Aanklacht fraude tegen Citigroup

Het Openbaar Ministerie in New York staat op het punt Citigroup aan te klagen wegens fraude en vernietiging van documenten. Citigroup kan de aanklacht voorkomen als het aan een aantal eisen voldoet. Dit heeft officier van justitie Andrew Cuomo gisteren meegedeeld.

Citigroup zou in het verleden „herhaaldelijk en voortdurend fraude hebben gepleegd” door klanten voor te spiegelen dat investeringen in een bepaald financieel instrument veilig waren, terwijl ze eerder dit jaar opeens onverkoopbaar bleken. De Zwitserse bank UBS is in deze kwestie reeds aangeklaagd en ook naar andere banken lopen onderzoeken.

Het draait om de markt voor zogeheten auction rate securities (‘veilingobligaties’, waarvan de rente regelmatig via openbare veilingen opnieuw wordt vastgesteld). De markt in deze typisch Amerikaanse instrumenten had ooit een waarde van 330 miljard dollar, maar de handel is in februari van dit jaar volledig ingestort. Ondanks beloftes van handelaren bleek de markt niet zo liquide te zijn als eerder voorgespiegeld.

In de vorige week ingediende aanklacht tegen UBS stelt het OM dat de bank de obligaties aan klanten verkocht „juist om het eigen risico te verminderen”. Daarbij zouden ook topmensen van de bank veilingobligaties in eigen bezit ter waarde van 21 miljoen dollar hebben verkocht.

Citigroup kan de strafrechtelijke vervolging voorkomen als het onder meer instemt met het terugkopen van de obligaties van investeerders tegen de nominale waarde, met het vergoeden van hun schade en met het betalen van een forse boete. Citigroup heeft nog geen commentaar gegeven op de aankondiging van Cuomo.

Er loopt ook een onderzoek naar deze zaak door de beurswaakhond, de Securities and Exchange Commission. Banken die onderworpen worden aan onderzoek zijn onder meer Bank of America, Merrill Lynch & Co en Wachovia.