Vluchtoord voor gekwelden

Op het rotseiland voor het Marokkaanse Casablanca komen jaarlijks tienduizenden mensen om te bidden, te mediteren, te rouwen en te smeken dat zoon een goede baan vindt en dochter een geschikte levenspartner.

Het rotseiland voor het strand van Casablanca. Foto Bernadette de By By, Bernadette de

Voorzichtig waadt ze door het water, Fatima Boughaba, een 28-jarige rechtenstudent. Met haar linkerhand houdt ze haar pumps omhoog. Met haar rechter een handtas. Haar bestemming: een eilandje op enkele honderden meters van het zuidelijk gelegen strand van de Marokkaanse miljoenenstad Casablanca. Boughaba had zich ook per vrachtwagenband kunnen laten overvaren – een vervoermiddel waarvan met name oudere bezoekers graag gebruikmaken. Maar wegens de lage waterstand doet ze het vandaag op eigen kracht.

„Waarom ik hier kom”, vraagt de studente als we elkaar even later treffen op het rotseiland, dat vernoemd is naar de marabout (heilige) die er begraven ligt: Sidi Abderrahmane. „Omdat ik van mijn onvruchtbaarheid wil worden genezen. Toen ik een klein meisje was, nam mijn oma mij al mee naar deze plek. Ze zei dat het geluk brengt en dus bleef ik maar komen. Zeker nu zij niet meer leeft, worden de mystieke krachten alleen maar groter.”

Marabout Sidi Abderrahmane is een van de duizenden plekken in het koninkrijk waar heiligen worden vereerd – een eeuwenoud gebruik dat in strijd lijkt met de islamitische voorschriften. De graftombe trekt jaarlijks vele duizenden bezoekers van diverse pluimage. Ze komen om te bidden, te mediteren, te rouwen of met een smeekbede: dat hun geliefde niet hertrouwt, hun zoon een goede baan vindt of hun dochter een geschikte partner. „Ik ken genoeg vrouwen wier echtgenoot er met een ander vandoor is”, vertelt taxichauffeur Abdul Basri (44). „In hun smeekbedes richten zij zich tot Sidi Abderrahmane in de hoop dat-ie hun man tot inkeer brengt.” Marabouts fungeren volgens Basri als psychiaters. „Alleen zijn ze minder duur en werken ze niet met wachtlijsten.”

Vanaf de trap van het eiland is het nog geen honderd meter lopen naar de kleine graftombe. Maar wie daar wil komen, moet zich eerst een weg door de tientallen paupers en handelaren zien te banen. Sommigen verkopen druiven, anderen zwarte hanen voor het offer. En ook lood is op het eiland een populair goed; aan de hand van de vorm die het metaal in koud water aanneemt, wordt de toekomst van bezoekers voorspeld. Jonge mannen zien er nauwlettend op toe dat er geen foto’s worden gemaakt. En niet geheel toevallig loopt er ook een gevaarlijk ogende pitbull over het eiland.

De graftombe van Sidi Abderrahmane valt voor niet-ingewijden een beetje tegen. Het is er donker en er hangt een bedwelmende urinegeur. Maar voor de volgelingen van de uit Bagdad afkomstige heilige is hij van onschatbare waarde. Ze – de overgrote meerderheid is vrouw – raken hem aan, prevelen beloften en verliezen zich in meditatie. Een betralied raam, de chabak, dient als biechtstoel. „Neem van mij aan dat daar goed gebruik van wordt gemaakt”, zegt Basri, terwijl hij de bejaarde bewaakster van de graftombe wat munten in handen drukt. „In deze moderne tijden is niets menselijks Marokkanen vreemd.”

Op de terugweg lopen we langs een paar kleine kamertjes, waar groepjes mensen in druk gesprek verwikkeld zijn. „Ruimtes van neutraliteit”, noemt Basri ze. „Iedere vrijdag kunnen de armen er couscous eten. Er wordt onderhandeld en feest gevierd. En sommige Marokkanen maken van de gelegenheid gebruik om een geschikte partner voor hun ongehuwde kinderen te vinden.”

In zijn boek Riten en Geheimen van Casablanca’s Marabouts voorspelt Akhmisse Mustapha nog een lange toekomst voor de mystieke oorden die fel door ultraorthodoxen worden bestreden. Marabouts zijn een diepgeworteld aspect van de Marokkaanse cultuur, schrijft de Marokkaanse arts. „Ze fungeren als toevluchtsoord voor de lijdende ziel.”

Fatima Boughaba is het levende bewijs van die stelling. De studente gaat een zegening vragen aan de man die zich eeuwen geleden op het eiland zou hebben teruggetrokken om God ‘in te huren’ met behulp van een fluit. Net als vorige week en de week daarvoor blijft zij hopen op een wonder. Want het geduld is oneindig op een plek waar alles onzichtbaar is en niets bewezen kan worden.

    • Danielle Pinedo