‘Digitalisering biedt kansen’

Zes Europese filmfondsen werken samen om een vuist te kunnen maken tegen het overwicht van Hollywood op de film- en tv-industrie. „Europese film is nog steeds niet winstgevend.”

Jacques van Heijningen, directeur van het Rotterdams Fonds voor de Film formuleert het uitgangspunt en dan klinkt het ontmoedigend hard: „We zijn in Europa al twintig jaar bezig veel geld in de film te stoppen, maar het is nog steeds niet winstgevend. Als de overheid morgen stopt met geld geven, blijft er geen Europese film meer over.”

De concurrentie van Hollywood en de televisie heeft de Europese film in een houdgreep. Door haar monopolie kan de Amerikaanse filmindustrie in vrijwel alle opzichten de regels dicteren en dat zit er nu weer aan te komen als het gaat om de digitale revolutie: distributie en vertoning in bytes in plaats van celluloid. Vanuit het Rotterdams Fonds voor de Film heeft Van Heijningen enkele Europese regionale zusterfondsen gemobiliseerd en het resultaat is een avant garde van zes Europese regio’s die zich onder de vlag Digiregio gezamenlijk voorbereiden op de digitale distributie en een samenwerking bij het maken en beïnvloeden van overheidsbeleid.

Fondsen in Rotterdam, Baden-Wurtemberg, Pec’s, Zürich, Catalonië en Londen en omgeving gaan elk vanuit hun eigen specialiteit congressen organiseren waar kennis ter beschikking wordt gesteld aan belangstellenden in de filmwereld en betrokken ambtenaren. Het idee is een netwerk te creëren waarvan de som der delen groter is dan de afzonderlijke kwaliteiten.

De bedoeling, daar doet Van Heijningen niet moeilijk over, is de Amerikanen te vlug af te zijn. In Hollywood wordt al jaren gediscussieerd over de digitale distributie en vertoning, maar de grote studio’s zijn huiverig om de machtspositie die ze bekleden op te geven. Niemand weet hoe de economische modellen er in de digitale toekomst gaan uitzien, en daar komt de vrees voor internet-piraterij bij. „Maar zodra ze het daar eens worden”, zegt Van Heijningen, „gaan de Amerikanen patenten en standaarden monopoliseren en kom je er als Europese filmindustrie niet meer tussen. Digitalisering biedt de kans te distribueren zonder de Amerikanen. Daarvoor moet je Europees beleid hebben. Dat gaan wij maken.”

Vanwege de onoverzichtelijke Europese regelgeving heeft het Rotterdams Filmfonds een expert ingehuurd, Mark Denessen, die al jarenlang filmproducenten adviseert bij hun aanvragen voor Europese subsidies en daardoor een van de weinige Nederlanders die er de weg weten. Denessen heeft contacten gelegd met de andere regio’s en bereidt de startconferentie voor die in oktober van dit jaar in Barcelona staat gepland. In januari 2009 moet de eerste conferentie in Nederland worden gehouden, in Rotterdam natuurlijk. Denessen somt de regionale specialiteiten op: die van Rotterdam is convergence – kleine bedrijfjes die elkaar allemaal aanvullen met verschillende producties in verschillende media gebaseerd op dezelfde inhoud. In Catalonië zijn ze al heel ver met de digitale vertoning van films. In Zürich zijn ze erg goed in marketing voor digitale distributie. In de regio Londen weten ze alles van training en business-models. In Baden Württemberg zijn clusters van post-productie bedrijfjes. In Pec’s, Hongarije is nog even niets, die zijn net begonnen. Zij doen vooral mee om van ons te leren – en het is EU-strategisch ook slim om samen te werken met een nieuw Oost-Europees fonds omdat je dan daar direct de nieuwe regelgeving kunt invoeren

Denessen: „Als je samen beleid ontwikkelt, dan presenteer je samen het beleid dat je voorschotelt aan de politici die er later weer over beslissen. Zo heb je jezelf dan voor in de rij gemanoeuvreerd. En je moet wel samenwerken. De nationale markten zijn te smal om films te financieren en winstgevend te exploiteren. Als je wilt verdienen, moet je Europees.”

Blijft de vraag waarom het Rotterdams Fonds voor de Film dit doet. Heeft dat regionaal zo weinig omhanden dat het dit Europese project naar zich toe heeft getrokken? „We hebben vreselijk veel te doen”, zegt Van Heijningen. „Het had misschien meer op de weg van het Nederlands Fonds voor de Film gelegen, maar daar zie ik niemand deze taak op zich nemen. Wij vinden die niche van digitalisering belangrijk. En die niche is straks de hoofdzaak.”

Bovendien, onderstreept Van Heijningen, is het Rotterdams Fonds voor de Film in Europees perspectief wel klein, maar de regionale fondsen zijn samen belangrijker dan je zou denken. In veel landen, zoals Duitsland en Spanje, zijn de regionale fondsen groter dan de nationale fondsen. Binnen de vervagende grenzen van de EU, met overkoepelende Europese regelgeving, worden de regio’s en interregionale beleidsvorming steeds belangrijker. En juist voor een product dat alleen internationaal winstgevend kan zijn is grensoverschrijdend beleid noodzakelijk. In de EU-landen is in totaal 1,8 miljard ter beschikking voor de audiovisuele industrie. De regionale fondsen geven gezamenlijk 18 procent van dat bedrag uit. „Dat is ernstig veel geld”, zegt Van Heijningen, En als je samenwerkt, kun je daarmee echt iets teweegbrengen.”

    • Bas Blokker