Rijk dankzij God

In Afrika mag je rijk zijn, ongeacht hoe je aan je geld komt. Als je het maar wel deelt met de jouwen.

Foto Alastair Miller/Bloomberg News A Rand note, the currency of South Africa seen Friday, April 1, 2005. The rally in South Africa's rand, the best performing major currency the past month, may slow as inflation accelerates too fast for the central bank to contain. Photographer: Alastair Miller/Bloomberg News BLOOMBERG NEWS

‘Bossie’, noemt hij me. Op de korte route van mijn huis naar de bakker, grijpt hij me elke ochtend even bij de mouw, op de hoek van Seventh Street en Fifth Avenue. „Een brood, een shirt, een broek, Bossie, alsjeblieft. Gimme something.” Nkosi wast de auto’s in de straat, of houdt een oogje in het zeil als je de auto bij hem parkeert. Ook als hij geen dienst voor je verleent, eist hij een aalmoes, een beetje hulp. „Luister, jij hebt geluk gehad en ik heb niets”, pakte hij mijn hand eens dwingend vast. „God heeft dat zo bepaald, en daarom moet je me helpen.”

Geld is geloof. Zo ziet Nkosi dat, en niet alleen hij. Geld of welvaart is in Afrika volgens velen evenmin maakbaar als geluk, even onvoorspelbaar als aids, honger, of tirannie. Het overkomt je. En er zijn hogere, onbereikbare krachten die beslissen wie het overkomt.

Dit is een continent vol armoe en vol mensen die even plotseling en onverklaarbaar een uitweg vonden. Dankzij het zilver, het goud, de diamanten of de olie in de grond, die er op een dag niet en toen ineens wel waren. De blanken werden rijk zonder dat ze er zichtbaar veel moeite voor hoefden te doen. Ze lieten anderen het werk doen. En ook toen de blanken hun macht verloren, bleef geld verbonden aan geluk. Landgenoten werden van de ene op de andere dag minister of president, kregen een boerderij in handen, een regeringscontract, de jackpot.

Eens mochten we op bezoek bij een Zimbabweaan die er zo veel van had, geld, dat hij een dagtaak had aan het uitgeven ervan. In zijn kantoor in Harare lagen de breedbeeldtelevisies kriskras over de vloer. Hij had nog geen tijd gehad om de plasmaschermen aan de muur te hangen. Buiten stonden zeventien gloednieuwe Landrovers, drie Landcruisers, drie Mercedessen en een Hummer. De Bentley cabriolet, zo blauw als de kleur van zijn twee zwembaden, had een mankement aan het schuifdak. Een reparateur, overgevlogen van het Bentley-hoofdkantoor in Londen, was er al de hele dag mee in de weer. Het dak ging open en het dak ging dicht. En in de tijd daartussen had Phillip Chiyangwa, neefje van president Mugabe, alweer miljarden verdiend, die tegen de huidige koers quadriljoenen zouden zijn.

Chiyangwa staat bekend als een bedrijvenstripper. Hij koopt ze op en de dag voor dat hij moet uitbetalen, verklaart hij de boel failliet. Eens kocht hij zo een schoenenfabriek. De tweeduizend werknemers stuurde hij zonder afvloeiingsregeling of zelfs maar een maand salaris naar huis. Sommigen hadden er twintig jaar gewerkt. „Zoek maar een paar schoenen uit”, zei Chiyangwa bij het afscheid.

„En ik zeg dankjewel tegen de regering-Mugabe, omdat ze er voor gezorgd hebben dat zwarten hun eigen lot in handen kunnen nemen. Kijk hier eens rond en zie hoe geweldig het met mij gaat.” En zo leerde Chiyangwa iets over geld in Zimbabwe, en in Afrika. Voor vermogen hoeft geen mens zich hier te schamen. Wat je hebt, laat je zien, ook al lijdt meer dan eenderde van je landgenoten honger. Een premier die op zijn fiets naar het werk komt, zoals Wim Kok nog wel eens deed in het tijdperk vóór de politieke moorden in Nederland, is hier ondenkbaar. Geld is je legitimiteit, ook in de politiek. Een zakenman als Herman Heinsbroek, te flamboyant voor zijn politieke geloofwaardigheid in Nederland, had het hier heel goed gedaan.

De nieuwe machthebbers in Afrika, die nu de plaats innemen van de oude revolutionairen die de zwarte bevolking van de blanke overheersing bevrijdden, zijn veelal zakenmannen, die politieke munt kunnen slaan uit hun financiële geluk. In Mozambique heb je Armando Guebuza die, rijk geworden in de bouw en visserij, zijn baan als president met zijn zakenbelangen mag combineren. In Nigeria heet de president sinds 2007 Umara Yar’Adua, voormalig bankier en directeur van veel bedrijven. In Zuid-Afrika worden miljonairs als Tokyo Sexwale en Cyril Ramaphosa nog steeds genoemd als mogelijk toekomstige presidenten, ook al is Jacob Zuma in 2009 als eerste aan de beurt. Zuma’s vermeende banden met de wapenindustrie zijn reden tot een rechtszaak, maar niet voor wantrouwen onder zijn almaar groeiende aanhang.

Er is wel een belangrijke voorwaarde voor ongestoord financieel succes. Je moet het delen. Zuma bouwde van zijn vermeende corruptiegeld een school voor de kinderen uit zijn dorp, en tien villa’s voor zijn familie en zijn meerdere echtgenoten. Openbaar aanklagers zullen vanaf maandag 4 augustus proberen aan te tonen dat Zuma daarmee de wetten van het land overtrad, maar volgens het dorp voldeed hij aan zijn plicht.

In de zakenkranten die ik op mijn dagelijkse ochtendwandeling bij de kiosk haal, wordt daar zelden over geschreven. Alleen Nkosi, op de hoek van 7th street en Fifth Avenue, wijst me op die wijsheid. Alles wat hij wil in ruil is een brood, een shirt of een broek.

    • Bram Vermeulen