COOLEN

Het is een Friese culturele droom, die de Vlaming Guy Coolen eind deze maand als artistiek directeur van het Frysk Festival probeert te realiseren met zijn vernieuwde tiendaagse Friese festival.

Veel meer dan het onbekende, moet je het bekende vrezen. Ik heb deze zin van de Vlaamse schrijver Hugo Claus gekozen als motto voor het Frysk Festival, dat van 22 tot en met 31 augustus gehouden wordt. Want dat is een rode draad die door veel van de voorstellingen loopt, van toneel tot poëzie, muziek, muziektheater: wat gebeurt er met een gemeenschap als daar een vreemd element in komt? Hoe verhoudt het individu zich dan tot de groep? Hoe verhoudt bekend zich tot onbekend? Dat is iets wat speelt. Niet alleen in Friesland, zoals ik wil laten zien, maar ook daarbuiten.

In feite ben ik, als Vlaming, ook een vreemd element dat in de Friese cultuur wordt ingebracht. Waarom kiezen ze een Vlaming als artistiek directeur van een tiendaags Fries cultureel festival? Het Frysk Festival moet eigenlijk om de vijf jaar gehouden worden, maar sinds 2000 is het niet meer georganiseerd. En nu wilde de provincie het nieuw elan geven, een podium voor jong Fries talent bieden, Friese cultuur uitdragen, nieuwe, internationale impulsen ontvangen. Een nieuw publiek voor Friese cultuur aanboren, nieuwe culturele invloeden bij een breder Fries publiek brengen.

Ik denk dat ze me daarom gevraagd hebben. Want als directeur van het Antwerpse muziektheatergezelschap Transparant heb ik ervaring met internationale producties waarin we een nieuw, jong publiek aanspreken, naast het traditionele muziektheaterpubliek. Dat gebeurde bijvoorbeeld vorig jaar met de voorstelling Een totale Entführung. Dat was een bewerking van Mozarts opera Die Entführung aus dem Serail, met tekst van de dichter Ramsey Nasr, die ook de regie voor zijn rekening nam. In dat stuk speelden jonge zangers naast acteurs als Jan Decleir en Els Dottermans. Het was een succes in Nederland. Ik denk dat ik daardoor ben opgevallen.

Friesland was voor mij niet onbekend. Vlamingen gaan er graag naar toe voor een korte vakantie. Met mijn ouders ben ik er, als kind, geweest. Ik kende Friesland vooral als watersportparadijs. Ik kende het niet direct als bloeiende cultuurprovincie. Maar daar ben ik anders over gaan denken. Nadat ik was aangesteld bij het Frysk Festival heb ik zes maanden door de provincie gereisd. Om te praten met kunstenaars. Er is veel talent, maar ook, ja, ik moet het toch wel frustratie noemen. Frustratie over een gebrek aan erkenning buiten de provinciegrenzen. Dat men in de nationale pers niet genoeg aandacht krijgt, dat er geen breder publiek is voor wat men doet. Dat is wat we nu met dit festival willen doorbreken. Dat is althans onze droom.

Ik heb nooit eerder zo’n breed opgezet festival geleid. Ik ben ook artistiek leider van de Opera Dagen in Rotterdam, maar dat ligt toch meer in het verlengde van wat ik in Antwerpen doe: muziektheater. In Friesland is het veel breder. Dat is een uitdaging. We willen iets cultureels bieden voor mensen in de steden, maar ook in de dorpsgemeenschappen. We willen in die tien dagen van ons festival ook iets voor nationaal en internationaal publiek brengen dat de moeite waard is.

Als thema voor het Frysk Festival hebben we daarom ‘De wereld naar Friesland, en Friesland naar de wereld brengen’ gekozen. Net als in dat motto van Claus zit daar dat aspect in van het bekende met het onbekende in contact brengen. Dat zit in vrijwel alle voorstellingen en producties. Neem het openingsspektakel. Dat is een muziekuitvoering met vierhonderd muzikanten van Friese harmonie-orkesten, fanfare-orkesten en brassbands. Dat leeft hier sterk in de provincie, zulke muziekverenigingen. Ik ken dat als Vlaming helemaal niet. Hafabra noemen ze dat, harmonie, fanfare, brassband. Die bands spelen vaak traditionele muziek. Maar wij hebben voor deze grote groep muzikanten nieuwe, speciaal voor het Frysk Festival gecomponeerde muziek besteld bij Dick van der Harst, die met veel enthousiasme is ingestudeerd.

Dat is de opmaat voor het festival. En als de zon opgaat op zaterdag 23 augustus, dan begint het eerste programmaonderdeel van Frysk Festival. Met een poëziefestival in het Leeuwardens stadspark De Prinsentuin. Dat begint bij het eerste daglicht met een deels op muziek gezet lang gedicht van en voorgedragen door de Friese dichter Tsjêbbe Hettinga. De hele verdere dag daarna zullen zowel Friese als buitenlandse dichters uit eigen en andermans werk voorlezen. Dichters als Breyten Beytenbach uit Zuid-Afrika, Gerrit Komrij uit Portugal, Sigurbjörg Thrastadottir uit IJsland. Frjemde kusten (Vreemde kusten) is de titel van het poëziefestival.

We doen meer samenwerkingprojecten op gebied van buitenlandse en Friese kunstenaars. Zo maakt de Vlaamse regisseur en actrice An de Donder een voorstelling met vier oude Friese zangers over twee oude vrouwtjes, naar een tekst van Toon Tellegen. We maken een barokopera met Friese en Vlaamse jongeren. En de Friese theatergroep Tryater heeft het stuk Burning Bright bewerkt van de Amerikaanse schrijver John Steinbeck over wat er gebeurt als er een vreemd element in een gesloten gemeenschap komt.

Er zijn ook projecten waarbij we het typisch Friese op een nieuwe manier willen belichten, zoals Lân, een voorstelling waarin de bezoeker in een natuurgebied in een ligstoel naar een film kijkt, en dan geluiden uit het landschap en een compositie van Sytze Pruiksma hoort.

Als afronding van het festival is er dan de voorstelling Ruhe, waarin liederen van Schubert afgewisseld worden met monologen die Armando en Hans Sleutelaar in de jaren zestig optekenden uit de mond van Nederlandse oud-SS’ers, over waarom ze in Duitse krijgsdienst traden in 1940. De liederen worden gezongen door het Collegium Vocale Gent. Het publiek zit tussen de zangers. Je hoort dus steeds wel het geheel, maar je hoort ook individuele zangers dicht bij je. Groep en individu en de spanning daartussen, daar gaat het steeds om.

Als vreemd element in Friesland heb ik natuurlijk ook kritiek gekregen op mijn aanpak en dit programma van het Frysk Festival. Het zou niet Friestalig genoeg zijn, of niet typisch Fries genoeg. En er zou niet genoeg aan beeldende kunst gedaan worden. Dat heeft zelfs tot een protestsong heeft geleid.

[De Friese cultuurpaus Huub Mous schreef op zijn website www.huubmous.nl een artikel tegen Guy Coolen die de beeldende kunst in dit festival zou veronachtzamen en Fries cultuurgeld over balk zou smijten. Ook schreef hij een protestsong op de wijze van Bob Dylans ‘Blowin’ In The Wind’ met zinnen als: ‘Hoe ver moet hij wel gelopen hebben/ Voordat hij aankwam in Friesland/ Hoeveel van het vreemde moet er wezen/ voor hij het bekende gaat vrezen/ Hoe lang kan een Vlaming nog vooruit/ Voor iemand zegt: het spel is uit/ Het antwoord, mijn vriend, waait in de wind/ Als de sjaal van Guy in de wind’, Red.]

Maar ik heb besloten niet op protesten in te gaan. Ik heb keuzes gemaakt, ik kan niet alles een plaats geven. Het festival is breed genoeg. We produceren verschillende voorstellingen met Friese kunstenaars die we ook weer op internationale festivals kunnen programmeren. We hebben verschillende beeldende kunstprojecten, en werken samen met een beeldenexpositie in het bos van Ypey, zoals we ook samenwerken met Opera Spanga in het weiland van Spangen. En er is veel enthousiasme en steun. Uit de provincie, die een miljoen euro ter beschikking stelde, en gemeentes. Ik denk dat het lukt, de Friese cultuur wat internationaler maken. En de internationale cultuur wat Frieser.