Rechters verdeeld over Albayrak

Mogen Chinese illegalen worden vastgezet? De ene rechter vindt van wel, de andere niet. Het uitzetten van illegalen blijft lastig.

Doet staatssecretaris Nebahat Albayrak (Vreemdelingenzaken, PvdA) wel of niet haar best om illegale Chinezen het land uit te zetten? Nederlandse rechters zijn het daar niet over eens. Begin deze week vond de Raad van State – de hoogste rechter bij immigratie- en asielzaken – nog van wel. Volgens hem doet Albayrak van alles om meer medewerking te krijgen van de Chinese autoriteiten bij de uitzetting van Chinezen. Die medewerking is cruciaal, want zonder een ‘laissez passer’ van China kan een illegale Chinees zonder papieren niet worden uitgezet. Het probleem: sinds begin dit jaar heeft China nul van deze reisdocumenten afgegeven.

De inspanningen van de staatssecretaris houden volgens de Raad van State het vooruitzicht levend dat de Chinese illegalen uitgezet kunnen worden. Voor de staatssecretaris is die goedkeuring cruciaal: het vastzetten van illegalen mag alleen als er vooruitzichten zijn op uitzetting.

De rechtbank in Maastricht was een paar dagen later minder positief over Albayrak. De rechters die moesten beoordelen of zij drie illegale Chinezen die op uitzetting wachten, had mogen opsluiten, zagen bij de staatssecretaris juist geen „poging om te komen tot een daadwerkelijke oplossing” van de tegenwerking van China en eisten onmiddellijke vrijlating.

De Tweede Kamer zal er niet blij mee zijn. Kamerfracties eisten begin dit jaar unaniem dat de staatssecretaris er alles aan moest doen om 770 Chinezen – die zich bij asielcentra meldden na een gerucht over een nieuw pardon – uit te zetten. Kamerlid Henk Kamp, van oppositiepartij VVD, vond al snel dat Albayrak niets bakte van het uitzetten van deze illegalen, die „op een presenteerblaadje waren aangereikt”.

Maar het probleem zit niet in het presenteerblaadje van de staatssecretaris. Dat is vol genoeg. Van de naar schatting 74.000 tot 184.000 illegalen in Nederland worden er jaarlijks duizenden aangemeld voor uitzetting. Veel moeilijker is het om het presenteerblaadje ook weer leeg te krijgen. Dat is al jarenlang een probleem, en niet alleen bij China.

Om de kans op uitzetting te vergroten is anderhalf jaar geleden de Dienst Terugkeer en Vertrek opgericht. Door een intensieve begeleiding van illegalen zouden meer van hen „zorgvuldig, waardig en tijdig” het land verlaten.

Ook ambtenaren van deze nieuwe dienst hebben te maken met een weerbarstige praktijk van (inter)nationale rechtsbescherming, onwillige landen van herkomst, tegenstribbelende en onvindbare vreemdelingen, langs elkaar heen werkende overheidsdiensten en micromanagement van de Kamer.

In de eerste helft van dit jaar werden 8.725 illegalen bij de nieuwe dienst aangemeld. 2.200 illegalen zijn in diezelfde periode aantoonbaar uit Nederland vertrokken. 200 van de 2.200 illegalen die het land verlieten, deden dat vrijwillig, een belangrijk speerpunt.

Het is nog onduidelijk of deze prestatie van de overheid een betere of slechtere is dan vóór oprichting van de dienst. De grootste handicap voor de medewerkers, en daarmee voor de staatssecretaris, blijft dat ze uiteindelijk een beperkte invloed hebben op de belangrijkste succesfactoren van uitzetting: De bereidheid van illegalen zelf om terug te gaan, en de bereidheid van andere landen om illegalen ook terug te nemen. Dat is een werkelijkheid die voor veel politici moeilijk te verteren is.

Zaterdag & Cetera: reportage Dienst Terugkeer en Vertrek

    • Derk Stokmans