Wie draagt de schuld van de segregatie?

Met belangstelling las ik het artikel `Segregatie: dát is het probleem` van SP-Kamerlid Sadet Karabulut (Opiniepagina, 8 juli). Zij wijst segregatie aan in plaats van islam(isering) als belangrijkste probleem in het integratievraagstuk.

Het begrip `segregatie` is echter problematisch. Want als dat de belemmering is die Turken, Marokkanen en Antillianen ervan weerhoudt deel te nemen aan de Nederlandse maatschappelijke hoofdstromen, dan zou je willen weten wie die belemmering opwerpt. Het valt bijvoorbeeld moeilijk aan het onderwijs te wijten dat zelfs migrantenkinderen van de derde generatie zulk primitief Nederlands spreken. Moeders brengen hun kinderen als eerste het effectieve bindingsmiddel taal bij, maar migrantenmoeders verkeren al te vaak in zo`n maatschappelijk geïsoleerde positie dat ze die hun kinderen niet kunnen meegeven.

Elke zomer afreizen naar het land van herkomst is bovendien schadelijk voor een verdere oriëntatie op de toekomst van hun kinderen en henzelf in Nederland. De ambitie om aan segregatie te ontsnappen wordt geremd door de schotelantenne, de hoofddoek die zegt dat mannen er niet over hoeven te denken dat dit meisje voor hen benaderbaar is, het gedweep met de Turkse of de jammerlijk nooit geboren Koerdische Staat, de Caribische machomentaliteit die zich lijkt te schamen voor zorgzaam vaderschap, de minachting voor beroepen met een lage status, de dochter die niet naar Saskia`s verjaardag mag omdat zij een zestienjarig broertje heeft. Veel van deze belemmeringen zijn te herleiden tot een - in `onze` ogen - archaïsche omgang met vrouwen: de mannen zeggen wat je niet mag en vaak ook wat je moet. En daarom betreur ik dat het land van Annie M.G. Schmidt zich onder deze omstandigheden verandert in het land van Wilders. Alleen, wie is er nu aan zet?