Zonder heimwee

In Doetinchem wordt de eerste ‘poldermoskee’ gebouwd. „De gebruikers zien er een moskee in, de omwonenden een eigentijds gebouw.”

Gebedsruimte van het TCC

Die koepel, altijd weer die koepel. Ook architect Furkan Köse ontkwam er niet aan in zijn ontwerp voor een nieuw Turks cultureel centrum (TCC) in Doetinchem. Hij won de door de gemeente Doetinchem uitgeschreven meervoudige opdracht voor het TCC met een mooie, ingenieuze doos, waarin het licht door een betonnen rasterdak in de gebedsruimtes valt. Maar de toekomstige gebruikers van het centrum, van oorsprong Turkse moslims, wilden per se dat die werden bekroond door een koepel.

„Ja, iedereen heeft hetzelfde oerbeeld van een moskee”, zegt Köse, terwijl hij bij de maquette van het TCC staat die nu deel uitmaakt van de tentoonstelling Roots in het Amsterdamse Architectuurcentrum Arcam (zie inzet). „Een moskee is nu eenmaal een gebouw met koepels en minaretten. Ik heb het centrum ten slotte een koepel gegeven, maar wel zo dat hij niet domineert.”

Heimwee-moskees, zo zijn de oermoskees die de afgelopen jaren overal in Nederland zijn gebouwd, al gedoopt. Maar al krijgt het TCC in Doetinchem, waarvan de bouw in 2009 moet beginnen, nu ook een koepel, toch wordt het de eerste nieuwe moskee in Nederland die niet aan heimwee lijdt.

Dit wil niet zeggen dat het doosvormige TCC anti-traditioneel is. „Integendeel, het TCC krijgt zelfs een minaret”, zegt Köse. „Maar die staat los van het gebouw. Het wordt een soort naald die misschien nog door een kunstenaar verder vorm wordt gegeven. Hij komt in een vijver te staan, zodat hij wordt weerspiegeld en langer lijkt.”

Ook wat ornamentiek betreft, wil Köse op een of andere manier aansluiten bij de islamitische traditie. „Eerst wilde ik de muren deels van stervormige patronen van beton maken, verwant met de islamitische ornamentiek”, zegt Köse. „Maar doordat je daar mallen voor moet maken, is dat te duur. Ik wil nu muren van baksteen, in mooie metselverbanden en met reliëf.” Bij de entree komen vijf kolommen: „Een verwijzing naar de vijf zuilen van de islam.”

Maar belangrijker dan de traditionele ornamentiek vindt Köse de opeenvolging van open, halfopen en tenslotte gesloten ruimtes in het TCC. „Oude moskeeën hebben vaak een heel mooie, geleidelijke overgang van buiten naar binnen”, legt Köse uit. „Bij de Suleymanmoskee in Istanbul kom je bijvoorbeeld eerst in een binnenhof, dan bij een trap, vervolgens bij een half overdekte entree, daarna in een portaal en dan pas in de gebedsruimte. Zoiets heb ik ook gedaan in het TCC.”

Köse is al jarenlang op zoek naar een ‘symbiose van oosterse en westerse architectuur’. Hij studeerde een paar jaar geleden af aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam met een ontwerp voor een islamitische begraafplaats, dat werd bekroond met de Archprix, de prijs voor het beste afstudeerontwerp. Behalve aan het TCC werkt hij met zijn architectenbureau Puuur nu ook aan de uitbreiding van de Ooster Begraafplaats in Amsterdam voor islamitische begrafenissen.

De opdracht voor het TCC was hem dan ook op het lijf geschreven. De gemeente Doetinchem wilde geen heimweemoskee. TCC moet een hedendaags gebouw worden, dat niet alleen voor de uitoefening van het islamitische geloof wordt gebruikt. Daarom krijgt het ook zalen voor algemeen gebruik op de begane grond en in de kelder. Op de eerste etage komt de gebedsruimte voor de mannen, daarboven, grenzend aan een vide, die voor vrouwen. Om de ruimtes heen komen gangen die telkens eindigen in een buitenruimte.

Het gebouw moest ook ‘open’ worden, vond de gemeente. „Maar helemaal open moet het ook weer niet zijn”, vindt Köse. „Want dan wordt het weer te veel een modern kantoorgebouw. Daarom heb ik kolommen in het exterieur gebruikt. Die fungeren niet alleen als een soort scherm, maar herinneren ook aan zuilen.”

Köse wil een moskee die iedereen, gebruikers én omwonenden, aanspreekt. En dat lijkt te lukken met het TCC. „Ik heb nu twee informatie-avonden gehad over het TCC, een met de toekomstige gebruikers en een met de omwonenden”, zegt hij. „De gebruikers zien er een moskee in, de omwonenden een eigentijds gebouw. ‘Je hebt ons met onze eigen vooroordelen geconfronteerd’, zei een buurtbewoner tegen me. Hij ging er blijkbaar van uit dat er weer een heimweemoskee zou komen.”

    • Bernard Hulsman