‘De buitenspelers zijn financieel binnen’

Twintig jaar geleden werden er nauwelijks sportboeken uitgegeven. Oud-sportjournalist Matty Verkamman (57) vond een gat in een groeiende markt.

Oud-sportjournalist Verkamman: „De Nederlandse ambassade in China vroeg of ik even 200 exemplaren in het Chinees kon laten drukken.” Foto Dirk-Jan Visser (Foto: Dirk-Jan Visser / Rotterdam: 31-07-2008) Matty Verkamman, oud sportjournalist Trouw, schrijver van sportboeken en initiatiefnemer voetbalmuseum. Tevens initiatief nemer van Uitgeverij 'de Buitenspelers'. Hier in zijn kantoor. Visser, Dirk-Jan

Toen hij zich op weg naar Ajax-FC Twente in zijn favoriete vervoermiddel de trein weer eens ergerde aan het agressieve gedrag van voetbalsupporters, nam Matty Verkamman een rigoureus besluit. De sportjournalist van het dagblad Trouw belde zijn vrouw met de mededeling: „Lien, ik stop ermee.” Hij zou geen wedstrijd meer verslaan.

Op die dag, 19 maart 2000, in de week dat Jan Wouters als trainer van Ajax op straat werd gezet, besloot de verslaggever na dertig jaar iets heel anders te gaan doen. Hij nam ontslag bij de krant en begon een uitgeverij voor sportboeken: de Buitenspelers. Een droom waar de Zeeuw al decennia mee rondliep. „Ik werd grijzer en grijzer en de voetballers bleven 25”, vertelt hij in zijn kantoor op de Kop van Zuid in Rotterdam. „Met het typen op laptops had ik bovendien mijn nek verpest, waardoor ik af en toe mijn bewustzijn verloor. De klik die ik wel had met voetballers als Johan Cruijff, Willem van Hanegem en Wim Jansen voelde ik niet meer bij spelers van de nieuwe generatie. Ik wilde bovendien geen zuurpruim worden die het vroeger allemaal beter vond. Zoals Jan Cottaar en Bart in ’t Hout in hun nadagen. Ik zal het altijd opnemen voor de huidige lichting voetbaljournalisten. Het vak is onnoemelijk moeilijker en zwaarder geworden. Het fenomeen mixed zone is voor mij ook een breekpunt geweest, waarbij de journalist als een Jehova’s getuige tegen een hek staat gedrukt om een speler te kunnen spreken.”

Verkamman zag bovendien enorme mogelijkheden liggen om sportboeken te maken. „Deze vorm van lectuur was er altijd wel, maar een beetje armoedig. Zowel qua uitgave als inhoudelijk. Dat had vooral te maken met de financiële mogelijkheden. De sportboeken werden en worden nog steeds gedrukt op een veredeld soort wc-papier, waarbij het beeld van ondergeschikt belang is. Ik zag een grote markt voor rijk geïllustreerde boeken, met vijftig procent foto’s en vijftig procent goed geschreven teksten. De mens raakt steeds meer visueel ingesteld. Zeker de sportliefhebber. Natuurlijk hangt er aan zo’n boek een prijskaartje. Maar ik ga ervan uit dat als 140.000 mensen bereid zijn om voor wat geld naar Bazel te reizen om daar het Nederlands elftal op een groot scherm te volgen, ze ook vijftig euro over hebben voor een mooi sportboek.”

Die theorie komt uit. Van de biografie van Willem van Hanegem (59 euro) zijn inmiddels 23.000 exemplaren verkocht. Een dergelijke uitgave over het leven van Johan Cruijff (eveneens 59 euro) ging 10.000 keer over de toonbank, met de vermelding dat de voormalige stervoetballer geen tweede druk wilde. Beide legendarische voetballers ruimden twee avonden in voor het signeren van 2.000 exemplaren en die vlogen voor 99 euro de winkel uit. Het meest recente succes lijkt het jubileumboek van Feyenoord (75 euro, 1.000 foto’s, vier kilo zwaar) te worden. Verkamman, die zelf werkt aan het standaardwerk Oranje toen en nu, vermoedt dat dit de oplage van Van Hanegem kan overtreffen. Binnen elf dagen zijn er al 9.000 van verkocht.

Over succes gesproken. Het wielerboek Het geheim van Raleigh kreeg de Nico Scheepmaker Beker, als beste sportboek van 2005. In 2007 ging die beker naar de biografie van Van Hanegem. „Onbegrijpelijk dat andere uitgeverijen niet op het idee zijn gekomen het zo te doen. Sportboeken moesten altijd weinig kosten. Auteurs werden met een fooi afgescheept, terwijl ze bij mij delen in de winst.”

Dat de biografie van Van Hanegem zo goed heeft verkocht, bewijst volgens Verkamman dat de voormalige Feyenoorder binnen de landsgrenzen veruit de populairste voetballer is. „Op 6 december werd het boek over Willem gepresenteerd en binnen 24 uur was de eerste druk uitverkocht. Ik vond het merkwaardig dat, na Rotterdam, in Amsterdam de meeste exemplaren aan de man werden gebracht. Dat komt waarschijnlijk omdat de mens Van Hanegem altijd neutraal is geweest en boven de clubs staat. Een echte working class hero die door het volk wordt gekoesterd. We hoeven er niet aan te twijfelen dat Johan Cruijff de beste Nederlandse voetballer aller tijden is. Maar in de beeldvorming staat hij er bij de mensen anders op. Ik moet beslissen of er een zevende druk komt van de biografie van Willem.”

Met Feyenoord en Willem van Hanegem had Verkamman in 1983 een andere ervaring. „In opdracht van sponsor Opel en Feyenoord had ik toen met een andere sportjournalist een boekje gemaakt waarin Willem wat kritiek leverde op voorzitter Gerard Kerkum. Ik dacht over het aankoopbeleid. Een niemendalletje, maar bij Feyenoord waren ze er enorm boos over. Het ging zelfs zover dat 13.000 stuks van het vers gedrukte boek in de papierversnipperaar werden vernietigd! Twintig exemplaren zijn er nog gered van deze vorm van boekverbranding. Door verzamelaars is nu al 1.250 euro geboden voor dit boekje dat destijds 7,50 gulden moest kosten.”

Voor Verkamman geldt het klassieke verhaal op van de krantenjongen die miljonair wordt. Als hij het gesprek enkele malen moet onderbreken voor een telefoongesprek, vliegen de tonnen over tafel. Zijn eenmansbedrijf, in 2008 al goed voor een omzet van 1,6 miljoen euro, staat op het punt te worden overgenomen door een groot mediabedrijf. „De buitenspelers zijn binnen, zeg ik voor de grap wel eens tegen mijn vrouw. Het op de markt brengen van goede sportboeken is een buitengewone lucratieve bezigheid. Uitgevers die er niet veel aan verdienen, doen iets niet goed, of spreken niet de waarheid. Ik kreeg laatst een mailtje van Dick Anbeek, voorzitter van de Nederlandse Boekverkopersbond (NBb). Hij feliciteerde mij. Anbeek schreef dat de boekhandelaren nooit hebben vermoed dat met sportboeken zoveel oplages mogelijk waren. Ik was volgens hem tegen alle trends ingegaan.”

Onderwerpen als Willem van Hanegem, Johan Cruijff, Michael (Boogerd) & Erik (Dekker) klinken tamelijk simpel. „De meest voor de hand liggende ideeën worden vaak niet uitgevoerd. Neem bijvoorbeeld het boek over de gouden periode van de Raleigh-wielerploeg. Wielerliefhebbers hebben een voorkeur voor sportboeken die mij aanspreekt: ze houden van mooi in de brede betekenis van het woord. Mooi uitgegeven, mooi in beeld en een mooie geschiedenis.”

Om dit te bereiken werkt Verkamman samen met de Koninklijke drukkerij Joh. Enschedé. „Dat is in Nederland niet de goedkoopste, maar wel de beste.” De zogenoemde staccatotechnologie zorgt voor een hoge resolutie die foto’s haarscherp maakt. „Ik bracht de manuscripten aanvankelijk naar Italië. Maar als er wat sneeuw lag op de Brennerpas konden de boeken zomaar twee weken later dan afgesproken worden aangeleverd.”

Het meest recente boek dat bij Joh. Enschedé werd gedrukt, was het 448 pagina’s tellende document over de Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam. Om hiervoor subsidie te krijgen, klopte Verkamman tevergeefs aan bij verschillende instanties. „Er was over dit onderwerp nooit een samenvattend boek geschreven. Het leek me wel actueel met het oog op het voornemen om de Spelen in 2028, honderd jaar na dato, weer naar Nederland te halen. Ik heb staatssecretaris Jet Bussemaker van VWS een niet te tillen kist sportboeken ter waarde van 800 euro opgestuurd als voorbeeld, maar tot op de dag van vandaag geen antwoord gekregen. Ik heb Wouter Bos (minister van Financiën, red.), een Feyenoordfan die ik toevallig ken, hierover aangesproken en hij was er ook verbolgen over. Bussemaker zit met Cruijff en andere vedetten overal op het ereterras, maar was in dit boek kennelijk niet geïnteresseerd.

„Je krijgt op die ministeries te maken met duizend-en-één ambtenaren, maar uiteindelijk laten ze het allemaal afweten. De Nederlandse ambassade in China vroeg of ik even 200 exemplaren in het Chinees kon laten drukken. Ik zei: ‘Weet u wel hoeveel dat kost?” Ook Erica Terpstra (voorzitter sportkoepel NOC*NSF, red.) kreeg voor de vervaardiging van het boek van mij tassen vol met andere uitgaven. Via haar secretaresse liet ze weten dat als het boek over de Spelen van ’28 in de winkel lag, wij één gratis exemplaar mochten opsturen. Daarop hebben de auteurs gezegd: dat doen we, maar ze ontvangt van ons wél een rekening.”

Ook bij minister Maria van der Hoeven (Economische Zaken) kreeg Verkamman nul op rekest. „Terwijl je toch zou denken dat een promotie voor de Spelen van 2028 van economisch belang voor het land is. Alleen de Stichting Topsport Amsterdam was enthousiast. Bos vindt het allemaal redelijk triest. Hij zou regelen dat er nog een bestelling volgt. Ik neem aan dat het dan goed komt als de minister van Financiën dat zegt.”

Het is zijn ultieme droom om een encyclopedisch standaardwerk uit te geven over de geschiedenis van de Nederlandse sport vanaf 1850. Het moet een megaproject worden waar tientallen auteurs aan meewerken en het mag vele jaren in beslag nemen. Verkamman wordt al vaak genoeg gezien als de Lou de Jong van de sport. „Maar ik hoop niet dat ik zoveel kritiek krijg als hij destijds.”

Zijn grote passie blijft het voetbal. Hij is dan ook de drijvende kracht achter het voetbalmuseum waarvoor binnenkort in Middelburg de eerste paal de grond ingaat. „Ik zeg hetzelfde als Nico Scheepmaker: ‘Als het voetbal niet bestond had ik het uitgevonden’.” Grote toernooien volgt hij al jaren alleen nog van tv. „Van Basten wist vaak niet hoe het moest”, concludeert hij van een afstand over de prestaties van Oranje op het EK. „Anders laat je na drie jaar het systeem niet aanpassen door de spelers. Hij heeft een hoop kritiek gehad na de uitschakeling tegen Rusland, maar voor mij was het EK toen al geslaagd. Oranje verdiende door de wedstrijden tegen Italië en Frankrijk de schoonheidsprijs. Het is natuurlijk achteraf makkelijk praten, maar ik had Khalid Boulahrouz na de dood van zijn pasgeboren dochter nooit opgesteld. Zo’n beslissing laat je niet aan een speler over. Ik had gezegd: ‘Of je het nu leuk vindt of niet, je behoort nu bij je familie te zijn’. Ook de rest van de groep was er te veel mee bezig. Rinus Michels had Boulahrouz overigens ook opgesteld. Toen Van ’t Schip voor een duel in Portugal de geboorte zijn kind wilde meemaken, zei hij immers: ‘Kan-die-vrouw-dat-niet-alleen’. Het laat onverlet dat Rusland tegen Nederland een wedstrijd speelde van zeldzaam hoog niveau. Hoe Guus Hiddink zijn elftal op scherp heeft gekregen weet ik niet, maar hij maakte wat mij betreft nog eens duidelijk de beste Nederlandse trainer aller tijden te zijn.”

Niet toevallig komt de uitgeverij van Verkamman in 2009 met een biografie van De Grote Drie: Ernst Happel, Rinus Michels én Guus Hiddink. „Ik heb bij voorbaat al plezier over de reactie van Louis van Gaal, die zich zal afvragen: waarom ben ik er niet bij?”