Britse of niet-Britse kernenergie

De verrassende afwijzing door British Energy van het bod van 12 miljard pond van het Franse staatsbedrijf EDF heeft de Britse energiestrategie lelijk in de wielen gereden. Engeland had gehoopt met een ambitieus kernenergieprogramma de energiezekerheid te kunnen verbeteren, de kooldioxide-uitstoot te verminderen en de energieprijzen enigszins omlaag te brengen. Er zullen vrijwel zeker nieuwe kernreactoren worden gebouwd, maar de Britten zullen hun plannen wellicht moeten bijstellen.

Die plannen riepen op tot een aanzienlijke verhoging van de hoeveelheid elektriciteit die met kernenergie wordt opgewekt (nu rond 20 procent). De herontdekking van kernsplijting als energiebron werd op gang gebracht door de afnemende binnenlandse olie- en gasproductie en het besef dat buitenlandse aanbieders van energie noch betrouwbaar zijn, noch in staat om te voldoen aan de doelstellingen van kooldioxide-uitstoot.

Het probleem was dat de meeste kernenergiecentrales van Engeland in handen zijn van British Energy, dat niet over de capaciteit beschikt om de regeringsplannen uit te voeren. Een sterkere partner als EDF leek de perfecte oplossing. EDF heeft de financiële en technische middelen om een omvangrijk kernenergieprogramma op poten te zetten. Maar sommige aandeelhouders hebben de raad van commissarissen van British Energy blijkbaar onder druk gezet om EDF de deur te wijzen.

Ervan uitgaande dat EDF niet opnieuw aan de onderhandelingstafel zal verschijnen, bestaat het alternatief voor British Energy uit het aangaan van joint-ventures met aanbieders van kernenergie. Daartoe behoren naar alle waarschijnlijkheid EDF zelf, het Duitse Eon en RWE, het Spaanse Iberdrola, het Franse GDF Suez, het Zweedse Vattenfall en het Britse Scottish and Southern Energy. British Energy en de Britse Nuclear Decommissioning Authority hebben plekken voor nieuwe kernreactoren aangewezen en EDF beschikt al over twee geschikte locaties.

Maar het aantal nieuwe centrales en de elektriciteitsproductie zouden wel eens lager kunnen uitvallen dan de regering wil. Dan wordt het lastig de afhankelijkheid van buitenlandse fossiele brandstoffen te verminderen en de emissiedoelstellingen te halen. De kosten van een gefragmenteerd programma zullen waarschijnlijk ook hoger zijn en de uitvoering minder voorspelbaar, net op het moment dat de reactoren van British Energy steeds onbetrouwbaarder worden. De regering kon het wel eens moeilijk krijgen om te slagen in haar opzet.

Michael Prest

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: www.breakingviews.com