Straks is de brandweerman ook nog verdacht

Bij een brand op een werf in De Punt vielen drie doden. De eigenaar zit vast omdat hij met de stoppenkast geknoeid zou hebben. „Dat is uitgesloten, hij haalde er altijd deskundigen bij.”

De brand heeft de inwoners van Eelde en De Punt verdeeld. De ene dag wordt baas Wessel B. (52) van de afgebrande scheepswerf langs het Noord-Willemskanaal in De Punt uitgemaakt voor moordenaar, de andere dag staan demonstranten hem op de naastgelegen rotonde luidkeels hun sympathie te betuigen.

B. zit al weken vast en dat blijft zo tot het proces tegen hem begint, zoals de plannen nu liggen is dat eind september. Wellicht wordt het nog later, want het onderzoek van de politie zal opnieuw worden bekeken door het Nederlands Forensisch Instituut in Rijswijk. En de raadslieden van B. hebben aangekondigd ook nog een flink aantal getuigen te willen horen.

Wessel B. wordt door het Openbaar Ministerie in Assen gezien als hoofdverdachte van brandstichting die de dood van drie brandweermannen tot gevolg had. Zijn 22-jarige zoon, die niet meer in voorarrest zit, wordt ook nog beschouwd als verdachte. Ze ontkennen dat zij, zoals officier van justitie Henriëtte Louwes heeft gezegd, zouden hebben geknoeid met een of meer stoppen in de meterkast om op deze manier meer vermogen te winnen. Bijvoorbeeld voor het gebruik van een zware compressor. Daarmee heeft in ieder geval vader B., aldus het justitieel onderzoek, bewust het leven van anderen, in de eerste plaats zijn eigen medewerkers, in gevaar gebracht.

Maar blijkbaar ziet ook de officier van justitie nog voldoende hiaten in deze redenering om het dringende verzoek van verzekeraars en B.’s raadsman om een second opinion of contra-expertise te ondersteunen. Daarom heeft het OM nu aan de onderzoekers van het NFI gevraagd het technisch onderzoek van de politie nog eens goed tegen het licht te houden. Dat is volgens de officier van justitie nodig in het kader van „waarheidsvinding en zorgvuldigheid”. Het onderzoek is vooral gericht op het knoeien met of manipuleren van de stoppen, en de gevolgen die dat heeft gehad. Zijn de leidingen vanuit de meterkast hierdoor zo heet geworden dat ze in brand vlogen?

De drie brandweerlieden die op vrijdagmiddag 9 mei om het leven kwamen in de loods van de kleine scheepswerf, hoorden bij het vrijwilligerskorps van Eelde. Zij waren uitgerukt naar de scheepswerf na de melding van brand door kortsluiting.

Een van de slachtoffers is Raymond Soyer (28), die de loods op z’n duimpje kende doordat hij er tot begin vorig jaar knutselde aan zijn crossauto. Zijn vader Hans Soyer stond tijdens de brand machteloos buiten te wachten tot de loods voldoende was gekoeld om naar binnen te kunnen. „Ik zat tot voor kort bij hetzelfde brandweerkorps en had mijn pieper nog. Die was afgegaan en uit nieuwsgierigheid ben ik die middag gaan kijken”, zegt hij met trillende stem. Het drietal dat die vrijdag in de loods werd overvallen door een plotselinge uitbreiding van de brand, gepaard gaande met een enorme drukgolf (deflagratie genoemd), is gestikt in dampen vol koolmonoxide. Hun collega’s buiten konden, onder meer door de dikke zwarte rook en grote hitte in de loods, niet bij hen komen. Vader Soyer vindt dat hij en de andere nabestaanden niet de rust krijgen om de dood van het drietal te verwerken. „Nu weer een nieuw onderzoek, het gaat maar door, alles begint voor ons dan weer van voren af aan”, zegt Soyer. De gesprekken bij bakker en groenteboer gaan nergens anders over.

De sfeer verhardt ook door twijfel en wantrouwen. De foto’s van de drie slachtoffers bij de werf zijn weggehaald. „Het was een echt brandweermonument, maar het kon niet meer”, zegt Soyer. Het ligt allemaal verschrikkelijk gevoelig, merkt hij. Eerst was er opluchting, want de politie liet al kort na de brand weten dat er geen schuldige was. Onderzoek gesloten. Kort daarna werd B. voor de eerste keer als verdachte aangehouden, er was een gemanipuleerde stop gevonden. Over het hoofd gezien in het onderzoek, de politie betuigde haar oprechte spijt. De foto zit nu in het dossier. „Dat was echt een klap”, zegt Soyer. Want B. was een vriend. Soyer denkt dat het nog erger kan worden.

Op weg naar de brand die vrijdagmiddag dacht de brandweer: kortsluiting. Het was al de tweede keer die week, woensdag was er ook al kortsluiting geweest. Monteurs van het installatiebedrijf Smid uit Glimmen hadden de zaak binnen in de loods gerepareerd, enkele collega’s van energiebedrijf Essent hadden volgens een woordvoerder „de hoofdstop in onze kast langs de weg” vervangen. Die was overbelast geweest, „eruit geknald”. Hij benadrukt dat Essent niet verantwoordelijk is voor leidingen binnen het bedrijf. Deze technici staan in ieder geval hoog op de lijst van getuigen die de raadslieden per se willen horen voordat de rechtszaak begint.

Hetzelfde geldt voor leden van het brandweerkorps over de vraag wat nu gebruikelijk was in de loods van B., waar regelmatig door jan en alleman werd geklust, ook door brandweermannen uit Eelde.

De nabestaanden vrezen dat hun ellende nog lang niet over is, dat het erger zal worden. Hoe? Dat weet advocaat Sierd Roosjen, die het „zo breed mogelijk wil zien”. Hij wantrouwt het politieonderzoek, ziet het grote gevaar van tunnelvisie. Voor hem komen al snel anderen dan werfbaas B. in beeld.

Als er begin mei een stop was gemanipuleerd, dan was dat vast niet voor het eerst, redeneert Roosjen. „Het zal wel langer zo zijn geweest”, zegt ook vader Hans Soyer. Maar hij heeft zijn zoon er nooit over gehoord. Toch moet er serieus rekening mee worden gehouden, zegt Roosjen voorzichtig, dat het doortrekken van de stoppen ook al werd gedaan terwijl brandweermannen daar in hun vrije tijd aan het klussen waren. Maar, vult de advocaat direct aan, dat gebeurde dan zonder medeweten of toestemming van zijn client Wessel B. Laat staan dat die zelf met zijn vingers in de stoppenkast heeft gezeten: „Dat is uitgesloten, hij haalde er altijd deskundigen bij wanneer er iets was.” Het horen van de getuigen zal hierover duidelijkheid moeten verschaffen.

Er is nog iets anders. De eerste melding van de brand kwam niet uit de meterkast, maar uit de werkplaats waar aluminiumprofielen werden bewerkt. Deze melding is geregistreerd bij een beveiligingsfirma. „Was daar iemand, die middag en wie dan wel?”, wil Roosjen weten. Het onderzoek geeft daarover geen uitsluitsel.

De sfeer is verpest en in de dorpen ontstaan kampen. Mensen die kort na de brand niet alleen de nabestaanden van de brandweerlieden „alle sterkte” wensten, maar ook de familie B., zijn veel voorzichtiger. Niet alleen door het verhaal over de clandestien bewerkte stop, ook het bericht dat de werfeigenaar zwaar onderverzekerd was, stimuleerde de verontwaardiging. Ten onrechte, vindt advocaat Roosjen: „Dat is toch echt een zaak tussen B. en zijn klant, die zich op de hoogte moet stellen hoe het precies zit”.

Voor werfeigenaar B., zegt Roosjen, „is het heel zwaar, vooral de wetenschap dat hij de teloorgang van zijn bedrijf niet tegen kan houden. En hoe langer hij vast zit, hoe sneller dat zal gaan.”

    • Harm van den Berg