Zoutelande- Domburg

De badgasten passeren de duinovergang met strandballen en scheppen en uitbultende tassen. De kinderen dragen de garnalenschepnetjes. Op het strand heerst de sfeer die Bert Haanstra in 1963 vastlegde in zijn film Alleman en die blijkbaar niet verloren gaat zolang er badhokjes zijn in plaats van rijen aaneen geklonken strandtenten. Hoe die sfeer is? Loom en gezapig en vol enkelvoudig geluk.

Wij volgen een pad dat soms van zand met brokjes puin is en dan weer van knarsend aangestampt schelpengruis. Bovenaan het strand volgt het de curves van de duinen.

Zomer in Zeeland betekent weelde in de berm, met dikke struiken meidoorn en vlier, met violet bloeiende braamranken. En er zijn vrachten veldbloemen en allerhande hoge halmen.

Er glijdt een jacht met zilveren zeilen langs de horizon.

Aan de landkant zijn de daken oranje en is de grond hooibergkleurig. Caravan-enclaves breken samen met verhuurhuisjes-dorpen in het landschap in. Het is niet mooi, maar wel vriendelijk als je erbij denkt hoe graag vakantiegangers ’s zomers op Walcheren zijn.

Het is warm. De golfbrekers – om de paar honderd meter steekt een dubbele rij verweerde houten palen de zee in – zien er overbodig uit in de branding van gefriseerde krulletjes. Tussen de zee en de hemel, waar een dunne nevel het blauw vervaagt, hangen lui de meeuwen. Ik kijk en ik kijk, en het moois gaat er niet vanaf.

„We hebben nu langer gezeten dan gelopen’’, klokt man, terwijl we uitvoerig wat dommelende eendjes in de Westkapelsche Kreek beschouwen. Dat is waar. Maar het geeft niet. Wie niet rustig kan kijken, weet niet wat wandelen is.

Achter Westkapelle leidt de route weg van de beroemde dijk van die naam. We moeten een eindje door het land. Daar wonen de Zeeuwse paarden met hun enorme zwarte-franjepoten. Op de velden staan bloeiende aardappels, maïs, koren. De onderbreking door velden roze en paars bloeiende tuinbloemen maakt van het landschap een doek in de stijl van Claude Monet.

Een rechte zandwal – kaal, zelfs zonder helmgras, oogt het ding fragiel – scheidt ons van de zee.

We klimmen dat duin op voor het laatste stuk van de wandeling. Weer gaan we langs de zee, waar mannen tot hun middel in het water zo’n beetje in de verte staan te staren, kinderen gilletjes slaken en vrouwen boeken lezen, terwijl ze hun schouders bruin laten worden.

In de Domburgse straten is het druk en dorps en met ijsjes. Alweer precies zoals het de bedoeling was toen het strandvermaak werd uitgevonden.

Joyce Roodnat

13 km. Kaarten 20, 21, 22 uit: Deltapad. Uitg. Wandelplatform-LAW, Amersfoort 2005. Bus 53 verbindt Domburg met Zoutelande. Inl. www.9292ov.nl of tel. 0900 99292. Taxi tel. 0900 2000150.
    • Joyce Roodnat