Bijna jarig en het gebeurt Erik opnieuw

Wie staat er voor de rechter en waarom? Een man met een nepwapen en wietplantjes in huis werd door een arrestatieteam ingerekend.

De politie zocht in het huis van Erik P. naar een vuurwapen. Eenmaal in het huis roken ze ook iets geks. In de achterkamer bleek een grote, zwarte ton te staan met daarin gaten. En uit die gaten groeiden 173 wietplantjes. Knullig, maar toch: een wietplantage. En daarna vonden ze in een klerenkast in de huiskamer het pistool gewikkeld in doeken. Een imitatiepistool, maar toch: het is verboden wapenbezit.

Erik (51 jaar) was via via al gewaarschuwd dat zo’n ton niet echt een geweldig systeem was. Om te beginnen kon hij zijn bed niet meer in, want de ton stond middenin de kamer en de helft van de planten ging bovendien dood. Tegen de tijd dat de paar plantjes die over waren geoogst konden worden, werden ze in beslag genomen. De ton heeft hij weer verkocht via Marktplaats. Nu doet hij het weer zoals vroeger, gewoon een paar plantjes in de zon op het balkon in de zomer. Nee, niet om te verhandelen. Gewoon om zelf van te roken. Alleen, hoe komt hij de winter dan door? Als ik nou vijf plantjes neem, met een lamp erop, mag dat dan wel? De rechter antwoordt niet. Ze wil graag weten hoe het zit met dat pistool. Erik wist niet eens dat hij dat ding had, zegt hij. Zijn neefje had het ooit eens bij hem laten liggen, het was kapot, het magazijntje lag eruit. Hij heeft het voor hem opgeborgen. Als ze nou gewoon gevráágd hadden of hij zo’n ding had. Maar dan nog had hij niet eens geweten waar het lag.

Blijkbaar was er iemand beter geïnformeerd dan Erik. De Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE) hoorde van een informant dat Erik een pistool in huis had. En toen zijn ze zijn huis binnen gevallen. Erik was niet thuis. Erik zou graag willen weten wie die informant dan wel was. Maar dat is geheime informatie. Nou, mokt Erik, als die informant dan zo geweldig is, had hij ook wel kunnen zien dat het een plastic speelgoeddingetje was. Tegen de rechter: „Zelfs een leek als u kan dat zien.”

Die informant zit Eriks advocaat ook niet lekker. Ze verwijst naar arresten van het hof van Amsterdam en Maastricht, waarbij de rechters vonden dat de politie iets te enthousiast was omgesprongen met een vage tip. De tip ‘Pietje heeft een wapen’ is niet voldoende om meteen een huis binnen te stormen, vond het hof. En ook de tip ‘Jantje heeft een wapen en het ligt daar en daar’ is te summier om zo maar actie op te ondernemen. Er moet, zegt de advocaat, meer informatie ingewonnen worden. De politie had bijvoorbeeld best eerst eens bij Erik kunnen aanbellen. Waarom moest zijn deur worden ingetrapt? Dat is, vindt zij, nogal een schending van zijn rechten.

De officier van justitie zegt dat dit niet zomaar een tip was, maar informatie van een „zeer betrouwbare informant”. De informant wist ook Eriks volledige naam en adres te vermelden. Dat geeft voldoende aanleiding voor een verdenking en dus actie. En ja, zegt ze, als je een huiszoeking gaat doen bij iemand die vermoedelijk een wapen in huis heeft, ga je niet wachten tot hij een keer zelf de deur open doet. Zeker niet als de buurman het arrestatieteam al heeft opgemerkt en via het balkon tegen Erik schreeuwt dat ‘ze eraan komen’.

Of Erik wist dat hij nog in zijn proeftijd zat van een vorige veroordeling, ook wegens drugs, vraagt de rechter. Eerlijk gezegd was Erik dat een beetje vergeten. Er hingen nog 90 dagen voorwaardelijke celstraf boven zijn hoofd. Het begint Erik te dagen. Het onvoorwaardelijke deel van die straf heeft hij uitgezeten, de dag voor zijn verjaardag werd hij opgeroepen. En nu is hij weer bijna jarig, het zal hem toch niet weer gebeuren. Het ging juist zo goed met hem, al jaren van de heroïne en cocaïne af, elke maand een gesprek bij de Jellinek, leuk werk op een kaasmakerij. Eigenlijk had hij gepland om zodra het kon terug te gaan naar Suriname.

De officier van justitie vindt het te ver gaan, zegt ze, om Erik weer vast te zetten. Ze eist 80 uur werkstraf voor het neppistool en de amateurplantage. De 90 dagen cel die nog openstonden zet ze, voor de helft om in een werkstraf van 90 uur. (1 dag cel staat gelijk aan 2 uur werkstraf. Dus 90 dagen cel is 180 uur werken.) De andere helft, nog eens 90 uur werken, is voorwaardelijk. Al met al moet hij nu 170 uur werken. De rechter zegt dat ze het precies zo gaat doen als de officier voorstelt. Het is een forse straf, zegt ze. Maar wel een milde forse straf.

    • Rinskje Koelewijn