Zeeuwse schatten weer even thuis in Zeeland

Portret van gezant Don Miguel de Castro door de Middelburger Becx

Tentoonstelling: Terug naar Zeeland, tot 14 sept. in het Zeeuws Museum, Abdij, Middelburg. www.zeeuwsmuseum.nl

De ambassadeur uit Congo kijkt met een zwaar melancholische blik de zaal van de Middelburgse Abdij in. Zijn naam is Don Miguel de Castro en hij kwam in 1643 met een vloot van de West-Indische Compagnie via Brazilië in Zeeland aan. Nu is hij even terug op de plaats waar hij destijds als gezant wachtte op een onderhoud met stadhouder Frederik Hendrik. De 17de-eeuwse Middelburgse schilder die Don Miguel portretteerde was geen meester in de stofuitdrukking. De met zilver en goud geborduurde band waaraan zijn kostbare degen hangt is dof, evenals zijn brokaten kledij en zijn witte kraag. Ook de grote veer die van zijn zwarte hoed afhangt is niet zo intens rood als je had gewild. Maar wat kijkt hij mooi! Wat glanzen zijn ogen en zijn donkere huid. Hij roept een exotische wereld op en tegelijk een sfeer van pracht en praal en dat maakt hem zeldzaam.

De portretten van de gezant en zijn knecht maken deel uit van een tentoonstelling met Zeeuws kunstbezit uit de Gouden Eeuw, kunstvoorwerpen die over de hele wereld verspreid zijn geraakt. Het schilderij met Don Miguel komt uit Kopenhagen. Het is in de 17de eeuw door Johan Maurits van Nassau, gouverneur van Brazilië, aan de Deense koning gegeven en altijd ten onrechte toegeschreven aan Albert Eckhout, de hofschilder van Johan Maurits. „Steeds wordt de ware vervaardiger, de Middelburgse schilder Becx, als een ‘obscure Zeeuwse meester’ terzijde geschoven”, zegt kunsthistorica Katie Heyning die het onderzoek deed voor deze tentoonstelling in het Zeeuws Museum. In de talloze boedelbeschrijvingen en rekeningen die ze doorkeek, vond ze nog veel meer, en waarschijnlijk is dat nog maar het topje van een ijsberg aan verdwenen Zeeuws erfgoed.

Op de tentoonstelling geven achtendertig, zeer diverse, stukken een beeld van het rijke Walcheren, dat na de val van Antwerpen in 1585 een toevlucht voor Vlaamse ambachtslieden en kunstenaars werd. De welvaart was er groot, Zeeland had immers een fiks aandeel in de West- en Oostindische Compagnie. We zien familieportretten, landschappen, stillevens, zilveren puntschotels, alles een lust voor het oog. En natuurlijk ook een portret van de dichter Jacob Cats. Hij groeide op in Zierikzee en vestigde zich in 1603 als jong advocaat in Middelburg. Zijn beroemde Sinne- en minnebeelden verscheen in diezelfde stad bij de uitgeverij van Jan van de Venne. Diens broer Adriaen maakte er illustraties bij. Dezelfde Adriaen schilderde de werkplaats van zijn broer met zoveel details dat boek- en prenthistorici er nog een leuk klusje aan hebben.

De laatste jaren leek het Zeeuws Museum er alles aan te doen om zich te bevrijden van iedere zweem van folkloristisch imago. Het hardnekkige ‘Zeeuws Meisje’ (een betere reclame was niet denkbaar, maar als Zeeuw zit je er maar mee) werd omgetoverd tot een in zwart kant gehulde pin-up, die nu als logo fungeert. In de nieuwe opstelling van het museum wordt ‘erfgoed’ voortdurend ter discussie gesteld, al is het maar door steeds een dialoog aan te gaan met eigentijdse cultuur. Met Terug naar Zeeland lijkt het Zeeuws Museum het weer aan te durven om een zuiver historisch beeld te brengen. Zelfs de gemummificeerde kat (catalogusnummer 24) draagt daartoe bij. Een kat is geen kunst, maar deze werd gevonden bij de restauratie van de grote kerk in Veere en hij zou wel eens uit rond 1520 kunnen dateren. En hij ligt er prachtig bij. Erfgoed blijft iets relatiefs.