder van Nederland. Cohen had Bruinooge nadrukkelijk laten weten dat hij altijd gebeld kon worden over Rietstra. Hetgeen gebeurde. Dat helpt in zo’n situatie.”

Rietstra, roepen Bruinooge en voormalige collega’s in koor, heeft haar benoeming niet te danken aan het vrouwenvoorkeursbeleid dat verantwoordelijk minister Guusje ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) voor de Nederlandse politietop wil invoeren. Maar Rietstra wil de minister volgende maand wel waarschuwen voor de risico’s van dat beleid. Voor de weerstand ertegen binnen de politieorganisatie. „Mannen die nu op een tweede plek zitten, zien dat ze niet meer aan de beurt komen. Daar gaan intern de grappen ook over. Ik ben zo’n nieuwe én van buiten. En dan hebben die grappen ook iets venijnigs. Met het risico van uitsluiting. Dat zijn mechanismen in iedere grote ambtelijke organisatie. Ik heb dat meegemaakt in Amsterdam en dat speelt natuurlijk ook in de politieorganisatie.”

Ter Horst moet volgens Rietstra duidelijkheid bieden aan degenen die moeten opstappen. En ze moet nieuwkomers aan zich weten te binden. Anders creëert ze uitsluitingsmechanismen die weer tot uitval en vertrek leiden. „Als ze alleen vrouwen benoemt en verder niets vergroot ze bij de politie de weerstand tegenover de minister en het constructieve overleg dat nodig is om de politieorganisatie te professionaliseren. Dat beleid wordt dan ernstig gefrustreerd. Natuurlijk mag er meer diversiteit in de top komen. Ook bij de korpschefs. Maar het moeten vooral gekwalificeerde mensen met leiderschapskwaliteiten zijn. En mensen moeten weten wat er van hen verwacht wordt.”

Rietstra trad op 34-jarige leeftijd in Oss aan als een van de jongste gemeentesecretarissen van Nederland. Ze kreeg de verantwoordelijkheid over een organisatie van 650 medewerkers. „In een cultuur waarin haar voorgangers nog formele types waren die zich lieten aanspreken met meneer de secretaris”, aldus Riny van Hinthem, indertijd directeur Middelen in Oss. „Er zijn toen vast mensen geweest die dachten: ‘als dat maar goed komt’. Maar dat is nooit hardop gezegd”, zegt Ria Engels, de huidige gemeentesecretaris. Rietstra was in Oss vooral vermaard om het metersbrede schilderij op haar werkkamer. Een enorm doek met mannelijk naakt in een bevallige positie. Zelf uitgezocht in het gemeentelijk museum Jan Cunen, van de schilder Paul van Dongen. „Typisch Ans, om te laten zien dat ze nergens bang voor is”, zegt oud-wethouder Joop van Orsouw.

Niet alleen in Oss, ook in de wandelgangen van het Amsterdamse stadhuis klonk ‘als dat maar goed komt’, toen Rietstra daar in 2002 binnenkwam. Voormalig gemeentesecretaris Erik Gerritsen had haar ‘gescout’ voor een topfunctie. De kennismaking was in eerste instantie heel informeel. „Oss, waar is Oss?”, schalde het in oktober 2002 op Terschelling door de zaal waar de Vereniging van Gemeentesecretarissen haar jaarvergadering hield. Rietstra stak verbaasd haar hand op en stond vervolgens oog in oog met Gerritsen.

Amsterdam zocht een directeur, liefst een vrouw, want die hadden een ‘streepje voor’ voor een bedrijf dat vooral landelijke bekendheid genoot wegens de miljoenenfraudes met parkeergelden en vergunningen. Rietstra liet zich overhalen toen een selectieteam, waar burgemeester Job Cohen deel van uitmaakte, haar verzekerde dat die fraudepraktijken tot het verleden behoorden.

De ambtelijke cultuur in Amsterdam was een lastige, had haar consultancybureau nog gewaarschuwd. Onvoorspelbaar en bol van de interne intriges. „Ze zou zich erin moeten invechten”, aldus Van der Kruis. „Maar het ging wel om een operationele dienst en het was voor haar toch een uitdaging om daar orde op zaken te stellen.”

Rietstra richtte zich in haar nieuwe functie vooral op haar eigen dienst. Want daar was veel meer aan de hand dan tijdens de sollicitatieprocedure was gezegd. „Een gespreid bedje was haar voorgespiegeld”, herinnert oud-collega en brandweercommandant van Amsterdam-Amstelland, Caroline van der Wiel, zich. „Maar het was er een enorme puinbak. Met nog steeds fraudepraktijken en een opeenstapeling van reorganisaties en bezuinigingen. De dienst was toen gewoon nog ‘out of control’. Het stadsbestuur wist dat niet, de gemeentesecretaris ook niet. Maar ze heeft de organisatie uiteindelijk toch op de rails gekregen.”

Daarna raakte ze betrokken bij ‘stadsbrede’ operaties. Intern kreeg ze vooral bekendheid door haar betrokkenheid bij het beleid om zittende topambtenaren te dwingen om ruimte te maken voor een nieuwe generatie ambtelijke managers. „Niet iedereen nam haar dat in dank af”, zegt voormalig gemeentesecretaris Gerritsen. „Er was een groep oudere topambtenaren van ruimtelijke ordening en grote infrastructurele projecten, die iedere reorganisatie overleefde. Het roulatiebeleid voor topambtenaren ging al jaren aan hen voorbij. Want ja, dan was er weer een reorganisatie op komst en dat kon niet zonder hun leiding.”

„Een aanstelling mocht vijf jaar duren”, aldus Van de Wiel. „Wie bukt, in de hoop dat de bui wel overdrijft, zou geen directeur meer zijn, maar hooguit nog een tijdelijk baantje hebben. Dat was de afspraak. Totdat bleek dat er een uitzondering werd gemaakt voor die groep directeuren. Ans maakte daar intern harde opmerkingen over, ook in aanwezigheid van de betrokken wethouders en burgemeester Cohen. ‘Zouden die reorganisaties misschien niet lukken omdát die heren er nog steeds zitten?’, zei ze fijntjes. Als blikken konden doden, was ze ter plekke op de grond gevallen. Maar Ans is dan messcherp. Ze herstelt na zo’n uitbarsting wel meteen de menselijke relaties, ook met die topambtenaren. Daar is ze heel goed in, de heren bleven nooit lang boos.”

Zelf was Rietstra toen al op zoek naar een nieuwe baan. „Zou je het leuk vinden als ik bij jullie in de korpsleiding terecht zou komen?”, liet Rietstra zich wel eens ontvallen tegen plaatsvervangend korpschef Gorissen van Amsterdam-Amstelland.

Hij kende haar vanuit het Instituut van Gemeentedirecteuren, waar hij namens de korpsleiding zitting in had. „Zij zat daar als directeur van Stadstoezicht. Een vrouw met een voorliefde voor werk met de poten in de modder. En dat van de politie. Ze had na de verkiezingen een vinger in de pap bij het schrijven van een nieuw collegeprogramma. Dat deed ze met passie, vooral als het ging om de veiligheid in de stad.”

Gemeentesecretaris in Amsterdam worden, dat was vorig voorjaar nog Rietstra ’s ambitie. Maar ondanks de steun van collega’s op het stadhuis passeerde het college van B en W haar en koos voor een andere kandidaat, de Rotterdamse loco-gemeentesecretaris Henk de Jong. „Het stak haar niet eens zozeer dat ze gepasseerd werd”, aldus Van de Wiel. „Maar de manier waarop wel. Ze kreeg nauwelijks toelichting, ze werd achteraf behandeld als de eerste de beste passant. Alsof het college zich er niet van bewust was hoeveel ze voor de stad betekend had. Hoeveel kennis, ervaring en talent ze in haar functioneren voor de stad had gestoken.”

Inmiddels draait Rietstra een half jaar mee in het mannenbolwerk van de Nederlandse politietop. „Daar loopt ze risico’s”, waarschuwt Van de Wiel. „Ook in Amsterdam kan het zo afgelopen zijn met je carrière. Er zijn niet zo veel directeuren in Amsterdam die de eindstreep met opgeheven hoofd halen. En in dat blauwe politiewereldje is het helemaal moeilijk om je als vrouw te handhaven. Maar Rietstra heeft een goede neus voor politieke en bestuurlijke verhoudingen. Ze weet dat dienders heel wat voor hun kiezen krijgen. Ans is een type dat daar oog voor heeft. Ze is warmbloedig, een mensenmens.’’

Rietstra’s voorganger in Noord-Holland Noord, Anja Brink, kwam in 2000 het korps binnen zonder noemenswaardige politieachtergrond. Ze volgde politiecursussen, haalde een certificaat voor hulpofficier van justitie en leerde om te gaan met het dienstpistool. In de raad van hoofdcommissarissen was er aanvankelijk nog wel vertedering als ze binnenkwam op tijgerlaarsjes, zo wordt ze herinnerd in een interne politiepublicatie. Maar binnen de raad én op het ministerie van Binnenlandse Zaken taande al snel haar gezag.

Rietstra weet hoe het haar voorgangster is vergaan. Maar ze is niet van plan haar mond te houden. „In Amsterdam was het misschien wat vrijpostiger en anarchistischer. In de raad van hoofdcommissarissen gaat het meer om rituelen, om de agenda afwerken. De vraag of ‘je iets wel zomaar kan zeggen of opschrijven omdat de minister dat ook nog onder ogen krijgt’. Ik probeer mijn eigen inbreng te hebben, maar ik besef ook heel goed dat het me in Amsterdam anderhalf jaar heeft gekost om een beetje positie te krijgen.”

Dat gaat haar ook lukken in de raad van hoofdcommissarissen, voorspelt haar Leeuwarder collega-korpschef Berndsen. Met Rietstra als derde vrouw in dat platform, is er volgens haar meer balans in de samenstelling. „Ik heb haar inmiddels leren kennen als een innemend en toegankelijk mens. Ik zit nu al zes jaar in die raad en er heerst al lang niet meer die cultuur uit de jaren negentig. Rietstra heeft ook positie in die raad, ze heeft door haar ervaring het nodige in te brengen.”

Volgens de Amsterdamse hoofdcommissaris Gorissen kent de raad van hoofdcommissarissen inderdaad zo zijn eigen cultuur. „En uitsluitingsmechanismen spelen overal een rol. Als je een subcultuur binnenkomt, moet je altijd zorgen voor een vorm van acceptatie. Dat doe je op grond van deskundigheid, je verleden of je gedrag. Binnen de raad voert de concerngedachte nu de boventoon. De tijden zijn veranderd. Je ziet de consensus toenemen. En Rietstra weet daar mee om te gaan; ze weet waar ze voor staat en is nog nooit ergens voor gevlucht. Dat past bij haar, dat hoort bij leiderschap.”

Van der Kruis voorspelt Rietstra een gouden toekomst bij de politie. „Na Noord-Holland Noord een groter korps. Dat kan ze makkelijk aan.” In Amsterdam gokken Van de Wiel en haar collega’s op een carrière in het hoofdstedelijke politiekorps. „Dat hebben we ook gezegd: na deze klus volg je Welten op. Ze is nog jong en heeft een schat aan ervaring. Amsterdam zou ze aankunnen.” Gorissen beaamt dat. „Ze is een goede in het politiecircuit, maar een korpschef die de smaak te pakken heeft, wil daarna een baan met dezelfde eindverantwoordelijkheid.” Gerritsen is voorzichtiger: „Noem nooit een naam als opvolger van Welten. Dat wordt een ‘kroonprins’ en die valt meestal af.”

    • Jos Verlaan
    • Barbara Rijlaarsdam