8x HET KARAKTER VAN CHINA

Acht is een magisch getal in China. De Olympische Spelen in Peking beginnen op 08-08-’08 om 08 uur ’s avonds. Bettine Vriesekoop koos acht Chinese karakters die een begrip uitdrukken dat China kenmerkt.

MAINZI (GEZICHT, PRESTIGE) Mianzi betekent gezicht, in de zin van prestige, of aanzien. Het is is onlosmakelijk verbonden met geld en macht. En een graadmeter voor de status van een persoon. Hoe meer gezicht en status een persoon opbouwt, hoe groter zijn sociale aanzien. ‘Gezicht kun je verwerven, je kunt het verliezen maar je kunt het ook geven’, zegt theehandelaar Qin Guoqing in zijn marktstalletje aan de derde ringweg in Peking. ‘Met directheid kun je je eigen gezicht om zeep helpen. Soms is een leugentje nodig om je reputatie of die van een ander niet te schaden. En soms moet je gewoon helemaal je mond houden’, zegt Qin. In een van de grootste taoïstische geschriften, de Dao De Jing, stond het al geschreven: ‘Hij die weet spreekt niet, hij die spreekt weet niet.’ Vooral de oudere Chinese generatie is opgevoed met de idee dat negentig procent van de problemen door de mond veroorzaakt worden. Degene die te veel eet wordt ziek. Degene die te veel spreekt geeft te veel geheimen weg. De Taiwanese schrijver Bo Yang die jarenlang in de gevangenis heeft gezeten vanwege zijn kritische boeken over de Chinese psyche, schreef in de jaren negentig: ‘Mocht je eens horen dat een Chinees zijn fouten heeft toegegeven, ontkurk dan de champagne, want dan is het tijd de renaissance van China te vieren.’ ‘Buitenlanders noemen ons Chinezen vaak sluw en ondoorgrondelijk maar wij in China ervaren het leven als een constant gevecht. Je kunt nooit laten zien wie je echt bent, behalve aan je familie. Iedereen is verplicht het schimmenspel mee te spelen’, zegt Qin. Sun Ke (1938) uit Peking kalligrafeerde de lettertekens bij dit artikel. In 1953 ging hij naar de middelbare school die was gelieerd aan de Kunstacademie in Peking. Hij was ondermeer ontwerper, boer en verkoper. Sun Ke kalligrafeert al veertig jaar op het allerhoogste niveau en is professor traditionele schilderkunst aan de Kunstacademie in Peking.

XIAOJING (RESPECT VOOR OUDEREN

Familie, en daarmee het respect voor ouderen, is in China cruciaal. ‘Soms ervaar ik familiebanden als beklemmend maar de liefde voor mijn ouders komt vanuit het hart. Het is echt en het is het allerbelangrijkste voor een Chinees’, zegt schoenenverkoopster Huang Jianghua in Peking. ‘Als ik zie dat iemand zijn ouders niet goed behandelt, dan valt hij of zij af als vriend.’ Huang zegt dat net als bij veel Chinese families de grootouders vaak beslissen over belangrijke familiezaken als trouwen, de opleiding van een kleinkind of de aanschaf van bijvoorbeeld een huis. De ouders van Huang’s man wonen bij haar in huis. Ze krijgen maandelijks een klein pensioen maar omdat ze geen kost en inwoning hoeven te betalen komen ze daar gemakkelijk van rond. Zo gaat het bij veel Chinese families. Een oud Chinees spreekwoord luidt: ‘Als de familie in orde is, is de staat vredig’.

De familie wordt in China als de kern van de samenleving gezien. De keizer had vroeger daarom de plicht om over alle families goed gezag uit te oefenen. Net zoals de vader dat heeft over zijn familie. Als het land op het niveau van de familie goed wordt bestuurd, is dat van invloed op het bestuur van de staat, was het idee. De Chinese wijsgeer Confucius stelde 500 jaar voor Christus een aantal gedragsregels op die er voor moeten zorgen dat iedereen zich volgens vaststaande patronen dient te gedragen.

Deze gedragsregels van Confucius worden in het huidige China nog steeds nageleefd. Deze regels staan boven de wet. Diegene die de regels negeert, zal niet door de wet worden gestraft, maar, veel erger, door de familie worden verstoten.

GUANXI (RELATIES)

Geld is van groot belang is in de Chinese maatschappij. Maar toch is er één ding nog veel belangrijker dan geld en dat is: macht. En die macht verwerf je maar op één manier en dat is door middel van relaties oftewel guanxi. Guan betekent poort of doorgang en het woord xi is een oud woord voor hiërarchie. Letterlijk betekent het dus eigenlijk deur naar de hiërarchie of de groep. Als je in China je guanxi wilt onderhouden, is het zaak rekening te houden met ‘gezicht’ en wederzijdse plichten die je aangaat wanneer je guanxi met iemand opbouwt.

‘Zonder relaties kom je niet ver in China. Vooral bij de overheid moet je mensen kennen die door de muur van bureaucratie heenbreken. In China vinden we het heel gewoon dat we gebruik maken van elkaar’, zegt manager Cai Ruifu uit Peking.

Cai bedoelt dat er van oudsher zo weinig fiducie in het rechtssysteem is dat Chinezen hun eigen sociale vangnet moeten creëren. Guanxi neutraliseert het logge, bureaucratische systeem en om als buitenlander dingen gedaan te krijgen moet je beschikken over goede guanxi.

De vertrouwensband waarvan bij guanxi sprake is, is altijd voor de lange termijn en komt op persoonlijke titel tot stand. In het Westen knoopt men snelle, vaak kortdurende netwerkcontacten aan die te maken hebben met een groep of een bedrijf. Maar in China gaat persoonlijke loyaliteit boven de loyaliteit aan de organisatie. ‘Er is een oud spreekwoord dat luidt: duo yige guanxi duo yitiao lu: Een relatie méér betekent een extra mogelijkheid nieuwe wegen in te slaan’, zegt Cai.

HE (HARMONIE/VREDE)

‘We leven in een moreel en spiritueel vacuüm. Iedereen is bezig met geld verdienen en waar blijven nu onze morele waarden?’ zegt de vader van Wang Hui in de Confuciustempel in Peking. Elke zaterdagochtend breng hij zijn achtjarige zoon naar de tempel. Want zonder discipline en kennis van het Confucianisme wordt hij geen integer mens, denkt meneer Wang.

Confucius predikte goed onderwijs en hiërarchische stabiliteit. Maar onder de laatste keizers verwaterde dat, en Mao moest er niets van hebben. Om de sociale stabiliteit te bewaren lijkt Confucius nu weer teruggekeerd in de Chinese staatsleer. Toen de Chinese leider Hu Jintao vijf jaar geleden aantrad, werd de term ‘harmonieuze samenleving’ zijn mantra.

Zonder dat openlijk toe te geven, heeft hij daarbij de hulp van de leer van Confucius ingeroepen.

Diens 2500 jaar geleden gepropageerde morele waarden als respect voor ouderen en het belang van hiërarchische gehoorzaamheid, moeten nu de oplossing brengen voor de groeiende sociale onrust in het moderne China.

CHI (ETEN)

Traditionele woonwijken zijn gesloopt, cultuurschatten worden vernietigd of verpatst aan het westen. Maar drie maal per dag moet er warm gegeten worden, het liefst. Want de eeuwenoude eetcultuur van China is immuun voor westerse invloeden. Chinezen schuiven met de regelmaat van de klok aan voor een uitgebreid maal. Ook zakendoen in China gaat via de eettafel, omdat een Chinees graag een excuus heeft om uitgebreid te eten. Vorig jaar nog werd in het Nationale Congres gediscussieerd over de grote bedragen die uit de staatskas verdwijnen omdat partijfunctionarissen elke gelegenheid aangrijpen om copieuze maaltijden bij de overheid te declareren. Eten wordt gebruikt om van een outsider een insider te maken. Het woord voor ‘bekende’ is in het Chinees dan ook shuren waarvan de letterlijke betekenis ‘gekookt persoon’ is. Een onbekende is een shengren, wat ‘rauw persoon’ betekent. De verandering van een ‘rauw persoon’ in een ‘gekookt persoon’ maakt het mogelijk een relatie (guanxi) met elkaar op te bouwen. Eten heeft ook te maken met lijie (beleefheid) , en met mianzi (gezicht) want een diner weigeren is een doodzonde. ‘In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw was eten schaars. Toen aten de Chinezen alleen maar tarwe en rijst. Voor veel Chinezen is vlees eten nu een statussymbool’, zegt de gezette theehandelaar Qin Guoqing uit Peking.

QIAN (GELD)

‘Als je geld hebt dan kan je de duivel voor je laten rennen’, zegt Cui Ruifu, een mollige manager van een buurtwinkelcentrum in Peking. ‘Toen mijn ouders jong waren was geld schaars dus harder werken betekende niet automatisch meer geld verdienen. Sterker nog, je kon er voor in de gevangenis terechtkomen’, zegt Cui. Dat klimaat veranderde ingrijpend nadat Mao’s opvolger Deng Xiaoping de vrije markteconomie propageerde en proclameerde dat rijk worden glorieus is. Het in naam nog steeds communistische China transformeerde in hoog tempo in een kapitalistische staat. Driekwart van de Chinezen gaf in een onderzoek drie jaar geleden aan dat geld hun hoogste doel in het leven is. ‘Na alle ellende die het Chinese volk door de jaren heeft meegemaakt waren mijn ouders allang blij dat ze iets te eten hadden en dat ze een vredig leven konden leiden. Nu is geld eigenlijk onze enige vorm van vrijheid’, zegt Cui. Hij verdient met zijn vrouw 500 euro per maand. In China zijn er nu meer dan 600.000 voornamelijk jonge mensen miljonair. Ze zijn van de zogenoemde ‘Tiananmen-generatie’ en hebben hun creativiteit en rebelse energie omgezet in geld. Het was het enige machtsmiddel dat hun nog restte. ‘Vroeger waren rijken bij voorbaat verdacht. Corrupt of gierig. De laatste jaren is dat beeld veranderd’, zegt Cui. ‘Kijk maar naar de aardbeving. Veel rijken laten zien dat ze ook kunnen delen.’

LI (RITUELEN)

Huang Jianghua houdt van rituelen. Samen met haar familie bestiert ze een schoenenwinkeltje in het centrum van Peking. In haar vrije tijd speelt ze op hoog niveau diabolo. Steeds dezelfde bewegingen uitvoeren vindt ze heerlijk. ‘Het hoogste wat een Chinees in zijn leven kan bereiken is een harmonieus leven met veel steeds terugkerende rituelen. Elk ochtend als ik opsta vraag ik aan mijn moeder of ze gezond is en wat ik haar te eten zal brengen. Als ik mijn respect voor mijn moeder heb betuigd dan voel ik mij gelukkig en zeker’, zegt Huang.

Ook voor boekhoudster Wang Rong (42) zijn rituelen belangrijk. Ze heeft vorig jaar haar moeder verloren. In haar huis staat een klein altaartje waarop ze elke avond wierook brandt en mandarijntjes offert. ‘Wij Chinezen geloven dat de ziel van een familielid nog heel lang rondwaart en goed verzorgd dient te worden. Anders kan hij een negatieve invloed uitoefenen op onze levens. Door rituelen kunnen we een balans vinden tussen het hemelse en het aardse.’ Volgens Wang Rong is dat meer volksritueel dan geloof. Grofweg zijn er vier religies in China: het taoïsme, het boeddhisme, het confucianisme en het volksgeloof. Alle religies zijn verworden tot volksgeloof of familierituelen. En ongeknipt het nieuwe jaar ingaan kan ook niet: ‘Als het oude niet weg is, kan het nieuwe nog niet komen’, leert een oud Chinees gezegde.

YINGYANG (NEGATIEVE EN POSITIEVE ENERGIE)

Yin staat voor het vrouwelijke, voor het zachte en het ontvankelijke , het aardse en het introverte. Yang staat voor het mannelijke, het extraverte, het harde, het sturende en het lichte. Dit principe vormt niet alleen de basis voor traditionele Chinese geneeskunde, het wordt ook toegepast in de keuken, in de wetenschap, in de religie , en in de woon- en werkomgeving.

De yin- en yangtheorie komt voort uit de taoïstische visie dat alles in het universum dualistisch is en om te zorgen dat er geen disbalans ontstaat, moet de negatieve en positieve energie van elk aspect van het leven in evenwicht zijn. In de keuken wordt het principe niet alleen gebruikt om tot een evenwichtige en smakelijke maaltijd te komen, een juist evenwicht tussen yin- en yangvoedsel dient ook als medicijn tegen allerlei kwalen.

Ook de traditionele Chinese acupunctuur en de Chinese drukpuntmassage baseren zich op de yin- en yangtheorie.

De Chinezen behaalden met hun theorie over meridianen, waarbinnen qi ofwel lichaamsenergie stroomt, al eeuwen geleden geleden verbluffende resultaten.

Als een mens ziek wordt, betekent het dat ergens in de meridianen te veel yin- of yangenergie is opgehoopt. Afhankelijk van de diagnose schrijft de arts een yin- of yangmedicijn voor.

MAINZI (GEZICHT, PRESTIGE)

Mianzi betekent gezicht, in de zin van prestige, of aanzien. Het is is onlosmakelijk verbonden met geld en macht. En een graadmeter voor de status van een persoon.

Hoe meer gezicht en status een persoon opbouwt, hoe groter zijn sociale aanzien. ‘Gezicht kun je verwerven, je kunt het verliezen maar je kunt het ook geven’, zegt theehandelaar Qin Guoqing in zijn marktstalletje aan de derde ringweg in Peking. ‘Met directheid kun je je eigen gezicht om zeep helpen. Soms is een leugentje nodig om je reputatie of die van een ander niet te schaden. En soms moet je gewoon helemaal je mond houden’, zegt Qin.

In een van de grootste taoïstische geschriften, de Dao De Jing, stond het al geschreven: ‘Hij die weet spreekt niet, hij die spreekt weet niet.’ Vooral de oudere Chinese generatie is opgevoed met de idee dat negentig procent van de problemen door de mond veroorzaakt worden. Degene die te veel eet wordt ziek. Degene die te veel spreekt geeft te veel geheimen weg.

De Taiwanese schrijver Bo Yang die jarenlang in de gevangenis heeft gezeten vanwege zijn kritische boeken over de Chinese psyche, schreef in de jaren negentig: ‘Mocht je eens horen dat een Chinees zijn fouten heeft toegegeven, ontkurk dan de champagne, want dan is het tijd de renaissance van China te vieren.’

‘Buitenlanders noemen ons Chinezen vaak sluw en ondoorgrondelijk maar wij in China ervaren het leven als een constant gevecht. Je kunt nooit laten zien wie je echt bent, behalve aan je familie. Iedereen is verplicht het schimmenspel mee te spelen’, zegt Qin.

Sun Ke (1938) uit Peking kalligrafeerde de lettertekens bij dit artikel. In 1953 ging hij naar de middelbare school die was gelieerd aan de Kunstacademie in Peking. Hij was ondermeer ontwerper, boer en verkoper. Sun Ke kalligrafeert al veertig jaar op het allerhoogste niveau en is professor traditionele schilderkunst aan de Kunstacademie in Peking.