Machtsovername Nadal lijkt dit jaar logische stap

De 26-jarige Roger Federer staat 235 weken aan de leiding van de wereldranglijst. Maar hoe lang nog? Dit weekeinde kan hij worden verdrongen door Rafael Nadal.

Vierenhalf jaar lang leek het een onwaarschijnlijk scenario. Maar morgen kan het zo maar gebeuren dat Roger Federer het stokje moet overdragen aan een collega. Met zijn vroegtijdige uitschakeling bij het Masters-Series toernooi in Cincinnati, afgelopen donderdag, heeft de Zwitserse tennisser de deur wijd opengezet voor zijn grote rivaal. Als Rafael Nadal het toernooi in de Verenigde Staten wint, staat er maandag een nieuwe naam bovenaan de wereldranglijst.

En die kans is groot, want Rafa verkeert al enige tijd in bloedvorm. De laatste keer dat de Spanjaard een wedstrijd verloor was begin mei in Rome, van zijn landgenoot Juan Carlos Ferrero. Sinds die nederlaag – mede het gevolg van een voetblessure – won hij 32 wedstrijden op rij, waaronder de finales van Hamburg, Roland Garros, Queens, Wimbledon en Montreal. Maar misschien wel belangrijker is zijn balans tegen Federer: hij verloor dit jaar geen van hun vier ontmoetingen. Daardoor zit Nadal gevoelsmatig al een paar maanden op de tennistroon.

Hun partijen van de afgelopen dagen in Cincinnati waren exemplarisch. Waar Nadal groot machtsvertoon etaleerde tegen Florent Serra (6-0 en 6-1) en Tommy Haas (6-4 en 7-6) – de uitslag van zijn wedstrijd tegen Nicolas Lapentti was bij het ter perse gaan van deze krant nog niet bekend – oogde Federer breekbaar tegen Robby Ginepri (6-7, 7-6 en 6-0) en Ivan Karlovic (6-7, 6-4 en 6-7). Zijn anders zo formidabele forehand liet de Zwitser geregeld in de steek. En zijn opslag viel donderdag in het niet bij die van servicekanon Karlovic.

Federer reageerde uiterlijk onbewogen op zijn vroege uitschakeling. „Het kan mij niets schelen”, antwoordde hij op de vraag hoe het voelt om overgeleverd te zijn aan de ‘grillen’ van zijn rivaal Rafael Nadal. Een tegenvallend seizoen? De Zwitser liet dat niet blijken. „Ik heb een goed jaar achter de rug”, constateerde hij quasi-opgewekt. „En ik kijk uit naar de Olympische Spelen en de US Open. Met die toernooien kan ik van een goed seizoen een geweldig seizoen maken.”

Met geen woord heeft Federer tot nu toe gerept over de mogelijkheid dat hij voor het eerst sinds 2002 een jaar zonder grandslamtitel dreigt af te sluiten. Tegenover de pers hield hij het in de aanloop naar Wimbledon op ‘een bevredigend gravelseizoen’ en ‘een prima optreden’ op de Australian Open. De Zwitser voegde er zelfs aan toe dat Wimbledon zíjn toernooi is – this is my part of the season. Maar misschien is hij nu wel opgelucht dat er een einde komt aan een lange belastende koppositie. Federer won vijf jaar geleden zijn eerste van twaalf grandslamtitels.

Nee, dan Nadal. De Spanjaard toonde de afgelopen jaren groot ontzag voor zijn vier jaar oudere collega. Na zijn indrukwekkende zege op Wimbledon bood hij Fed Express vorige maand zijn excuses aan voor het wegkapen van de titel. En donderdag was hij de eerste die Federer troostte na diens vroegtijdige uitschakeling tegen Karlovic. „Roger had heel veel pech in de derde set”, zei hij vergoelijkend. „Ik zit nu in een goede positie, maar daar wil ik nog niet te veel over nadenken. Het enige waar ik mee bezig ben, is het verbeteren van mijn eigen spel.”

Daarmee bewijst de tennisser uit Mallorca eens te meer dat hij niet alleen gezegend is met fysieke, maar ook met mentale kracht. Een eigenschap die hij voor een groot deel te danken heeft aan zijn oom Toni, die Rafa van jongs af aan de harde lessen van het internationale proftennis heeft bijgebracht. ‘Vandaag een superster, morgen een nobody’ hield de succescoach zijn neef voor. Het lijkt er op dat die lessen zich nu uitbetalen.

En Federer? Misschien kijkt hij uit naar een nieuw hoogtepunt in zijn al lange succesvolle carrière. Volgende week mag hij de Zwitserse vlag dragen bij de openingsceremonie van de Olympische Spelen in Peking. „Een grote eer”, aldus de tennisser die op die dag 27 jaar wordt. „Ik heb al veel beleefd, maar de Spelen zijn voor mij nog altijd het grootste.”