Voor de plantenkoopman is het ‘lappen of kappen’

De marktkooplui in de Rotterdamse binnenstad moeten straks een nieuwe, schone vrachtwagen of bestelbus rijden. „Maar centen voor een nieuwe wagen hebben we niet.”

Het is een monster van een vrachtwagen. Metershoog, glimmend zwart, versierd met roze palmbomen. De Scania van plantenverkoper Piet den Hartog (55), die op de markt in het centrum van Rotterdam staat, doet niet alleen pijn aan de ogen, maar is ook schadelijk voor de luchtwegen. Hij stoot meer dan drie keer zoveel stikstofoxide en fijnstof uit als de nieuwste modellen.

Toen Den Hartog zijn vrachtwagen twaalf jaar geleden kocht, dacht hij er tot zijn pensioen mee te kunnen doen. Maar sinds de gemeente vorig jaar een ‘milieuzone’ rondom de markt afkondigde, mag zijn vrachtwagen hier zonder ontheffing niet meer komen.

„Ik heb er een hard hoofd in, wat de toekomst betreft”, zegt Den Hartog. Hij zag zijn omzet de laatste twee jaar met twintig procent dalen. „En dan sta je opeens voor het blok”, zegt hij. „Een nieuwe wagen kost tachtigduizend euri. Het is lappen of kappen.”

Volgens Den Hartog is zijn vrachtwagen nog lang niet aan vervanging toe. „Hij doet wat hij moet doen. En als ik hem door de wasstraat haal is-ie weer als nieuw.” De wagen heeft slechts 100.000 kilometer gereden, een tiende van wat hij kan rijden. Toch wordt de vrachtwagen aangemerkt als milieu-onvriendelijk. Omdat hij zo oud is, is er geen gecertificeerde roetfilter voor beschikbaar. Werken met een bestelbus kan Den Hartog niet. „Broeken kun je stapelen, maar bloemen is volumehandel”, verklaart hij.

Broeken of planten, het maakt eigenlijk niet uit welke waar ze aan de man proberen te brengen. De marktkooplui in de Rotterdamse binnenstad moeten er op den duur allemaal aan geloven: een nieuwe, milieuvriendelijke vrachtwagen of bestelbus. Fruitverkoper Sjon van der Pluijm (58) begrijpt het niet. „Waarom in de binnenstad? Waarom precies rond de markt? En waarom loopt de gemeente zo hard van stapel?”

Omdat het centrum niet aan de Europese normen voor luchtkwaliteit voldoet, luidt het antwoord. „Daarbij is deze milieuzone makkelijk te monitoren, omdat hier geen doorgaande wegen lopen”, verklaart een woordvoerder. De gemeente Rotterdam moet laten zien dat zij zich hard maakt voor de verbetering van de luchtkwaliteit en heeft daarom 2006 een landelijk convenant ondertekend om een milieuzone in te voeren. Sinds september vorig jaar mogen ‘vuile’ vrachtwagens, die verantwoordelijk zijn voor een groot deel van de luchtverontreiniging, niet meer in de milieuzone komen. Rotterdam, door de haven een van de grootste vervuilers van Nederland, overweegt de zone binnenkort uit te breiden voor bestelbussen.

Het is de bedoeling dat de milieuzone stapsgewijs schoner wordt. Sinds vorig jaar worden alleen de vuilste vrachtwagens geweerd, volgend jaar komen daar ook relatief nieuwe type vrachtwagens bij. In 2013 loopt het convenant af. De verwachting is dat alle vrachtwagens tegen die tijd aan de strengste milieueisen voldoen.

Zo ver is het nog lang niet. Tot nu toe hebben alle marktkooplieden met een vuile vrachtwagen een tijdelijke ontheffing gekregen van de gemeente. „Als die afloopt, krijgt de sociale dienst het heel erg druk”, zegt Rob den Dunnen, die dameskleding verkoopt en de belangen van de marktkooplui behartigt. „Dan gaan we ons allemaal melden.” Niet uit onwil, zegt Den Dunnen. „We zijn allemaal voor een beter milieu.” Hij scheidt thuis netjes zijn afval. „Maar centen voor een nieuwe wagen hebben we niet.” Volgens Den Dunnen is de markt in de milieuzone ten dode opgeschreven.

Voor grote transportbedrijven zijn de gevolgen van de milieuzones nog te overzien. Zij schaffen toch al gemiddeld elke zeven jaar nieuwe vrachtwagens aan. Dan hebben die ongeveer een miljoen kilometers op de teller en zijn ze technisch versleten. Een marktkoopman kan wel twintig jaar met een vrachtwagen doen, want hij rijdt gemiddeld maar zo’n 15.000 kilometer per jaar.

Den Dunnen probeert de gemeente Rotterdam over te halen om de ontheffingen op te rekken tot 2013. Tegen die tijd zijn er tweedehands vrachtwagens te koop die – voor de helft van de nieuwprijs – wel aan de milieunormen voldoen. „Rotterdam wil altijd haantje de voorste zijn, maar het gaat veel te snel. We krijgen niet eens de tijd om te sparen”, zegt Den Dunnen. Een lening afsluiten is voor een koopman nagenoeg onmogelijk, meent hij. „Ze zien ons aankomen, we draaien met moeite quitte.”

Toch is de gemeente niet van plan de markt te ontzien, meldt een woordvoerder. „Maar de regel is dat ondernemers door de milieuzone niet failliet mag gaan. Daarom zullen we altijd ontheffingen blijven verlenen.” De zevenhonderd kooplieden op de markt in de Rotterdamse binnenstad hebben samen zo’n 85 vrachtwagens, waarvan ongeveer driekwart niet aan de gestelde milieueisen voldoet.

Den Hartog kreeg als enige een ontheffing voor anderhalf jaar. Toen hij ontdekte dat winkelwagens – net als brandweer-, verhuis-en reinigingswagens – wel de milieuzone in mochten, heeft hij „de trukendoos” opengetrokken. „Trappetje geleend, houten geldbak met tiewrappies in de wagen vastgezet, ambtenaar laten kijken en klaar is kees”, aldus Den Hartog. De gemeenteambtenaar noemde hem de slimste ondernemer van Rotterdam. Den Hartog grinnikt. Het trappetje en de kassa waren een dag later al verdwenen.

Over zijn bijdrage aan de fijnstofemissie voelt Den Hartog zich niet schuldig. „Over de luchtshow van Red Bull hoor je de gemeente ook niet zeuren, want daar verdienen ze aan. Balkenende scheurt met een Formule 1-auto over de Maasboulevard. Je maakt mij niet wijs dat daar een roetfilter op zit.”

    • Leonie van Nierop