Nieuwe rijken slaan munt uit oud-Rusland

De Russische schilder Isaak Levitan zocht een eeuw geleden inspiratie in Pljos. Nu is het de speeltuin van Ruslands nieuwe rijken. Deel drie van een serie reportages langs de Wolga.

Het kleinste pronkjuweel van de Wolga heet Pljos. Het 2.700 inwoners tellende stadje dankt zijn blinkende status aan de Moskouse landschapsschilder Isaak Levitan, die er vanaf 1888 drie zomers doorbracht. In een houten huis aan de kade voltooide hij zo’n tweehonderd werken, die het plaatsje in heel Rusland beroemd maakten. Volgens zijn beste vriend Anton Tsjechov verleende Pljos een glimlach aan Levitans schilderijen.

„Levitan is als een vader voor ons”, zegt een vrouwelijke suppoost in diens vroegere woning, die nu als museum is ingericht. „Zijn verblijf hier trekt onafgebroken bezoekers aan. Onze stad heeft alles aan hem te danken.”

Jaarlijks reizen zo’n 300.000 toeristen naar Pljos, voornamelijk Russen. Ze komen per tourboot of bus, dolen wat over de kade, bezichtigen het museum en wat heuvelige straatjes en vertrekken weer. „Ze zijn hier hoogstens twee uur”, zegt de 74-jarige Fransman André Maignenan op de veranda van zijn chambre d’hôte, een 138 jaar oud houten huis als uit een verhaal van Tsjechov met een magnifiek uitzicht over het oude deel van het stadje en de Wolga. „Mijn vrouw Jelena en ik wonen hier al zeven jaar. Eerst in een ander huis, omdat dit te vervallen was. Toen we het hier eenmaal hadden opgeknapt, zeiden vrienden dat we op zo’n mooie plek kamers moesten gaan verhuren. En zo zijn we begonnen.”

Voor de kostbare verbouwing had Maignenan geld nodig. Bij een Russische bank kon hij dat lenen. „Maar dan wel tegen 23 procent rente per jaar”, zegt hij. „En dat geld had ik niet.” Met leningen van vrienden en een Franse bank lukte het hem tenslotte toch zijn ideaal te verwezenlijken. Sindsdien ontvangt het echtpaar Maignenan per seizoen zo’n honderd gasten in zijn vijf huurkamers. Ze zijn afkomstig uit alle delen van de wereld.

Maignenan heeft oude banden met Rusland. In de jaren zestig was hij in Frankrijk correspondent voor het Russische staatspersbureau Tass. „Ik werkte als redacteur bij de communistische partijkrant L’Humanité”, vertelt hij. „Toen Tass mijn bazen vroeg of ze een correspondent konden leveren, vaardigden ze mij af.” Op uitnodiging van Tass kwam hij vanaf 1964 regelmatig in de Sovjet-Unie, waar hij ontdekte dat het communistische systeem één groot bedrog was. „Dat mocht ik in Frankrijk niet vertellen, omdat de Franse communistische partij streng in de leer was. Na het neerslaan van de Praagse opstand in 1968 kon ik er niet meer tegen en ben ik gestopt met de journalistiek.”

Daarna werkte Maignenan bij het technische vertaalbureau van zijn eerste, Russische, vrouw en had hij een handelsbedrijfje. Totdat tijdens Gorbatsjovs perestrojka alle regels veranderden. In die jaren scheidde hij en hertrouwde met de eveneens Russische Jelena.

Maar Maignenans toekomst als pensionhouder is onzeker, nu de lokale oligarch Aleksej Sjevtsov de oude huizen in het stadje opkoopt en restaureert tot een luxe hotelcomplex. Hij wijst naar een straatje beneden in het dorp. „De meeste huizen daar heeft hij al gekocht. Je kunt ze huren voor prijzen variërend van 900 tot 1.500 euro per dag. Gelukkig hebben we een goede verhouding met hem, al ziet hij ons wel als zijn concurrent.”

Over de Wolga jaagt de regen. Op de veranda van de Maignenans wordt de lunch geserveerd. De Russische gasten scharen zich om de grote tafel en genieten van de gerechten. Beneden in het stadje, aan de kade, zit 45-jarige multimiljonair Aleksej Sjevtsov in zijn deftige restaurant Jachtclub. Zojuist is de gouverneur van de provincie Kostroma met een klein gezelschap vrienden gearriveerd voor de lunch. „Ik moet even het personeel inlichten dat ze hoog bezoek hebben”, zegt de in roze Lacoste-poloshirt gehulde zakenman, wiens moeder in de buurt van Pljos is geboren.

De basis van zijn fortuin dankt Sjevtsov aan het feit dat hij een van de eerste beleggingsadviseurs van Rusland was. „Met het geld dat ik daarmee verdiende, kocht ik in de jaren negentig samen met anderen een machinefabriek in de Oeral. Ik ben er acht jaar bestuursvoorzitter geweest. Daarna hebben we de fabriek aan oligarch Oesmanov verkocht. Maar in de Oeral had ik toen ook al hotels en restaurants.”

Tijdens een zakenreis in Ivanovo belandde hij in Pljos, dat hij zo mooi vond dat hij besloot zich er te vestigen. „In 1999 heb ik op de kade mijn eigen huis gebouwd. Twee jaar later begonnen mijn vrouw en ik er met het opkopen en verbouwen van oude huizen. In oktober werd ons eerste hotelhuis geopend. Met de hertog en hertogin van Kent als eerste gasten. Inmiddels hebben we een complex van achttien huizen.”

Op de andere oever van de Wolga staat het grootste huis, het zogenoemde Bosporushuis met zijn enorme zonneterras. „Overal bieden we huisservice, onze variant van roomservice. Om het Bosporushuis ’s winters te bereiken gebruiken we hovercrafts, waarin onze gasten ook tochtjes over de bevroren rivier kunnen maken.”

Sjevtsov richt zich vooral op individuele toeristen die een paar nachten in Pljos willen doorbrengen en in cultuur zijn geïnteresseerd. Het zijn merendeels Moskovieten, die per helikopter op het door Sjevtsov aangelegde helikopterveld kunnen landen. „En in september hebben we ons eerste kamermuziekfestival”, zegt Sjevtsov trots. „Er treden tal van beroemde musici op.”

Sjevtsov beweert dat hij bij het realiseren van zijn plannen geen traditioneel Russische hindernissen, zoals het betalen van steekpenningen, heeft moeten nemen. Eerder kreeg hij alle medewerking van de overheid van de provincie Ivanovo, waaronder Pljos valt. „De kleinschaligheid van Pljos heeft daarbij enorm geholpen. Toen ik hier begon, kwam de gouverneur meteen kijken. Zoiets overkomt je in Moskou niet zo snel, want om daar burgemeester Loezjkov op bezoek te krijgen moet je wel iets heel bijzonders doen.”

Volgens de gouverneur was een toeristenonderneming iets heel anders dan het gewone zakendoen, omdat de toeristenindustrie bijdraagt aan de bloei van de lokale economie. „Nadat ik hem er ook nog eens van overtuigde dat Pljos een pronkjuweel van zijn gouvernement zou kunnen worden, was hij helemaal op mijn hand. Voor zichzelf laat hij nu een voormalig adelspaleis restaureren, als officiële buitenresidentie.”

Maar ook voor de minder vermogende Rus heeft Sjevtsov grootse plannen. Zo wil hij op de heuvel, naast de chambre d’hôte van Maignenan, een eenvoudig hotel voor jonge mensen bouwen. „Land en ruimte zijn de belangrijkste natuurlijke rijkdommen van Rusland”, zegt hij glimmend van ondernemingslust. „Olie en gas kunnen in de nabije toekomst worden vervangen door andere vormen van energie. Maar ruimte blijft. Op dit moment is veel van die ruimte in Rusland verwaarloosd, maar als je het opknapt heb je een enorm potentieel. Zo hoop ik dat Pljos ooit op een Frans of Engels stadje zal lijken.”

Op de kade klinkt via een scheepstoeter het vertreksein van een toeristenboot. Dagjesmensen slenteren gehoorzaam terug naar de aanmeersteiger. Visverkopers wagen nog een laatste poging om hun gerookte aal en karpers aan de man te brengen. De middag nadert zijn einde. Binnen een klein uur zal Pljos weer net zo leeg en vredig zijn als in de dagen van Levitan.

Weblog over de Wolga-reis: nrc.nl/moskou

    • Michel Krielaars