Olie-industrie is kwetsbaar

De winsten stijgen tot duizelingwekkende hoogtes. Toch zijn er zorgen over de toekomst van de grotere westerse energieconcerns. Gevaren loeren van vele kanten.

Het lijkt niet stuk te kunnen. Record na record wordt gebroken door de energiebedrijven in de Verenigde Staten en Europa. Shell boekte in het tweede kwartaal de hoogste winst ooit en rivaal ExxonMobil wist in de periode van drie maanden meer dollars te verdienen dan enig ander Amerikaans bedrijf ooit. Ook het Britse BP en Franse Total boekten grote winstsprongen.

Vreemd? Nee, De olie- en gasprijs staan op zeer hoge niveaus waardoor de dollars blijven rollen. Gouden tijden dus voor de energiebedrijven.

Maar toch. De internationale beursgenoteerde olie- en gasbedrijven staan in toenemende mate onder druk. De tijd van de ‘makkelijke’ olie die vlak onder de grond gevonden werd is veelal voorbij. Het vinden en exploreren van nieuwe bronnen wordt complexer en duurder, bijvoorbeeld diep onder de zeebodem of via de winning van olie uit teerzanden. Daarbij komt dat de politieke druk rond grondstoffen toeneemt, zeker nu een grondstof als olie schaarser wordt en de prijs zo hoog staat. Bovendien lijkt er een voorlopig einde gekomen aan de stijging van de olie- en gasprijs.

Die olieprijs – waaraan de gasprijs is gelieerd – bereikte vorige maand een hoogtepunt toen de Amerikaanse WTI-olie even meer dan 147 dollar kostte voor een vat van 159 liter. Sindsdien werd deze olie ruim 23 dollar goedkoper.

De daling wordt ingegeven door zorgen over de economie. In de Verenigde Staten vertraagt de groei waardoor de vraag afneemt. Een belangrijke ontwikkeling aangezien de VS vorig jaar alleen al 24 procent van de wereldwijde olieconsumptie opslokte. Ook in Europa neemt de groei af. Burgers op beide continenten laten door de sterk gestegen benzineprijzen de auto vaker staan. Afgelopen week werd ook bekend dat de Amerikaanse vraag naar kerosine daalt. Een aantal luchtvaartmaatschappijen heeft vluchtroutes geschrapt als gevolg van de hoge brandstofprijs.

Het voorspellen van de olieprijs is een hachelijke zaak. Maar niemand verwacht dat de prijs op korte termijn bijvoorbeeld onder de 100 dollar zal zakken. Een rondgang van persbureau Bloomberg langs 32 analisten laat zien dat zij voor volgend jaar een gemiddelde prijs verwachten van 120 dollar. Ook dat is historisch gezien duur. Eind jaren negentig kostte een vat rond de 10 dollar, enkele jaren later werd 35 dollar als hoog bestempeld en enkele zomers geleden, in 2005, werd er bij een prijsniveau van 60 dollar al zorgelijk gekeken.

De energieconcerns weten dat ze grotendeels afhankelijk zijn van de olieprijs, maar zijn huiverig om iets te zeggen over het prijsverloop. „Wij zijn voorbereid op een zeer beweeglijke prijs voor een langere termijn”, zei Jeroen van der Veer, topman van Shell donderdag. Zijn collega Tony Hayward bij BP stelde eerder in de week dat de consumptie van benzine momenteel een daling van de vraag doormaakt in de rijke westerse landen van 5 tot 10 procent.

Maar om te kunnen profiteren van de hoge olieprijs moet je wel olie hebben die je kunt verkopen.

Het is het grote probleem van de westerse, meest niet staatsgecontroleerde, bedrijven. Een aantal van de grootmachten in de sector hebben al enige jaren problemen met het op peil houden van de productie. Shell moest in het tweede kwartaal een daling bekendmaken van 2 procent en Exxon zelfs met 8 procent. BP wist de productie gelijk te houden en bij Total steeg de productie, na enkele slechte kwartalen, dit keer met 1 procent.

Dit komt ten eerste door een te laag investeringsniveau in de jaren negentig. Begin deze eeuw werden de investeringsprogramma’s weer opgeschroefd, maar het vinden en productieklaar maken van een olie- of gasveld duurt jaren.

Daarbij wordt een aantal bedrijven geconfronteerd met regeringen van grondstofrijke landen die steeds meer eisen. Zo werd Shell in Rusland gedwongen om een deel van haar aandeel in het zeer omvangrijke Sachalin-project te verkopen aan staatsbedrijf Gazprom waardoor het een veel minder groot deel van de productie krijgt. Het contract was afgesloten in een periode dat de prijzen lager stonden. Ook BP merkt nu dat de situatie in Rusland anders is dan vijf jaar geleden toen het de BP-TNK joint venture aanging. De Russen zijn op allerlei manieren bezig BP het land uit te pesten.

Andere landen waar in meer of mindere mate problemen zijn: Kazachstan dat meer invloed en geld wil, net als Venezuela dat zelf haar kostbare grondstoffen wil beheren. In Nigeria is de situatie zo onrustig dat er continu een deel van de productie stilligt omdat militanten installaties aanvallen.

Soms komt de druk vanuit een andere kant. Zo is er de toenemende concurrentie van staatsoliebedrijven uit onder meer China. En in het geval van Iran, een olierijk land dat graag westerse concerns binnen wil laten, trokken Total, Shell en sinds gisteren ook het Noorse StatoilHydro zich terug uit angst voor sancties van de VS. De VS wil niet dat er wordt geïnvesteerd in Iran omdat het land weigert zijn nucleaire programma op te geven.

Af en toe zijn er ook lichtpuntjes. In het toch niet erg rustige Irak hoopt Shell binnen afzienbare tijd contracten te tekenen, evenals overigens Total, BP en Exxon.

    • Heleen de Graaf