Serviërs, Grieken en God

Tijdens de Joegoslavische oorlogen stonden de Grieken openlijk aan de Servische kant. Dezer dagen is het wat dat betreft wat stilletjes in Athene.

Alexander Likourézos laat niets van zich horen. Hij zal wel met vakantie zijn. Likourézos is Griekenlands meest befaamde advocaat, hij treedt op in spectaculaire kwesties, zoals de schandalen waarbij Siemens is betrokken. Hij was ook enkele jaren afgevaardigde voor de regeringspartij Nieuwe Democratie. Vanouds is hij de ‘juridisch adviseur’ van generaal Mladic. Zijn kantoor hangt vol met foto’s waarop hij is te zien met Mladic, Milosevic en Karadzic. In de jaren negentig reisde hij met de componist Theodorákis tweemaal naar Belgrado om Milosevic ‘morele steun’ te geven. Van een slachting bij Srebrenica wil hij niks weten.

De Griekse media hebben over Karadzic’ arrestatie bericht met dezelfde voldoening die ook elders heerste. Alleen de links-radicale partij stelde in een commentaar dat „de nieuwe wereldorde even gevaarlijk is als het verregaande nationalisme waarvan Karadzic de belichaming was”. En in de taverne is de vraag: „waarom Karadzic wel en Bush niet?”

Acht dagen lang was er in de media totale stilte over de verering die Karadzic in de jaren negentig in Griekenland ten deel was gevallen. Totdat Takis Míchas, die een boek heeft geschreven over de Griekse diplomatie in die jaren, in dagblad Eleftherotypía kwam met een pittig artikel waarin werd herinnerd aan het triomfantelijke bezoek dat Karadzic als president van de Servische republiek in Bosnië in 1993 aan Athene bracht.

De toenmalige Griekse premier Kostas Mitsotákis ontving hem thuis, evenals de socialistische oppositieleider Andreas Papandreou die hem bij deze gelegenheid een ‘strijder voor vrede’ noemde. De orthodoxe aartsbisschop, de vakbondsleiding en de huidige premier Kostas Karamanlís waren aanwezig bij de grootscheepse huldiging in het Stadion voor Vrede en Vriendschap en de hoge gast sprak na afloop de woorden: „De Serviërs zijn niet zonder vrienden: de Grieken en God”.

Het beruchte concentratiekamp Omarska was toen al bekend, de bombardementen op Sarajevo waren in volle gang. Karadzic beloofde dat daar een boulevard naar de Griek Koloktrónis zou worden genoemd, de centrale held uit de Griekse Vrijheidsoorlog tegen de Turken. De Grieken zagen de parallel: Sarajevo was een nieuw Tripolitsa, in 1821 op de Turken buitgemaakt door Kolokotrónis, ten koste van tienduizenden slachtoffers: Turken, Albanezen, Joden. Servië en Griekenland hebben een vergelijkbare geschiedenis onder het Ottomaanse rijk.

Srebrenica moest nog komen, maar bleef jarenlang een volkomen onbekend begrip voor het Griekse lezerspubliek. Al meer dan een jaar loopt er theoretisch een gerechtelijk onderzoek naar berichten over deelname van Griekse vrijwilligers aan dat bloedbad, en zelfs vlagvertoon daarbij.

De Grieken hebben hun informatie over dit alles wel ingehaald, de Grieks-Servische broederschap is niet meer onaantastbaar, en de huidige oppositieleider Papandreou, zoon van ex-premier Andreas, heeft als president van de Socialistische Internationale een rol gespeeld bij de vorming van de pro-westerse regering in Belgrado. Maar in Griekenland blijft iets van een vacuüm hangen. Likourézos is nog altijd een gerespecteerde advocaat. En Theodorákis („de vervolging van de Kosovaren berust op een sprookje”) blijft Griekenlands meest vereerde figuur.

    • F.G. van Hasselt