Wie gedreven wordt door dromen, zal overleven

Peter Behrens: De droomwet. (The Law of Dreams). Uit het Engels vertaald door Johan Hos. Podium, 445 blz. € 22,50 Peter Behrens: De Droomwet

Peter Behrens: De droomwet. (The Law of Dreams). Uit het Engels vertaald door Johan Hos. Podium, 445 blz. € 22,50

Wie debuteert met een historische roman over de Ierse Aardappelhongersnood, heeft lef. Je moet op zijn minst de pretentie hebben dat je aan de bestaande verhalen iets kan toevoegen, misschien niet zozeer historisch maar dan wel op het literaire vlak. De Canadese auteur Peter Behrens deed een poging met De droomwet. Gebaseerd op zijn eigen familiegeschiedenis schreef hij een roman over een jongen, Fergus, die op een ochtend in 1846 ontdekt dat alle aardappelplanten verrot zijn. Alle boeren vertrekken uit het gebied, behalve de fammilie van Fergus. Zijn vader weigert namelijk de afkoopsom te accepteren, waarna het hele gezin, op Fergus na, aan tyfus overlijdt. Wie blijft zitten waar hij zit, die zal sterven – wie in beweging blijft, kan overleven, aldus luidt de droomwet waarnaar Fergus gaat leven als hij in zijn eentje is overgebleven.

Die wet vormt het hele boek door een leidraad. Waar hij aanvankelijk nog door de omstandigheden wordt gedwongen steeds verder te trekken (bijvoorbeeld uit een opvanghuis wanneer er een opstand uitbreekt) en anderen op hun weg volgt (veenjongens, die door te plunderen in leven proberen te blijven), wordt hij pas echt volwassen wanneer hij zelf de keuze maakt om te vertrekken. Vanaf dat moment verandert het verhaal van inzet: Fergus wordt niet meer geleefd en is niet meer overgeleverd aan de willekeur van anderen, maar hij wordt zelf de wandelende droomwet.

Na een hoop ellende belandt Fergus in een hoerenkast. Daar wordt hij gevoed, gewassen en verzorgd in ruil voor diensten aan adellijke lieden. Klaar zitten en pootjes geven is niet wat Fergus voor zichzelf in gedachten had en nog voordat de hoerenmadam de investering eruit heeft, is hij vertrokken naar het spoor. Na enkele zware weken daar vertrekt hij met de vrouw van de ploegbaas om de overtocht naar Canada te maken. Ook die tocht gaat niet over rozen (stank en koortsdoden). Eenmaal aangekomen, weet Fergus een kapitaal te vergaren waarmee hij zich een plaats verwerft in de paardenhandel. Aan het eind van de roman is duidelijk dat degene die gedreven wordt door dromen en initiatiefrijk is, de grootste kans heeft te overleven.

Is dat nu de Amerikaanse, Canadese of de Ierse droom? En waarom is het zo moeilijk om een overtuigende roman te schrijven over het naleven van dromen? Het eerste deel van De droomwet is dankzij de afwezigheid van idealen en visioenen veel overtuigender dan het tweede deel. De Fergus die niet uit de voeten kan met zijn woede en die zonder plan inspeelt op wat zich voordoet, is oneindig veel interessanter dan de Fergus die heel bewust zijn doel probeert te bereiken. Misschien komt dat doordat doelbewuste mensen vaak vervelend gezelschap zijn. Of komt het doordat Behrens naarmate het verhaal vordert, zijn personages minder suggestief neerzet. Vanaf het moment dat Fergus de hoerenkast verlaat, zijn de portretten zwart-wit, op het simplistische af. De ploegbaas aan het spoor is meedogenloos, de paarden zijn vals want uitgehongerd, de meid van de ploegbaas is een gehaaide dame die zich er ondanks alle ellende niet onder laat krijgen. En zo heeft iedereen op de boot wel een kleine thematische functie.

De nuance van de eerste helft van De droomwet gaat daarmee verloren. De sterke proloog over de Ierse boer in verwarring – wat te doen met de boeren: wegjagen of laten verhongeren door de aardappelziekte – wordt daarmee teniet gedaan. De hele roman leest als een trein, maar wordt steeds voorspelbaarder, zo voorspelbaar als een doelgericht mens.

    • Toef Jaeger