Nepechte sieraden

Echt of onecht? Voor Real?, zijn nieuwste serie juwelen, gebruikt sieradenmaker Gijs Bakker snuisterijen: nepjuwelen die hij laat bewerken door een edelsmid.

4: Still life (2008), stereolithografiemodel van gevonden sieraad, dat met olieverf is beschilderd

In het begin vond hij het enigszins beangstigend, maar inmiddels is hij eraan gewend. Als sieradenmaker Gijs Bakker in de Verenigde Staten naar de opening van een tentoonstelling van zijn eigen werk gaat, wordt hij geconfronteerd met een tweede expositie. Vele bezoekers dragen een grote broche of ketting van zijn hand.

Nee, zijn klanten willen geen glimmende Cartier om hun pols, of een decoratieve Bulgari op hun borst. Ze willen een Bakker, een echte Bakker. Een sieraad dat een uitspraak doet, een vraag oproept, ergens de draak mee steekt, of een lach opwekt.

Gijs Bakker (1942) is een van de boegbeelden van het Nederlandse juweliersgilde. In de jaren zestig van de vorige eeuw ontketende hij met zijn vrouw Emmy van Leersum (1930-1984) een revolutie in het sieradenvak. Traditionele grondstoffen voor juwelen als goud en edelstenen waren voor hen taboe en draagbaarheid vormde geen vanzelfsprekend uitgangspunt. Zij maakten sieraden van staal, van kunststof of desnoods van kachelpijp. En zij lieten zich niet inspireren door ambachtelijke tradities, maar door ontwikkelingen in de beeldende kunst.

Tot begin jaren tachtig bleef Bakker trouw aan die uitgangspunten en maakte hij sieraden met abstracte, geometrisch vormen. Maar in 1982 gebruikte hij voor een broche opeens een gelamineerde foto van Hans van Manen, een portret van een donkere man met de tong uit zijn mond. Op de punt van de tong had Bakker in een gouden setting een knoeperd van een diamant gemonteerd. Daarna volgden sieraden waarbij hij foto’s van voetballers, autowrakken en bloembedden afzette met edelstenen.

Alsof hij van zijn geloof was gevallen, zo reageerden collega’s op Bakkers omslag naar figuratie en gebruik van edelstenen. Zelf tilde hij niet zo zwaar aan zijn koersverandering. Een ordinaire ansichtkaart van een bouquet bloemen combineren met saffieren en toermalijnen, dat gaf een nieuwe betekenis aan het gebruik van edelstenen. Want wat maakt zo’n fotobroche nu zo mooi: de ansichtkaart of de stenen? Of worden de stenen nog mooier door de ansicht?

Bakker is een veelzijdig en ondernemend ontwerper. Samen met Renny Ramakers richtte hij in 1993 Droog op, het designlabel voor spraakmakend ‘Dutch design’. Ook stond hij aan de wieg van het experimentele sieradenmerk Chi ha paura...? (Italiaans voor ‘Wie is er bang...?’). Daarnaast manifesteerde hij zich als ontwerper van stoelen en gebruiksvoorwerpen. Maar sieraden bleven een constante in een oeuvre dat nu bijna een halve eeuw omspant.

Met zijn nieuwste serie juwelen, Real? geheten, reageert Gijs Bakker zoals altijd op zijn eerdere werk en op wat hij om zich heen ziet. Zijn broches en ringen ogen op het eerste gezicht klassiek: mooie stenen in decoratieve figuraties. Is de sieradenontwerper nu echt van zijn geloof gevallen?

De schijn bedriegt: Bakker speelt een spel. Als grondstof voor zijn Real?-sieraden gebruikt hij snuisterijen uit antiquiteitenwinkels: nepjuwelen met glazen glittersteentjes. Die laat hij bewerken door een edelsmid. Een opvallende insnijding, of een gat in een grote glitterbroche. Of een kleine kopie van diamanten gemonteerd op een sierspeld van strassteentjes. Zo worden goedkope neppers echte Gijs Bakkers.

Echt of onecht? In een tijd waarin met digitale techniek alles kan worden gekopieerd, stelt Bakker met zijn nieuwe sieraden vragen over ambacht en originaliteit.

Real?-sieraden van Gijs Bakker, tot eind september bij Galerie Ra, Vijzelstraat 80 in Amsterdam. Zie ook www.gijsbakker.com

    • Arjen Ribbens