Zacht weefsel in T. rex was misschien slijm

Vertakte structuren in dinobotten lijken op bloedvaten. Foto Plos ONE Plos One

Slijmlaagjes van bacteriën in een dijbeenbot van Tyrannosaurus rex zijn ten onrechte geïnterpreteerd als restanten van zacht weefsel. Dat concludeert Thomas Kaye van de universiteit van Washington uit een analyse van 18 fossielen, de meeste van dinosauriërs (Plos one, juli 2008).

Maar Mary Schweitzer van North Carolina State University, de paleontoloog die over het zachte weefsel publiceerde, laat in een e-mail weten dat ze vasthoudt aan haar bevindingen. Schweitzer ontdekte enkele jaren geleden, na bewerking met een chemisch oplosmiddel, buisvormige vertakkingen in een dinodijbeenbot die zij interpreteerde als bloedvaten. De structuren bevatten volgens haar collageen, een eiwit in bindweefsel dat botten en bloedvaten versterkt.

Ook Kaye loste dinobotten op. Er bleven buisvormige structuren achter, restanten van buisvormige ruimtes in het bot. Volgens Kaye betreft het geen collageen of bloedvatwanden, maar bacteriële slijmlaagjes aan de binnenkant van poreuze botten. Het infrarood spectrum van de laagjes lijkt op dat van een bacteriële biofilm. Koolstofdatering wijst op een ouderdom uit de jaren ’60, niet uit het Krijt.

Volgens Schweitzer is het onwaarschijnlijk dat bacteriën een gelijkmatige, stevige buisvormige laag aan de binnenkant van botten vormen. De jonge koolstofsporen zouden recente vervuiling kunnen zijn. Schweitzer berichtte in 2007 in Science dat het fossiele T. rex-weefsel collageenfragmenten bevat die lijken op het collageen van een kip, maar volgens Kaye betreft het minieme hoeveelheden, mogelijk vervuiling.

Schweitzer heeft gespeculeerd dat de bloedvaten van T. rex resten van bloedcellen bevatten. Kaye ziet net als zij minuscule bolletjes met ijzersporen in tal van fossielen, maar ook op de buitenkant van een ammonietschelp. Daar zou je geen bloedcellen verwachten.

Michiel van Nieuwstadt

    • Michiel van Nieuwstadt