Oranje globalisering

Tijdens het EK-voetbal ontving ik een openhartige mail van een vriend in Madrid. Hij had zo hard over Dirk Kuijt (Nederlandse voetballer) zitten nadenken dat hij van hem had gedroomd.

Ooit zal iemand het Grote Wereldboek van Nederlandse Voetbaldromen publiceren. Dit EK heeft duidelijk gemaakt dat voetbal, meer dan al het andere, het buitenlands imago van Nederland bepaalt. Dat Oranje uiteindelijk verliest, helpt dat imago alleen maar.

Vóór het EK hield de Britse krant The Guardian een online-peiling met de vraag: welk land moesten Britse fans steunen, nu hun eigen teams ontbraken? Nederland kreeg 96,2 procent van de stemmen. Weliswaar kwam dat omdat Nederlandse hackers de peiling hadden bewerkt, maar ook zonder vals spel had Nederland gewonnen. Nederland werd tevens eerste in een peiling van een Israëlische krant.

Het Oranje-effect leek wereldwijd. Een Zwitserse vriend mailde tijdens het toernooi: ‘Elke tweede Zwitser is volgens mij momenteel een “Oranje”. Wij liberale en calvinistisch gevormde kleine landjes moeten in deze tijd van globalisering bij elkaar blijven.’

Een Indiase professor schreef me na de gelukkige monsterzeges van Oranje: ‘Er is een Indiaas gezegde, “Waarom zou je de bomen tellen, zolang je de mango’s maar mag eten?” Ik geloof!!!!’ En een dolenthousiaste Israëlische journalist vroeg of ik hem in contact wilde brengen ‘met johan kroiff, rudd ghulit, frank rijkard’.

Het ging deze mensen niet om deze of gene speler, en niet eens om het huidig elftal. Zij vieren simpelweg de Nederlandse voetbaltraditie. Roemenen noemen die traditie bijvoorbeeld ‘portocala mecanica’, wat hetzelfde betekent als ‘clockwork orange’ of ‘naranja mecanica’.

Voor buitenlanders is ons voetbal iets eeuwig Nederlands. Tijdens het EK interviewde ik de Zwitserse architect Jacques Herzog, winnaar van de Pritzkerprijs, het architectonisch equivalent van de Nobelprijs. Behalve Tate Modern in Londen bouwde Herzog het voetbalstadion van FC Basel en het Olympisch Stadion van Peking. Ook hij vond dat Nederland al dertig jaar typisch Nederlands speelt. ‘Dat is op de één of andere manier genetisch, of het zit in het bloed’, zei hij.

Bij mensen van zijn leeftijd roept een Nederlands voetbalteam daarom herinneringen op aan de mooiste dagen van de jaren zeventig. Daarbij komt de kleur oranje: een unieke en vrolijke kleur in het wereldvoetbal.

Na het interview legde Herzog zijn hand op mijn schouder en zei: ‘Veel geluk. Mijn hart is oranje.’ Natuurlijk verloor Nederland vervolgens van een Russisch elftal dat blijkbaar Nederlandse genen had, omdat het herkenbaar Nederlands voetbal speelde. Maar de tragische nederlagen van Oranje verstevigen de buitenlandse liefde alleen maar. Doordat Nederland verliest, pakt het niets van andere landen af.

De liefde voor het Nederlands elftal is getalsmatig de belangrijkste buitenlandse reactie op Nederland. Alleen al 15 miljoen Duitsers zagen de wedstrijd Nederland -Rusland. De wereldwijd best bekeken tv-programma’s van 2008 worden hoofdzakelijk EK-voetbalwedstrijden. Het voetbal overschaduwt zelfs de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh, laat staan al het andere dat in Nederland gebeurd.

In Israël ontmoette ik jaren geleden een van oorsprong Nederlandse jood, Shmuel Hacohen, die de kansloze missie op zich had genomen om Israëliërs ervan te overtuigen dat Nederland niet ‘goed’ was geweest in de oorlog. Op weg naar weer een tv-studio had Hacohen een keer zijn Israëlische taxichauffeur gevraagd: ‘Meneer, wat weet u eigenlijk van Holland, van de Nederlandse joden?’ ‘Om eerlijk te zijn’, antwoordde de chauffeur, ‘ken ik van Holland alleen die zwarte voetballers.’

    • Simon Kuperis Schrijver
    • Auteur van ‘Retourtjes Nederland'
    • Columnist En