Scheppingsdrang

Nicolien Mizee geeft een cursus verhalen schrijven aan de Volksuniversiteit. Ze laat zich inspireren door haar leerlingen. Vandaag over de echte kunstenaar.

Als ik de deur van mijn klaslokaal open, verstomt het praten en lachen zo abrupt dat ik een beetje ongemakkelijk aan mijn tafel ga zitten. Dan stelt Harriët de vraag: „Is het waar dat je gaat trouwen, Nicolien?”

Ik knik. „Hij heeft me gevraagd.”

„Maar je was toch lesbisch?” roept Johan.

„Een kunstenaar moet zich ontwikkelen”, zeg ik.

„Ga je in een jurk?” vraagt Annemie gretig.

„Met een sleep”, zeg ik. En door alle uitroepen van hoon en ongeloof heen: „Wat hebben jullie tegen trouwen? Hoeveel van jullie zijn er getrouwd?”

Daar gaat het ze niet om. Zij zijn gewóón. Maar ik ben schrijfster. Ik ben juist altijd zo anders. Zo onconventioneel! Als ik niet-begrijpend kijk, beginnen ze behulpzaam te wijzen. Die schoenen! Die tas! Zoals ik doé!

„Maar dat is helemaal niet mijn bedoeling”, zeg ik. „En daarom ga ik trouwen. Ik word mevrouw Van Dam. Dan kan ik de slager bellen en zeggen: Ik wil een mooi lendenstuk. Legt u het maar klaar op naam van mevrouw Van Dam.”

„Maar blijf je dan nog wel schrijven?” vraagt Dolf. Hij lijkt zo bezorgd dat ik er maar eens goed voor ga zitten. „Vertel eens, wat zijn volgens jullie de criteria voor een echte kunstenaar?”

De antwoorden buitelen over elkaar heen. Een echte kunstenaar staat laat op. Hij is gedreven, gefascineerd door zijn onderwerp, geobsedeerd zelfs. Hij wil schokken en vernieuwen. De mensen wakker schudden. Hij gaat er zowat aan kapot, zo bezeten is hij met al die dingen bezig. Hij is egoïstisch. Hij heeft originele meningen over kunst en politiek. Hij geeft een haarscherp tijdsbeeld en ziet de toekomst van de wereld somber in. Daarom is hij ook aan de drank. Hij kan wel een hele nacht over één zin nadenken, of over één penseelstreek. Soms verscheurt hij alles in razernij.

Dan zegt hij dat hij nooit meer zal schrijven of schilderen. Maar ja, de volgende dag begint hij weer opnieuw. Want de scheppingdrang is sterker dan hijzelf. Ze lachen er wel een beetje bij, mijn leerlingen, maar toch menen ze het. De meeste kunstenaars geloven er trouwens ook in.

„Mijn aanstaand huwelijk schokt jullie meer dan alles wat ik de afgelopen weken over literatuur heb staan vertellen”, zeg ik. „Dus dan doe ik het toch goed? Ik moet toch schokken?”

Ze aarzelen. Nee, nee, dat telt niet. Ik moet schokken door mijn werk. Door mijn boeken.

„Maar daar hoor ik jullie nooit over”, zeg ik.

„Ik ben net met je derde boek bezig”, zegt Dolf. „Over die hermafrodiet.”

„En vind je het schokkend?” vraag ik.

Hij aarzelt.

„Ga je in het wit?” vraagt Annemie dromerig. „En waar ga je heen op huwelijksreis?”

Misschien gaat het ze hierom: ze willen dat er mensen bestaan die wakker liggen van één zin. Die zin hoeven ze niet ook nog eens te lezen. Zo maak ik geld over voor de regenwouden. Maar ik wil er niet naar toe. Op huwelijksreis ga ik naar Vlieland.

    • Nicolien Mizee