Zachte puree

Comfort food is het gerecht waarmee we onszelf troosten als we verdrietig zijn. Vandaag het troostrecept van kookprogramma-presentatrice Bianca Tan.

Foto Jørgen Krielen © Jorgen Krielen / Amsterdam, 04-07-2008 / Bianca Tan. Krielen, Jorgen

‘Ik zou mezelf nooit kunnen troosten met iets kouds, of iets zoets. Ik kies altijd voor zout. En heel belangrijk is voor mij de structuur, of eigenlijk juist het gebrek aan structuur. Dat je er helemaal niet op hoeft te kauwen. Dat je het zó, gedachteloos, naar binnen kunt lepelen.

Omdat alleen puree op een bord zo kaal is, leg ik er een gebakken visje en wat gesmoorde groente bij. Geen sla, dat is me ook te veel gedoe; te veel moeite in je mond. Maar eigenlijk is dat allemaal garnituur, het gaat me om die puree, dat is mijn ultieme troostvoedsel. Dat warme, geurige, zachte waar je maar van door kunt blijven eten.

Juist bij zo’n simpel gerecht is het cruciaal dat je ’t precies goed klaarmaakt. Belangrijk is dat je alles snel doet, zodat de aardappels niet afkoelen. En geen geklop met staafmixers en dergelijke, dat is verboden, dan gaat de unieke, romige structuur totaal verloren. En ten slotte, heel belangrijk: niet te zuinig zijn met de roomboter. Hoe meer, hoe lekkerder. Als je puree bestelt in een goed restaurant, is de verhouding soms wel 50/50 .

Als ik me niet goed voel, is dit waar mijn hart naar uitgaat. Van zowel het klaarmaken als het opeten knap ik op. Tenzij ik het verpest natuurlijk en het niet lekker wordt. Dan baal ik nog erger. Als zelfs dit me niet meer lukt, heb ik wel een soort dieptepunt bereikt.

Dit is het troostgerecht dat ik heb overgehouden van mijn moeders manier van koken. Zij vertegenwoordigde thuis de ‘continentale’ kant; ze kookte bijna altijd aardappelen en vlees of vis. Van mijn vader die half Chinees/half Indisch is, heb ik de liefde voor exotisch eten meegekregen. Het troostgerecht dat ik van zijn kant heb geërfd is noedelsoep. Ik heb een paar adresjes in Amsterdam, waar je dat goed kunt eten. Soms fiets ik door de stad, zit alles tegen, ben ik somber en natgeregend en dan weet ik ineens: dat ga ik doen. Nu! Een bak noedelsoep halen. Dan is er geen houwen meer aan.

Ik eet die soep met stokjes, dat is een belangrijk deel van het ritueel. Dat heb ik van mijn vader geleerd. Alleen voor het laatste restje mag je zo’n porseleinen lepel gebruiken. Zo’n warme bak soep met noedels naar binnen slurpen. Dat is troost.

Weer dat gebrek aan structuur. Dat is kennelijk belangrijk voor me. Ik heb wel eens gehoord dat je voor mensen die in de rouw zijn ook geen gerechten moet maken waar je heel erg op moet kauwen. Geen bruschetta’s en andere knapperige zaken. Dat breng je niet op, als je verdrietig bent.”

Roos Ouwehand

    • Roos Ouwehand