Blijven rijden

Grote gebeurtenissen worden voorafgegaan door geroffel, getetter, georganiseerd kabaal waarvan de bedoeling is dat het opwinding veroorzaakt. Voor de acrobaat in de nok van het circus aan zijn dodensprong begint, wordt er steeds harder op de trommels geslagen. Dat vindt het publiek fijn. Tot het inleidend kabaal horen ook steeds meer de voorbeschouwingen door de deskundigen. Daarbij komt dan weer het drum und dran van de grote gebeurtenis, dat al maanden of zelfs jaren van tevoren kan beginnen, crescendo verder gaat en in deze tijd, door de mondialisering, de indruk kan wekken dat er een nieuwe oerknal op handen is. Ik bedoel nu de Olympische Spelen in China. Mij kan het niets schelen wie daar straks het hardst zal lopen, het hoogst springen, maar de filmpjes over de luchtvervuiling in de Chinese steden zijn zeer aan me besteed. De Chinese autoriteiten hebben nu bevolen dat de Chinezen nog maar één keer in de twee dagen in hun auto mogen rijden. Niets is zo bindend als een Chinees bevel. Maar voorzover dat op de televisie te zien is, blijft het er op dezelfde manier stinken. En het lijkt me wel zeker dat na de Spelen alle Chinese automobilisten weer iedere dag in hun files zullen staan.

Dat zal zo verder gaan, ook crescendo, tot de brandstof op is, of onbetaalbaar geworden. De grootste fout, of het grootste tekort van de moderne beschaving is, dat we de particuliere auto met verbrandingsmotor hebben gebouwd, gecultiveerd, geperfectioneerd, geïdealiseerd. Als een eeuw geleden iemand met enorm gezag en inzicht dat had weten te verhinderen en de mensheid ervan had weten te overtuigen dat collectief vervoer te land veel beter was (net als door de lucht), dan waren we nu niet bang geweest voor olieschaarste, we hadden niet zo’n geweldige vervuiling van de dampkring gehad, geen geschreeuw om meer asfalt, geen getoeter, geen opgestoken middelvinger, en vooral niet die hecatomben ‘verkeersslachtoffers’. Gewoon in de bus, tram, trein, op de fiets. Veel gezonder. Een jaar of zeventien geleden heb ik over dit alternatief een verhaal geschreven. De dag nadat het was gepubliceerd, stak in de Paleisstraat een automobilist zijn hoofd uit het raampje en riep: „Ik zal je in het asfalt rijden.”

Ik besef wel dat het particulier gemotoriseerde deel van de mensheid niet op andere gedachten valt te brengen. Ergens in de jaren dertig (v.d.v.e.) heb ik als kleine jongen het boek De geheime oorlog om de petroleum van Antoine Zischka gelezen. Een verhaal over samenzweringen, aanslagen, hebzucht, oplichterijen, geweldige winsten, allemaal adembenemend spannend. Ik kan het niet bewijzen, maar ik heb sterk de indruk dat het sindsdien er niet beter op is geworden. En au fond komt het allemaal doordat overal op aarde steeds mensen zo goedkoop mogelijk hun benzinetank willen ‘volgooien’, maar desnoods ook bereid zijn er vermogentjes voor te betalen.

Deze week heeft het Instituut Clingendael voorspeld dat het mondiale energiesysteem al over twee jaar ‘op zijn grondvesten zal schudden’, als er nu geen actie wordt ondernomen. Om Clingendael hangt een geur van onzegbare heiligheid. Als dit Instituut heeft gesproken, kun je er donder op zeggen dat ons behoorlijk onheil boven het hoofd hangt. Ik ben geneigd de geleerden te geloven, ook al omdat ze niet de eersten met zulke voorspellingen zijn. In 1968 is de Club van Rome opgericht. De algemene boodschap van dit gezelschap was dat de mensheid er verstandig aan zou doen het een beetje kalmer aan te pakken. Vier jaar later kwam Dennis Meadows met zijn Grenzen aan de groei. Door bevolkingsgroei, industrialisatie, vervuiling en uitputting van de natuurlijke hulpbronnen ging de mensheid onvermijdelijk een catastrofe tegemoet. Je kon de mensheid nog veel meer vertellen. Meer automobilisten trapten harder op het gaspedaal, tenzij ze in de steeds langere file stonden. Daar riepen en roepen ze om ‘meer asfalt!’

Ook deze week heeft in alle kranten gestaan dat in sommige oceanen drijvende eilanden zijn ontdekt, of een soort Sargassozeeën van weggegooid plastic. Of moeten we denken aan driehoeken van Bermuda? In de Sargassozee raakten volgens overlevering eeuwen geleden de zeilschepen vast in het zeewier. In de Driehoek van Bermuda gingen ze door de werking van geheimzinnige krachten ten onder. In deze wetenschappelijke tijd weten wij wel beter. We kieperen gewoon al het gebruikte plastic weg, op straat, in de gracht, overboord. Kannierotte. Dan wordt het door de zeestromingen meegevoerd, in grote spiralen, en van lieverlee ontstaat dan zo’n Sargasso van plastic. Toch gaan we het pas echt geloven als ons cruiseschip, op weg naar Bermuda, in een miljoen plastic flessen is vastgelopen. Zo ver is het nog lang niet.

En gelukkig zijn er nog andere deskundigen dan de zwartkijkers van Clingendael. Graham Hutchings van het ook door en door betrouwbare instituut Oxford Analytica heeft tegen de Volkskrant gezegd dat er ‘geen wapengekletter om olietekort’ te verwachten is. Gewoon een beetje zuiniger met energie, een spaarlampje hier en daar, zulk soort dingen. Over tien jaar zien we verder.