Voor het vaderland

Hein Donner vertelde me eens dat de dienst die toen nog de Binnenlandse Veiligheidsdienst heette, hem vroeger had gevraagd of hij niet een toernooi in de Sovjet-Unie wilde spelen, om daar als goed vaderlander in de vrije uren wat rond te neuzen voor de Nederlandse zaak.

Hij had toen tegen die veiligheidsman gezegd dat volgens hem die BVD zo lek als een mandje was, zodat de Russen alles al zouden weten en al een cel voor hem zouden hebben ingericht, nog voor hij hun land binnenkwam.

Donner is nooit in de Sovjet-Unie geweest, maar waarschijnlijk vooral doordat hij het idee had dat de Russische schakers zo sterk waren dat ze westerse grootmeesters aten bij het ontbijt.

Laatst vroeg iemand me of de Engelse grootmeester Nigel Short misschien een spion voor een Britse inlichtingendienst was. ‘Hij is altijd in die rare landen, wat moet hij daar?’ Met rare landen werden waarschijnlijk Libië en Iran bedoeld en misschien ook China.

Ik had er nooit over nagedacht. Maar wie weet? In het verleden hebben verschillende schaakmeesters inderdaad voor de Britse geheime diensten gewerkt en bovendien had Short er zelf wel eens een grapje over gemaakt. In 1983 was hij in Bakoe een dag in zijn hotel opgesloten, omdat hij als mogelijke spion niet naar de militaire oktoberparade mocht kijken.

Een grapje om de aandacht van de ernst af te leiden? Verdacht. Aan de andere kant, de reislustige Short heeft bijna honderd landen bezocht. Wat zou een Britse geheim agent in Hoogeveen te zoeken hebben? Maar dat kon natuurlijk ook camouflage zijn geweest.

Nigel Short - Daniel Abela, simultaan Libië 2003. Zwart begint en wint.

    • Hans Ree