Piet Zwart, democratisch directeur

Piet Zwart, die maandagnacht overleed, 83 jaar oud, was dertig jaar toernooidirecteur van het Hoogovenstoernooi, maar je had het idee dat hij daar altijd al was geweest, zozeer leek hij met het toernooi vergroeid.

Helemaal waar is dat niet, maar het scheelt niet veel. In het jubileumboek van Lex Jongsma en Alexander Münninghoff uit 1998, het laatste jaar van Piets directeurschap, lees ik dat hij in 1979 de gouden speld kreeg omdat het zijn 25ste toernooi was. Hij was er sinds mensenheugenis, zou je kunnen zeggen, in verschillende functies en de laatste tien jaar als trouwe bezoeker, al moest hij soms overslaan wegens gezondheidsproblemen.

Zijn toernooi lijkt nu een zo onaantastbaar instituut, eerbiedwaardig en solide als het koningshuis, dat je bijna vergeet hoeveel problemen er vroeger zijn geweest. Vanaf de tweede helft van de jaren ’70 ging het een tijd erg slecht met de staalindustrie. Het toernooi werd ingekrompen en er was zelfs sprake van opheffing.

Er was een tijd lang de boycot door de Sovjet-Unie van toernooien waarin Viktor Kortchnoi meespeelde. Veel toernooien gaven aan die boycot toe door zelf Kortchnoi uit te sluiten, maar het Hoogovenstoernooi hield de rug recht.

Daarna was er een problemen met de FIDE, die een keer haar kandidatenmatches precies in de periode plaatste waarin altijd het Hoogovenstoernooi werd gespeeld, en er was ook eventjes een probleem dat het toernooi zichzelf had aangedaan, doordat het in een gelukkig kortstondige bui van hervormingsdrift twee jaar het knock-out systeem toepaste, wat slecht uitpakte. Al deze dreigingen zijn onder Piet Zwarts bewind voorspoedig afgewend.

Hij was een bijzonder aardige man. In 1979 liep ik op krukken, wat geen groot bezwaar was, behalve toen de weg van het hotel Hoge Duin naar de speelzaal beneden in het dorp Wijk aan Zee zo glad was geworden dat ik er niet goed meer kon lopen.

Auto’s konden er ook niet meer rijden. Op weg naar de speelzaal werd ik links en rechts ondersteund door Piet en door de publiciteitschef Hans Bakker. Zo bleek weer eens dat het weliswaar een toernooi was waar de wereldelite kwam, maar ook een vriendelijk en democratische toernooi. Bij andere toernooien zouden deelnemers ook wel geholpen worden, maar de bazen zouden dat waarschijnlijk aan een ondergeschikte overlaten.

Het was werkelijk heel erg glad. Piet viel en brak een rib. Ik voelde me schuldig, te meer omdat het ongelukje waardoor ik op krukken moest lopen, geheel mijn eigen schuld was geweest. Piet werd niet boos, daar was hij te aardig voor.

Een paar jaar na zijn afscheid als directeur werd het toernooi omgedoopt tot Corustoernooi, het is nog iets sterker geworden dan vroeger en het bleef wat het in Piets tijd geworden was, het mooiste toernooi van de wereld.

Van alle prachtige herinneringen die met zijn directeurstijd verbonden zijn, is dit er een: mijn gelukzalige verbijstering toen ik Ivantsjoeks 21ste zet zag in de volgende partij.

Vasili Ivantsjoek – Alexei Shirov, Hoogovenstoernooi Wijk aan Zee 1996

1. d4 d5 2. c4 c6 3. Pc3 Pf6 4. Pf3 e6 5. Lg5 dxc4 6. e4 b5 7. e5 h6 8. Lh4 g5 9. Pxg5 hxg5 10. Lxg5 Pbd7 11. exf6 Lb7 12. g3 c5 13. d5 Db6 14. Lg2 0-0-0 15. 0-0 b4 16. Pa4 Db5 17. a3 exd5 18. axb4 cxb4 19. Le3 Pc5 20. Dg4+ Td7 In deze stelling had iedereen 21. Pxc5 gespeeld, maar zoals Ivantsjoek later schreef, het schaakspel is waarlijk onuitputtelijk. Zijn volgende zet staat in het collectieve geheugen van de schaakwereld gegrift. 21. Dg7

Als een schaker zegt ‘23...Dc3-g3’ zal een andere meteen zeggen ‘Levitsky – Marshall, Breslau 1912’ en een derde zal dan opmerken dat het verhaal over de goudstukken die toen door geestdriftige toeschouwers op het bord werden geworpen, niet waar is. Zo is het ook met ‘21. Dg4-g7’. ‘Ivantsjoek – Shirov’, roepen we dan in koor, en vervolgens worden herinneringen opgehaald aan het wonderlijke en indrukwekkende optreden van Ivantsjoek in de perskamer van Corus in 1996. 21...Lxg7 22. fxg7 Tg8 23. Pxc5 d4 Zeven jaar later deed Shirov het beter in Ponomariov-Shirov, Wijk aan Zee 2003, met 23...Txg7. Na 24. Pxd7 Dxd7 25. Txa7 Tg6 won zwart na harde strijd. 24. Lxb7+ Txb7 25. Pxb7 Db6 Na 25...Kxb7 26. Lxd4 blijft wits machtige pion g7 in leven. 26. Lxd4 Dxd4 27. Tfd1 Ook nu heeft wit duidelijk voordeel door zijn spel tegen zwarts koning. 27...Dxb2 28. Pd6+ Kb8 29. Tdb1 Dxg7 30. Txb4+ Kc7 31. Ta6 Tb8 32. Txa7+ Kxd6 33. Txb8 Dg4 34. Td8+ Kc6 35. Ta1 Zwart gaf op. Wit wint de c-pion en daarna lopen zijn eigen pionnen door.