Zingen noemt ze schitterende noodzaak

Christianne Stotijn (30) maakt snel carrière. Ze won al de Nederlandse Muziekprijs.

Vandaag en zondag is ze een centrale gast op het Delft Chamber Music Festival.

Christianne Stotijn: „Als zangeres wil ik verhalenverteller zijn. Mijn doel is dat mijn techniek zó goed wordt, dat het lijkt alsof alleen het verhaal dat ik zing bestaat .” Foto Marco Borggreve Christianne Stotijn/Photo: Marco Borggreve Borggreve, Marco

Dat haar stem fluwelig klinkt, hoor je al op haar voicemail: „Christianne loopt langs de IJssel.” Wandelen doet ze bijna dagelijks – als ze thuis is. En dat is relatief weinig, want de carrière van Stotijn, 30, neemt een hoge vlucht. Ze is de winnaar van de Nederlandse Muziekprijs 2008, de belangrijkste staatsonderscheiding binnen de klassieke muziek. Dit weekend is ze een centrale gast op het Delft Chamber Music Festival. In de nabije toekomst volgen meer liedrecitals, concerten met dirigenten als Iván Fischer en Vladimir Jurowski. En volgend seizoen haar eerste hoofdrol bij de Royal Opera House in Covent Garden; Händels Tamerlano.

Zelf verheugt Christianne Stotijn zich nu vooral op haar Tsjaikovski-recital in het Amsterdamse Concertgebouw, komende donderdag. Ze heeft het programma net opgenomen voor een cd die dit najaar verschijnt. Op haar bureau ligt de cursus Russisch opengeslagen, op de koffietafel Tsjaikovski’s brieven. Zelf schrijft ze ook graag brieven, gedichten of verhalen. Liever ansichtkaarten dan e-mails. Altviolist en vriend Antoine Tamestit, met wie ze vandaag optreedt in Delft: „Christianne voedt haar vriendschappen met humor en ansichtkaarten. Meestal zijn het beelden die haar hebben geraakt, die ze wil delen. Laatst nog een vrouw met een borende blik; hoopvol én verdrietig. Vaak meldt ze niet eens waar ze op dat moment is. Ze deelt een idee.”

„Als ik geen zangeres was, dan kinderboekenschrijfster”, zegt ze zelf. „Als zangeres wil ik óók in de eerste plaats verhalenverteller zijn. Mijn doel is dat mijn techniek zó goed wordt, dat het lijkt alsof alleen het verhaal dat ik zing bestaat.”

Stotijn komt uit een echte muziekfamilie. Haar vader en jongere broer Rick zijn contrabassist, haar moeder en broer Arnoud, ic-verpleegkundige, speelden piano voor hun plezier. De legendarische hoboïsten Jaap en Haakon Stotijn zijn verre ooms. „Thuis klonk altijd muziek”, zegt Arnoud Stotijn. „Christianne speelde vanaf haar zevende serieus viool, en liep voortdurend door het huis te galmen. Muziek is haar nummer één, twee, drie, vier én vijf.” Maar: altijd klassiek. „Onze broer Rick en ik gaan regelmatig naar jazz- of popconcerten. Dan komt het niet in ons op Christianne mee te vragen.”

Zelf noemt Stotijn zingen een ‘schitterende noodzaak’; als kind al wist ze al dat ze het allerliefste zangeres zou worden. Ze studeerde viool én zang, maar liet de viool na haar examen in 2000 links liggen. Udo Reinemann werd aan het conservatorium in Amsterdam haar belangrijkste zangleraar.

Reinemann: „Christianne viel op. Ze zong Mainacht van Brahms voor. Und die einsame Träne rinnt, dat is zo’n zinnetje waarbij alle leerlingen altijd vragen: waar moet ik ademen? Christianne ademde überhaupt niet. ‘Kind!’, zei ik. Ze was, en is, iemand die gevaren niet uit de weg gaat.”

Het lied is Stotijns grote liefde, onderstreept iedereen die haar goed kent. Daar verandert het succes dat ze heeft als operazangeres niets aan. Twee operaproducties per seizoen – dat is genoeg. Maar concerten en recitals, daarvan geeft zingt ze er komend seizoen zo’n zestig. „Het intieme van lied, het in de teksten duiken – dat trekt haar”, zegt haar vaste pianist sinds acht jaar Joseph Breinl. Stotijn: „De liedwereld vind ik stimulerend. In opera wordt veel gepraat over geld en uiterlijk. Ik werd daar misselijk van. Hoe minder diva, hoe beter. Ik ga me voortaan ook ingetogener kleden. Een zwart pak kan meer uitstralen dan een groengele klokrok.”

Met Breinl maakte Stotijn haar eerste, goed ontvangen liederen-cd Phantasien und Traumgestalten (2006). Er volgden er nog twee; één met Der Cornet van Frank Martin, waarvoor ze dit jaar de Duitse ECHO prijs voor de beste liedinterpretatie won. En Urlicht, gewijd aan liederen van Mahler.

Mahler is de componist met wie ze vooral wordt geassocieerd. In 2005 vroeg dirigent Bernard Haitink haar als invaller de Rückert Lieder te zingen, eerst in Parijs, daarna met het Concertgebouworkest in Amsterdam. „Ik moest wel naar haar kijken, haar geloven”, zegt componist Michel van der Aa, die in de zaal zat. In opdracht van het Concertgebouworkest voltooide hij zojuist een nieuwe liedcyclus, die in maart 2009 mét Stotijn in première gaat. „Wat me aanvankelijk aantrok, is haar goudbruine timbre, haar enorme podium-présence. Later ontdekte ik dat haar stem ook veel lichter kan klinken. En hoeveel ze écht houdt van woorden.”

De periode voorafgaand aan de Nederlandse Muziekprijs was voor Stotijn een enerverende periode. Wéér een nieuw programma, een eigen festivalletje. „Ik raakte uitgeblust door mijn eigen ideeën”, zegt ze. Nu laat ze haar agenda soms drie weken leeg. „Dat voelt beter. Het is niet nodig allemaal nieuwe liedprogramma’s in één seizoen te stoppen. Het is prettiger één recital uit te diepen.”

Eerder dit jaar liet ze ook de Randstad achter zich, en kocht een huisje nabij de IJssel. Daar vindt ze rust, meer dan in haar vorige appartement in Amsterdam-Oost. Fotograaf Marco Borggreve, goede vriend: „Geef Christianne een bos en het is weer goed. Binnen dat belachelijke bestaan van van continent naar continent vliegen, haalt ze rust en concentratie uit de natuur.”

Oud-docent Udo Reinemann: „De muziek is Christianne haar hele leven. Ik hoop dat ze daar ook gelukkig bij blijft.”

De offers die dat leven voor de muziek eist, vallen niet altijd licht. In de hal van haar nieuwe huis staat een open koffer. Marco Borggreve bracht haar op de boeken van Kostantin Paustovski, vertelt ze. „Hij schrijft: je zoekt allemaal je eigen manieren om het leven mooier te maken. Dat is nooit makkelijk. Hoe mijn leven verder zal lopen, met of zonder kinderen, kan ik niet voorzien. Ik leef zoveel mogelijk in het moment; ik wil het nu zo goed mogelijk doen.”

„Christianne en ik hebben vaak heftige gesprekken over hoe lastig het is je te vrijwaren van alle ijdele onzin”, zegt jeugd-annex studievriend Willem de Bordes, violist en artistiek leider van Sinfonietta Amsterdam. „Ze zou al zoveel beroemder kunnen zijn. Kwestie van glimlachen naar de juiste mensen en sexy foto’s laten maken. Maar ze wordt alleen gelukkig als ze trouw blijft aan zichzelf, en aan haar streven dicht bij de muziek te komen. Dus leeft ze daarnaar.”

Tegenover die ernstige integriteit staan uitbundigheid en humor. Carine Schiks, Stotijns hospita in de tijd dat ze studeerde in Amsterdam, nu een dierbare vriendin: „Christianne heeft rust nodig én mensen. Voor concerten trekt ze zich terug, na afloop kan ze heel uitbundig zijn.”

Vriend/altviolist Antoine Tamestit: „Dan vermorzelt ze me bijna in haar omhelzing, en roep ik: au! Maar zij is de enige die me zo kan omarmen.”

Vriend Willem de Bordes: „Christianne leest gedichten, het begrip ‘spiritualiteit’ neemt ze zonder slikken in de mond. Maar ze is ook intens druk. Ik zie ons nog samen in een BMW-cabriolet over het Franse platteland scheuren. Op ons hoofd van die carnavalsdriepunters, in de cd-speler keihard de Walkürenritt.”

Ook haar broer Arnoud ziet die twee kanten. „Dit voorjaar vroeg ze me mee naar Boston, waar ze de Matthäus Passion zong onder Bernard Haitink. We hebben gekeet alsof we elf waren. Maar soms heeft ze ruimte nodig, dan vond ze het merkbaar lastig dat ik om haar heen dwarrelde. ”

Laatst is ze naar Groningen gereisd, om acteur Henk van Ulsen Der tod in Venedig van Thomas Mann te horen voorlezen. „Ik kan er al om huilen als hij één wenkbrauw optrekt.” Niets doen, alles zeggen – dat is ook wat ze bewondert in zangers als Christian Gerhaher of, haar grote voorbeeld, Lorraine Hunt. Of dirigent Bernard Haitink. „Door alleen al naar me te kijken, trekt hij me in een energie die me niet altijd eigen is”, zegt ze. „In die stilte, ligt wat ik zoek. Je kunt in muziek een trilling opvangen van de energie die iedereen deelt, waar je uit voortkomt en weer naar terugkeert. Een soort veilig heimweegevoel.” Ze lacht; alsjeblieft, niet zweverig worden. „Het is juist óók heel aards, hoor! Tomaten hebben die energie ook.”

Concerten: vandaag en zondag, Prinsenhof Delft en 7/8 Concertgebouw, A’dam. Info: www.christiannestotijn.com