Zwaaien met Mao’s rode boekje

Joris Ivens maakte begin jaren zeventig een lyrische film over het China van Mao. René Seegers verklaart waarom Ivens zo weinig kritiek uitte in zijn film.

Chinese crew in jaren zeventig met Nederlandse filmmaker Joris Ivens (staande derde van rechts) Foto Filmmuseum Nederlands Filmmuseum

In zijn bijna dertien uur durende film Hoe Yukong de bergen verzette (1976) gaf cineast Joris Ivens een rooskleurige visie op het China van Mao. Zijn lofzang op de Culturele Revolutie was echter nog niet uit, of Peking liet weten dat het door Ivens veel geprezen sociale experiment een grote vergissing was.

René Seegers maakte een documentaire over Hoe Yukong de bergen verzette. Het programma Het Uur van de wolf (VPRO) zendt Seegers’ film vanavond uit. De filmmaker wil niet van bewondering spreken. „Ik heb deze documentaire gemaakt uit respect voor Ivens”, laveert Seegers tussen de gevoeligheden die een van Nederlandse beroemdste filmmakers steevast omringen.

Ivens (1898-1989) maakte in de jaren twintig en dertig naam met later beroemd geworden documentaires als De Brug, een oogstrelende film over de verticale Hefbrug over de Koningshaven in Rotterdam. Maar zijn nauwe contacten met dubieuze, vooral communistische regimes hebben van Ivens het zwarte schaap van het Nederlandse filmwereldje gemaakt.

De Chinese communisten sloten Ivens voor altijd in hun hart toen hij hun in 1938 een camera cadeau deed. De Nederlandse filmmaker was op uitnodiging van Chiang Kai-shek in China. De nationalistische leider, die op dat moment samen met Mao’s communisten tegen de Japanners ten strijde trok, stond Ivens niet toe de linkse bondgenoten te filmen. Om toch beelden te verzamelen op plekken waar hij niet mocht komen, gaf Ivens aan de communisten een filmcamera cadeau. Ivens was zo direct verantwoordelijk voor de eerste filmopnames van Mao.

De in China beroemde camera van Ivens werd jarenlang in het museum bewonderd, maar is volgens Seegers nu zoek. „Er is een verbouwing gaande en niemand weet meer waar die is gebleven.” Zoek of niet, Ivens’ cadeau bezorgde hem niet alleen de eretitel ‘Oude vriend van het Chinese volk’, maar ook een een warme relatie met Zhou Enlai, de rechterhand van Mao.

Ivens gebruikte het contact met Zhou Enlai begin jaren zeventig om anderhalf jaar lang te filmen in een voor de buitenwereld hermetisch afgesloten land. De expeditie resulteerde in de twaalfdelige documentaireserie Hoe Yukong de bergen verzette.

Seegers toont in zijn documentaire fragmenten uit het werk van Ivens. Bij acteur Jeroen Willems, die namens Seegers in het hoofd van Ivens probeert te kruipen, roepen die direct vragen op. Waarom zien de meisjes in het dorp er zo opgepoetst uit? Hoe komt het dat zelfs de ossen lijken te acteren? Met zulke beelden kwam Ivens in 1934 niet terug toen hij in de Sovjet-Unie het arbeidersportret Borinage filmde, waarin hij vooral vervuilde en arme mensen toonde.

Willems krijgt antwoord van Zhang Tongdao, docent film in Peking. In zijn lessen gebruikt hij de films van Ivens om uit te leggen waar de documentairemaker op zijn grenzen stuit. Zhang toont een fragment uit Apotheek Nr. 3, een van de twaalf Yukong-films. Na het bekijken van het fragment stelt de docent zijn studenten voor aan de jonge man, maar dan vele jaren ouder, die zojuist in beeld was. Die vertelt de studenten dat hij de scène net zo lang over moest doen totdat Ivens er tevreden over was. Seegers: „Yukong is een soort Truman-show. Het is de echte wereld die wordt nagespeeld.”

Seegers is ervan overtuigd dat Ivens niet naïef was. „Scepsis is nu heel gewoon, maar in die tijd was ik 16 jaar en zwaaide ik ook met het rode boekje van Mao.” De oude filmmaker – toen hij Yukong maakte was Ivens al eind zeventig – begon volgens Seegers zijn carrière bovendien in een tijd waarin de wereld bol stond van het sociaal onrecht. „Hij geloofde in het communisme. En van je geloof stap je niet zomaar af.”

Volgens de Chinese schrijver Bai Hua, die Ivens beschouwde als zijn beste vriend en door Seegers in zijn documentaire wordt geïnterviewd, moest Ivens huilen toen hij besefte wat de kanteling van de politieke verhoudingen in China eind jaren zeventig voor zijn reputatie betekende. Ivens besefte destijds wel dat er dingen gebeurden die niet konden, maar hij kreeg volgens Bai nooit de hele waarheid te horen. „Als hij vroeg waar al zijn vrienden waren gebleven, dan vertelden zij hem dat die heropgevoed werden.”

Ivens had volgens Bai een nieuwe documentaire moeten maken. Daarin had hij dan zijn fouten en vergissingen recht kunnen zetten. Met een zelfkritiek, zoals die tijdens de Culturele Revolutie voor vele Chinezen dagelijks praktijk was, had Ivens volgens Bai zijn naam kunnen zuiveren. Maar dat deed hij niet. Ivens maakte na Yukong Het verhaal van de wind, een autobiografische film waarin hij zich poëtisch uitdrukt over China, maar geen poging doet zijn eerdere vergissing recht te zetten.

„Ivens leert documentairemakers nederigheid”, stelt Seegers. „Want de waarheid laat zich niet vastleggen.” Waarmee de vraag onbeantwoord blijft of een documentairemaker de werkelijkheid mag reconstrueren om die vervolgens als waarheid aan te bieden. Wat dat betreft heeft Ivens, los van de politieke context en tijd waarin hij leefde, de grenzen van zijn genre behoorlijk op de proef gesteld.

VPRO, Het uur van de wolf, Een oude vriend van China, vanavond, 23.10 uur, Ned.2