‘Ha boek, hier is je beul weer’

Een zomerweek van schrijfster Renate Dorrestein (1954). In steeds dezelfde jurk maakt ze een boek af door het te slopen.

‘Idioot werk, een boek schrijven, ik snap er niets van’ Foto Vincent Mentzel Renate DORRESTEIN (1954) auteur. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Aerdenhout, 7 juli 2008 Mentzel, Vincent

Donderdag 24 juli

Mijn nieuwe boek is in het stadium van de zaag en de bijl beland. Het vergde even een geestelijke aanloop, maar gepriegel zal echt niet meer baten, het betere hakwerk is nu vereist. Gewoon met deel één beginnen, en dan zien we wel waar het schip strandt. Tijdens het radbraken en vierendelen spreek ik de patiënt sussend toe. Het is voor je eigen bestwil, boek. Jij hebt zeven maanden je zin gekregen, nu is je moeder aan zet. En iedere scène die wordt gesloopt, blijft toch wel op de een of andere geheimzinnige manier doorklinken in het geheel. We zetten er iets in, we halen het er weer uit, maar weg raakt het nooit helemaal. Idioot werk, een boek schrijven, ik snap er niets van.

Sproei ’s avonds mijn verflenste tuin en maak nog een strandwandeling. Lees in bed The stone gods van Jeanette Winterson uit. Kan vervolgens niet slapen van verontwaardiging. Wat een mallotig, obscurantistisch verhaal, en dat van een van mijn favoriete auteurs.

Vrijdag

Blijk eigenlijk maar één jurk te hebben die bestand is tegen een hittegolf, dus doe die weer aan. Verder business as usual: probeer me aan de sloop en wederopbouw van mijn boek te wijden, maar word in beslag genomen door andere dingen. Sleutel per mail samen met Kirsten van Uitgeverij Contact aan het juryrapport van de korte verhalenwedstrijd ter gelegenheid van het 75-jarige jubileum van de uitgeverij. Van de bijna achthonderd inzendingen zijn er nu nog elf over. Op 18 augustus zal ik als jurywoordvoerder drie mensen gelukkig kunnen maken, die mogen door naar de finale. De overige acht zal ik voorhouden dat ook ik jarenlang miskend ben geweest. Ieder woord in het juryrapport wordt op een goudschaaltje gewogen.

Maarten is er ’s avonds al bijtijds. Niet samenwonen heeft als voordeel dat er nooit gekissebis is over wie wat moet doen: wij doen uitsluitend iets in ons eigen huis. Dus leest Maarten in de keuken aan het aanrecht de krant, terwijl ik kook. Koken betekent bij mij: pakjes openmaken en de inhoud leuk in schaaltjes doen. Ik ben een mono-talent. De tafel is gedekt als onze gasten arriveren. Na de taco’s, waar iedereen beleefd onder blijft, gaan we als bezetenen zitten bridgen. Ik ga alleen maar down. Gelukkig is mijn bridgepartner Richard een heilige. Om twee uur ’s nachts strijken Maarten en Inge met de eer.

Zaterdag

Erge spijt van alle flessen wijn van gisteren. Trek jurk weer aan. Eet bakje frambozen. Ben verder tot niets in staat. We verkassen naar Amsterdam, waar ik op Maartens bank ga liggen met Unaccustomed Earth van Jhumpa Lahiri. Wat een schitterend boek. Kikker er helemaal van op en krijg weer praatjes. We doen een paar boodschappen en stranden, doordat de metro niet rijdt (niets doet het in Amsterdam, alle musea zijn dicht, het is er een gore vieze zooi, je kunt nergens lopen vanwege het op straat geparkeerde blik en dat noemt zich dan topstad), op station Amstel tijdens een kolossale onweersbui. Het frist wel lekker op, en wachtend totdat het droog wordt zie ik bij de Bruna in de stationshal dat de nieuwe editie van mijn Echt sexy op nummer 2 staat. Dat schreeuwt om drank. Niet doen.

’s Avonds een bijzonder uitje. Wij gaan ook naar de Amsterdam International Fashion Week! In de Westergasfabriek is een modeshow van twee jonge ontwerpsters, Eva en Delia, van wie Maarten de huisbaas is. Alleen al op het publiek kijken we onze ogen uit. Kan zweren dat ik de enige ben op rode spaghettisandaaltjes. De plateauzool is terug, en zwart is weer eens het nieuwe zwart. Volgens het programma vertonen de ontwerpen van Eva en Delia daarentegen een ‘bond’ pallet aan kleuren. We klappen onze handen stuk. Het is een opzwepende show en een geestige collectie. ‘En zo draagbaar,’ zegt Maarten na afloop. Ik heb een man die overal verstand van heeft. Hij is mijn stut en steun.

Haal thuis de jurk door een sopje. Die is trouwens ook nogal bond. Ergens heb ik er onbewust best feeling voor.

Zondag

Jurk droog. Het is snoeiheet. Na een terrasjesontbijt bij Villa Ruysch snel naar huis om de sloop te hervatten. Ha boek, hier is je beul weer. Doe je oogjes maar even dicht, dan hak ik je nog wat verder in moten. Ben enigszins gestresst, want moet ook dringend beginnen met het relatiegeschenk dat bij mij is besteld door Noordhoff, de uitgeverij waar mijn boeken in een speciale editie voor middelbare scholieren verschijnen. Waarom heeft een mens maar één hoofd?

Stap om vijf uur bezweet in de auto om in Amstelveen met drie vriendinnen te gaan eten. We hebben een paar weken geleden een reünie van onze lagere schoolklas bij de nonnen georganiseerd. Er waren bijna veertig vrouwen die elkaar 42 jaar niet hadden gezien. Gek hoe we elkaar toch allemaal herkenden. Lag waarschijnlijk aan onze leesbrillen. Bij Stef thuis doen we de nabeschouwing. Zij heeft heerlijke talapia klaargemaakt, niet uit een pakje maar uit de zee.

Maandag

Iets koeler. Kan eindelijk wat anders aan. Dan eerst het wekelijkse overleg met mijn assistente Andrea, die mijn hele hebben en houden bewaakt. Er heeft zich bij haar iemand gemeld die uit persoonlijk enthousiasme mijn Het Hemelse Gerecht in het Duits heeft vertaald. Verder weer belangstelling van cineasten uit zowel Nederland als Duitsland voor Een hart van steen. Wie, zeg je? Die? O mijn god. Enfin. Is het Servische contract van Verborgen gebreken er al, en waar blijven toch de exemplaren van Zonder genade uit India? Binnen is wel het Duitse verfilmingscontract van Zolang er leven is. Dat betekent dat we rap in de benen moeten komen, anders gaat het fiscaal weer mis. Ik betaal namelijk dubbel belasting: niet alleen in Nederland, maar ook in alle landen waar mijn werk wordt gepubliceerd of anderszins geëxploiteerd. De Nederlandse fiscus vindt dit de normaalste zaak van de wereld en ik moet zelf maar zien hoe ik uit het buitenland mijn tax terugvorder. Om de verfilmingsrechten van Zolang er leven is tot fiscaal rechtvaardige proporties terug te brengen, is het invullen van negen Duitse formulieren vereist. Veelzijdig vak, de letteren.

Zit nog te eikelen met een onbegrijpelijke vraag over debiteuren, als de bel gaat. Mijn vriendinnen Alma en Doortje rossen met een koelbox langs mij heen naar binnen, gooien in de tuin een kleed over de tafel, halen servies en bestek uit mijn kast, en voor mij is het klep dicht en zitten. Het is vakantie! O ja. Een basilicumsoepje en kreeft met mayonaise houd ik altijd wel binnen, met de asperges met geitenkaas lukt dat ook en een warme vijg in rauwe ham steek je in feite in je holle kies. Maar waaraan heb ik zulke vriendinnen verdiend? Moet ik niet eens snel op een kookcursus?

Na deze voedzame lunch krijgt het boek het zwaar te verduren. Komkom, mijn liefje, niet zo piepen. Even doorzetten, dan gaan we daarna zorgzaam pleisters op je plakken. Voorzie plotseling dat ik weldra het stadium zal bereiken waarin ik denk dat alles er eigenlijk wel uit kan. Waarom problemen oplossen als ze ook simpelweg te schrappen zijn? Even stoppen maar, en mijn geldingsdrang op iets anders botvieren. De tuin, ja, die ligt er lekker argeloos en onschuldig bij. Stroop mouwen op. Weet een hele container vol met onkruid te krijgen. Knip daarna alle rozen af. Het is even een kaalslag, maar tevens een vrijwel gegarandeerde methode om een tweede bloei te krijgen. Mwahaha. Als dat geen metafoor is.

Dinsdag

Ter versobering ontbijt ik met een half bakje sojavla. Ga naar het belastingkantoor om de negen formulieren te laten afstempelen en haatdragende gevoelens jegens Het Systeem te koesteren. Erg opluchtend, dat laatste. Ben ook maar een vrouw alleen, doordeweeks dan.

Daal weer af in de bouwput van mijn boek. Tot ergernis van mijn collega’s zeg ik vaak dat een verhaal er al is voordat de schrijver het heeft geschreven. Het zweeft als een ongeboren kinderziel door de kosmos, op zoek naar een verteller. Alles wat wij schrijvers hoeven te doen, is het helpen zijn vorm te vinden. Hoor je wel, boek? Ik ben je beste vriendin.

Mijn uitgeefster Mizzi belt om te vragen wanneer ze het manuscript kan verwachten. Ze heeft al een idee voor het omslag. Studio Jan de Boer zal er vast weer iets moois van maken.

Nou boek, we kunnen niet meer terug.

Woensdag

Hittegolfbestendige jurk is opnieuw vereist. Ga naar de kantoorboekhandel. Papier is op, cartridges zijn op, alles is op. Wie bij de belastingdienst werkt, hoeft zich niet om zijn eigen paperclips te bekommeren, maar ik wel.

Staar drie uur lang naar computerscherm. Aha. Als ik nou eens… Ja, dat moet lukken. Leg koevoet terzijde. Neem lasapparaat ter hand. Kit netjes alle losse brokken aan elkaar. Nu begint het ergens op te lijken. Zei ik het niet, mijn schat? Wie mooi wil zijn, moet pijn lijden.

Donderdag 31 juli

Buurmeisje van vroeger komt zonnebloemen brengen. Informeert belangstellend naar mijn werk. Krijgt halverwege mijn sloopverslag glazige blik in de ogen.

Dat was deel één. Nu de drie andere nog.