Brieven

Rouvoet

In het interview ‘Geloof is een andere vorm van wetenschap’ (Zaterdag &cetera 26 juli) merkt minister André Rouvoetde op dat geloof niet irrationeel, maar bovenrationeel is. „Het is een andere vorm van kennis, van wetenschap – een andere manier van zeker weten”. Graag wil ik van de minister aannemen dat geloof een kwestie is van zeker weten, maar voor de wetenschap geldt dit in ieder geval niet. Al in 1739 toonde David Hume in zijn A Treatise of Human Nature aan dat zekere kennis niet kan bestaan. Al onze kennis over de werkelijkheid is fundamenteel onzeker en berust op gissingen, die op elk moment verworpen kunnen worden. Mede dankzij de niet aflatende inspanningen van de wetenschapsfilosoof Karl Popper om de verregaande consequenties van Humes ontdekking onder de aandacht van de beoefenaren van de empirische wetenschap te brengen, geldt het gissingenkarakter van al onze kennis onder hen nu als onomstreden.

Rouvoet 2

Minister Rouvoet brengt in verband met de embryoselectie mede de godsdienstvrijheid en de tolerantie ter sprake.

De vrijheid van ieder zijn godsdienst of zijn levensovertuiging te belijden en zich daarnaar in beginsel – de wetgever kan daaraan beperkingen stellen – te gedragen, ligt als grondrecht vast in onze Grondwet. Met betrekking tot de embryoselectie zal deze vrijheid betekenen dat degenen die op grond van hun godsdienst of levensovertuiging embryoselectie niet aanvaardbaar achten, geheel vrij zijn en moeten zijn om geen gebruik te maken van de mogelijkheden die de praktijk daartoe biedt. Omgekeerd zullen zij van wie de godsdienst of levensovertuiging zich niet tegen de embryoselectie verzet en die om gegronde redenen gebruik van deze selectie willen maken, in beginsel de vrijheid moeten hebben daarvan gebruik te maken. Misschien vormen degenen voor wie de godsdienst of de levensovertuiging de embryoselectie aanvaardbaar maakt, een meerderheid maar voor zover ik de discussie heb gevolgd, is er geen sprake van dat een zodanige meerderheid de gedragslijnen die voor haar op dit punt aanvaardbaar zijn, aan anderen wil opleggen. Daarin ligt een verschil met de opstelling van de Christen Unie die, naar Rouvoet meedeelt, zich in haar verkiezingsprogramma tegen embryoselectie zal blijven verzetten. Dat is dus een politiek programmapunt dat zich richt tegen godsdienstige opvattingen of levensovertuigingen waarin anders tegen de embryoselectie wordt aangekeken, en aldus ook tegen het grondrecht van vrijheid van godsdienst en levensovertuiging.

Rouvoet 3

Minister Rouvoet denkt dat een atheïst de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens als een dogma beschouwt, zoals een christen de Bijbel. Dat eerste zal in de regel echter niet het geval zijn. Een atheïst gaat uit van zijn eigen normen en waarden en is bereid deze op eigen merites te verdedigen, zonder een beroep te doen op de autoriteit van een boek. Vaak zullen zijn normen en waarden (deels) sporen met de Universele Verklaring en met denkbeelden van filosofen als de door Rouvoet genoemde filosofen Locke en Rousseau. Overigens zou je je kunnen afvragen of Rouvoet iets heeft tegen de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens.

    • S.P. van der Zee
    • P. Clausing
    • R.H. Lieshout